Reconstructie

‘Michael P. is een jongen waar je echt geen problemen mee krijgt’

Hoe kan het dat niemand ‘modelpatiënt’ Michael P., de moordenaar van Anne Faber, doorhad? Een reconstructie van P.’s gang door de justitiële keten.

Een rechtbanktekening van Michael P. (derde van links) Beeld ANP

‘Hij doet het prima. Hij is psychisch stabiel, goed begeleidbaar, gaat keurig naar zijn dagbesteding en therapieën, geeft negatieve urinetests en is intrinsiek gemotiveerd. Je kunt hem gerust accepteren.’

Het is januari 2017 als een medewerker van de gevangenis in Vught vragen beantwoordt van de kliniek in Den Dolder, die zich over gevangene Michael P. (26) moet ontfermen.

‘Het is’, zegt de medewerker volgens de gespreksaantekeningen, ‘een jongen waar je echt geen problemen mee krijgt. Het is echt een modelpatiënt.’

Over geweldsincidenten praat hij niet. En ook niet over zijn drugsgebruik. Laat staan over de verkrachtingen waarvoor hij werd veroordeeld.

Hoe anders is het nog geen negen maanden later, als Michael P. wordt verdacht van het verkrachten en doden van de 25-jarige Anne Faber. Als vlak na de dood van de Utrechtse vrouw bekend wordt hoe gruwelijk hij te werk is gegaan, hoe berekenend hij was, hoe hij iedereen om de tuin heeft geleid en haar dagenlang heeft verborgen onder de grond, dan rijst de vraag: waarom had niemand hem door? Hoe kon iedereen zijn vergeten wat er met P. aan de hand was?

In Vught

Dat verhaal begint in Vught, in de gevangenis waar hij in 2013 met spoed naartoe wordt gebracht. Hij komt uit de gevangenis van Roermond, waar het niet goed met hem ging. P. lijdt naar eigen zeggen aan ‘spanningen, onrust en slapeloosheid’. Ook wil hij van zijn boosheid en drugsgebruik af.

Binnen een week belandt hij in Vught opnieuw in de problemen. Zijn medegevangenen weten meteen na zijn binnenkomst wat hij heeft gedaan: hij is de verkrachter van twee minderjarige meisjes – een daad die hem onder medegevangenen tot paria maakt.

De spanningen lopen zo hoog op en P. reageert zo heftig dat hij naar een andere plek moet: de psychiatrische afdeling van Vught, het penitentiair psychiatrisch centrum (PPC).

Dat P. in een ‘gewone’ gevangenis zit, komt mede door zijn weigering mee te werken aan onderzoek naar zijn geestesgesteldheid. De rechters legden hem geen tbs op. Het gevolg daarvan is dat zijn straf nu een einddatum heeft: als hij zich goed gedraagt en zijn tijd ‘uitzit’, kan hij in juli 2018 weer op vrije voeten zijn.

De gevangenis van Vught maakt al vlak na P.’s komst een cruciale fout: ze plaatsen hem niet op de afdeling voor zedendelinquenten, maar op de plek voor gevangenen met geweldsproblemen, de ‘structuurafdeling’. P. heeft namelijk gezegd dat hij niet over zijn seksuele gedrag wenst te praten – iets wat vaak voorkomt bij zedendelinquenten.

De gevangenis gaat zonder veel protest mee in die weigering van P. – de behandeling is vrijwillig en de behandelaren kiezen er niet voor het conflict met hem aan te gaan. In de verslagen beschrijven ze P. als een man met een ‘beperkt empathisch vermogen’, als iemand die zich uit in ‘woede, impulsief gedrag, wraakzucht en agressie’. Ook is hij verslaafd aan cocaïne en speed. Hij krijgt therapie om zijn agressie te leren beheersen.

P. raakt in Vught betrokken bij een reeks ‘grove bedreigingen, geweldsplegingen en middelengebruik’. Ten minste vier keer krijgt hij maatregelen opgelegd. Twee keer wil hij iemand aanvallen. In 2016 mishandelt P. een medegevangene in de douche zó dat die gewond raakt aan zijn oog. Omdat P. eerst ontkent en pas later bekent, krijgt hij geen straf. Ook wordt hij betrapt op het gebruik van drugs.

