Michaël Zeeman was een gevreesd man, een gevreesde criticus

Michaël Zeeman was een gevreesd man, een gevreesde criticus, schrijver, mandarijn. Drie meter hoog, twee meter breed en een stem van barnsteen, waardoorheen de hele bibliotheek van Alexandrië klonk. Ooit stapte hij op me af, ik was stagiair. Het licht viel weg toen hij zich over me boog. 'Zo', zei hij, 'dus jij hebt belangstelling voor literatuur? Wat lees jij dan zoal?' Ik keek op, ik zag niet veel. 'Herman Brusselmans, meneer', zei ik.

Over literatuur heb ik daarna niet veel geschreven, maar toen ik jaren later eens op het station van Groningen langs zijn treincoupé liep, nodigde hij me wel uit de komende tweeënhalf uur in zijn dreunende gezelschap door te brengen, schuifdeuren dicht.

Er had iets lelijks over me in de krant gestaan, ik weet niet meer wat, maar moet mij er bedrukt onder hebben gedragen, want hij schoof naar voren en zei: 'Wacht maar. Wraak is een gerecht dat koud wordt opgediend. Er komt vanzelf een ommekeer. De mannen die nu zo lelijk over je schrijven, staan straks in de rij voor een handtekening.'

In zijn begindagen, zei hij, had hij een groepje revolutionaire dichters, onder wie Joost Zwagerman, eens in de krant met oude vis vergeleken. Tijdens een lezing stortten deze 'Maximalen' vervolgens een mand vis over hem uit. Ik geloof niet dat Zwagerman erbij betrokken was, maar hij hield hem er volgens mij wel verantwoordelijk voor ze hadden lang ruzie gehouden, elkaar decennia met lelijke stukjes doodgegooid.

Ik knikte gretig van de grote boze dichter dronk je ieder woord maar vroeg me wel af waar de ommekeer in zijn verhaal precies gebleven was. En als wraak dan koud werd opgediend, begreep ik ook niet waarom hij zich er na al die tijd nog zo warm en vurig over opwond. Of waarom ik zo uitvoerig op de hoogte moest worden gesteld.

Kort geleden zat ik achter een tafeltje in een boekwinkel en zag ik een van de lelijke-stukjesschrijvers uit die tijd in de rij voor een handtekening staan een man met weekenddienst en wandelschoenen. Ik bespeurde geen ommekeer, eerder een nieuw facet van dezelfde argeloosheid. Wraak mocht ik ook al niet proeven, hooguit wat mededogen voor de soort, toen hij even later opgewekt de zaak verliet.

Voor in de trein kocht ik meteen Zeemans Verzamelde gedichten, net uitgegeven, Nog houdt het schip zich recht. Ik schrok van wat ik las. De grote boze dichter was een beetje bang, leek het wel, voor dichters, de traditie, vrouwen. Zijn gedichten sloegen je niet plat of dood of ook maar van je stoel, de lettergrepen stonden integendeel keurig netjes in het ritme, als dominosteentjes, bijna huiverig.

Ik sloeg het boek weer dicht en wreef het over de kaft dat doe ik vaker, ik weet niet precies waarom, het zal de liefde wel weer zijn, en keek door het raam naar buiten. De lucht was grijs, het geel hing in de bomen, de vogels gingen ons verlaten. Ach, dacht ik, had de dichter maar wat langer geleefd, we hadden samen kunnen vrezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.