MICHAEL VAN PRAAG

Je kijkt naar Michael van Praag en je weet niet wat je ziet, dat is het probleem. Hij toont met zoveel overtuiging zijn aardige buitenkant dat niet direct opvalt hoe daarmee de binnenkant verborgen blijft....

De voorzitter van Ajax kon niet voetballen: bij straatpartijtjes werd hij altijd als laatste gekozen en daarom werd hij scheidsrechter, want aan het voetbal viel thuis niet te ontkomen (zijn vader, Jaap, was ook voorzitter van Ajax). De voetbalscheidsrechter: dat is ijdelheid, geldingsdrang, behoefte aan erkenning.

Evenals zijn vader trouwde hij vier keer ('Ga je nog naar het huwelijk van Michael?' - 'Nee, ik kan niet, ik ga de volgende keer wel'), en was hij vierde keus voor het voorzitterschap van Ajax. Maar anders dan zijn vader, die in de voetbalwereld met zijn soms wat rafelige of zelfs afzichtelijke kanten zijn natuurlijke biotoop vond (Cruijff: 'Ik heb die man nog nooit op een waarheid kunnen betrappen'), lijkt Michael daar niet helemaal op zijn plaats.

Hij lijkt te netjes, te beschaafd, te onkreukbaar, te waarheidslievend voor de wereld van zakken vullen en contractbreuk, van Rolex en skybox, van platinablond en platheid, van coupé en cabriolet, maar ook van vandalisme en extreme clubliefde die in haat wordt vertaald. En het verkopen van walkmans, hij is directeur van een bedrijf in belastingvrije consumentenelektronica, heeft evenmin echt zijn hart.

Van jongs af zijn beide werelden weliswaar ook de zijne, door zijn vader, van wie hij het bedrijf overnam, door oom Max, de zanger, door al hun vrienden die samen naar Ajax gingen, maar toch lijkt Michael er ietwat verdwaald, als een verbaasd zondagskind, in rond te lopen. Menige voorzitter van een voetbalclub kan al op enige afstand geroken worden, en dat niet slechts door zijn oorverdovende aftershave, maar rond Michael hangt geen geur van gesjoemel, wat het beeld zo vervreemdend maakt.

De vervreemding bereikt grote hoogten wanneer Ajax scoort. De voorzitter blijft dan rustig op zijn stoel zitten, juicht niet, heft wellicht slechts de armen iets omhoog en kijkt tevreden, glimlacht misschien, maar gaat zich zeker niet te buiten aan vreugdegehuil en indianendans. Hij acht dat niet gepast, als heer natuurlijk ook, maar vooral omdat het wat sneu is ten opzichte van zijn collega-voorzitter naast hem.

Het is de scheidsrechter in hem, de onpartijdige, en dat laatste is zijn geheim. Zijn ouders scheidden toen hij en zijn twee jaar jongere zusje kinderen waren, en uit de periode daarna draagt hij nog de littekens. Een stroom van processen werd over de hoofden van de kinderen en om de kinderen gevoerd. Heen en weer werden ze getrokken tussen vader en moeder, die elkaar via de kinderen trachtten te treffen en bij wie ze beurtelings woonden. Als ze bij de een waren, mochten ze niet naar de ander. Ze deden dat natuurlijk toch en moesten dat geheim dan voor zich houden of erover liegen.

Het moet van Michael al vroeg een scheidsrechter hebben gemaakt. Iemand die geen partij kiest maar boven de partijen staat, die wil verzoenen, die de harmonie zoekt in plaats van het conflict. Een voetballer wil winnen, de tegenstander verslaan, triomferen; Michael wil de partijen waarmee hij in zijn leven te maken heeft juist tot elkaar brengen. Het verklaart waarom hij altijd veel ouder was dan in werkelijkheid.

Al op zijn 18de leek hij zijn eigen grootvader - een vouw in zijn spijkerbroek - door zijn rustige en wat afstandelijke manier van doen; pas de laatste jaren begint zijn leeftijd enigszins bij hem te horen; bij zijn bezonkenheid, zijn wijsheid, zijn afkeer van polarisatie. Hij is een wandelend compromismodel, de vleesgeworden bovenpartijdigheid - hij wil zelfs in gesprek blijven met het rabiate deel van wat zich Ajax-supporter noemt en dat hem bespuugt in het stadion - wat wellicht verklaart waarom hij ook wel burgemeester wil worden (van Amsterdam natuurlijk).

Rusteloosheid kenmerkt hem ook, niet kunnen genieten van het moment, van het hier en nu. Veel dingen tegelijk doen en altijd onderweg naar iets anders dat leuker of interessanter lijkt. Zoekend naar het ultieme geluk waarvan hij nu lijkt te weten dat het niet bestaat - naar een volgende relatie, een andere nieuwe uitdaging, misschien wel op de vlucht voor zichzelf of voor wat hij in zichzelf verborgen houdt en aan niemand toont.

Een jongen - de jongen die hij thuis was, op zoek naar geluk - en die hij vermomt als meneer. Ongrijpbaar, dus onaanraakbaar. In zijn daagse kleding drukt hij dat meneer-zijn nadrukkelijk doch ingetogen uit, maar voor Michael van Praag lijkt eigenlijk de smoking uitgevonden: niet de rok, maar die net niet echt chique werkkleding voor buiten werktijd van de geslaagde zakenman en de gearriveerde sportbons, die het onderscheid des persoons opheft en allen gelijk maakt, dus tot elkaar brengt.

Een scheidsrechter in smoking. Ooit zei hij te zijn gestopt met fluiten omdat hij niet ijdel genoeg was om ermee door te gaan. Dat is de ultieme ijdelheid: koketteren met een tekort dat niet bestaat en zo bescheiden lijken. Want zijn ijdelheid is grenzenloos. Onlangs, als centrale gast in het beklemmend behaagzieke televisieprogramma De show van je leven, werd hij door Margriet Eshuis gevraagd mee te zingen tijdens haar optreden. Ze had haar zin nog niet af of hij stond al naast haar. Zelfs Sinatra zou nog een moment hebben geaarzeld. Geen spoor van twijfel, gêne of terughoudendheid. Met grote vanzelfsprekendheid stapte hij op het toneel, pakte de microfoon en zong.

Hij zong zoals iemand zingt die meent dat hij ook wel burgemeester van Amsterdam kan zijn, die ervan overtuigd is een musical te kunnen schrijven ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Ajax, die ook wel cabaretier had willen worden, directeur van een luchtvaartmaatschappij, van een omroep, die serieuze muzikale ambities heeft, die door iedereen aardig wordt gevonden en dus dat doel in elk geval heeft bereikt, maar die door zijn stralende ego het zicht op zichzelf wat is verloren.

'Alle Van Pragen vinden het prachtig om op te treden', zei hij ooit in een interview (Michael van Praag denkt ook écht dat hij kan zingen). IJdelheid kan daarbij niet de enige drijfveer zijn, men moet er daarnaast ook ten diepste van overtuigd zijn iets meer te kunnen aanbieden dan zijn buitenkant. Deze Van Praag is een hypochonder die zich al bij weinig aanleiding medisch binnenste buiten laat keren, maar die naar buiten steeds zijn buitenste laat stralen; daarmee lijkt hij het spreekwoordelijke privé-chagrijn van de paljas te maskeren. Hij is een acteur die zijn inwendige kruitvat gesloten houdt en die zijn rol speelt. De rol van de verzoener, de samenbinder. Wat wij zien, is de charmante buitenkant van wie zichzelf wil worden. Het lukt hem uitstekend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.