Hoewel in Vught ten minste één keer ‘seksueel onaangepast gedrag’ wordt genoteerd, raakt door alle aandacht voor P.’s agressie zijn zedenachtergrond langzaam ondergesneeuwd. Als medewerkers een risicotaxatie doen, gebruiken ze een vragenlijst die eigenlijk niet geschikt is voor zedendelinquenten. De gevangenis in Vught schaart alle door P. gepleegde delicten, en dus ook de zedendelicten, onder de noemer ‘gewelddadig handelen’.

Pas in het laatste jaar in Vught stelt een psycholoog een zogeheten delictanalyse over P. op. Daarin wordt beschreven welke gebeurtenissen hebben geleid tot een gepleegd delict. Welke gedachten en gevoelens gingen er in P. om voordat hij twee minderjarige meisjes verkrachtte?

In het rapport legt de psycholoog een verband tussen de verkrachting en ‘een opeenstapeling van negatieve emoties, fors middelengebruik, seksuele opwinding en ontremming door deze middelen’. Het is voor het eerst dat er een connectie wordt gemaakt tussen P.’s middelengebruik en onbeheersbare emoties en het ontstaan van zijn seksueel delict.

Even lijkt er zicht te komen op de mogelijke seksuele stoornissen van P. Maar deze informatie zal niemand verder bereiken omdat P. daarvoor zal gaan liggen.

De overplaatsing

Eind 2016 heeft P. nog zo’n anderhalf jaar te gaan in de gevangenis. De behandelaren in Vught vinden de tijd rijp om aan zijn terugkeer in de maatschappij te werken. Hij moet behandeld worden door specialisten en daarna resocialiseren. Dat kan beter in een forensisch psychiatrische kliniek. Die heeft een lager beveiligingsniveau, en daarvoor is de goedkeuring nodig van meerdere instanties.

Op 6 december 2016 vraagt de PI Vught aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) om te beoordelen of een overplaatsing van P. naar een kliniek verantwoord is. Die geeft hiervoor op 27 december toestemming, maar wel op basis van onvolledige informatie. Een inschatting van de risico’s van P. ontbreekt. Ook meldt Vught niet dat P. nog geen twee maanden daarvoor geweld heeft gebruikt tegen een medegedetineerde.

De gevangenis vraagt voor de overplaatsing ook toestemming aan het OM. Het OM stemt toe, op basis van het plan om P. te behandelen in die kliniek. En omdat Vught daaraan toevoegt hoe gemotiveerd P. is voor behandeling. Maar het OM geeft nadrukkelijk geen toestemming voor het verlenen van meer vrijheden aan P.

Begin 2017 krijgt FPA Roosenburg, een kliniek in Den Dolder, een verzoek: kan P. daar worden geplaatst?

Roosenburg accepteert zijn komst, maar weet niet dat ook zij maar halve informatie krijgt. P. moet namelijk toestemming geven voor het doorsturen van zijn medisch dossier. En dat verbiedt hij. De informatie over zijn zedendelict mag niet worden gedeeld; Vught vertelt dat er alleen niet bij.

Als het team in Den Dolder zich een week voor P.’s komst aan het voorbereiden is op zijn komst, valt het op dat hij wel een heel hoge gevangenisstraf heeft gekregen voor het delict dat hij pleegde. Een telefoontje naar Vught stelt de medewerkers in Den Dolder gerust. P. is zo gemotiveerd, ze zullen geen problemen met hem krijgen, horen ze van een gevangenismedewerker. ‘Het is echt een modelpatiënt.’

Op 23 januari, een dag voordat P. daadwerkelijk wordt overgeplaatst, ontvangt de kliniek in Den Dolder een verontrustende e-mail van de directie van Vught. Daarin staat dat P. zich in de gevangenis helemaal niet zo voorbeeldig heeft gedragen. Ook stuurt Vught dan pas een analyse van het delict van P. Maar ook deze informatie is niet volledig. De kliniek besluit geen onderzoek naar P. te doen.

In Den Dolder

Aanvankelijk lijkt het in Den Dolder mee te vallen. Al snel na zijn komst in januari 2017 krijgt P. meer vrijheden. In februari gaat hij mee met een strandwandeling. Hij mag drie maal per dag een uur onbegeleid het terrein op of naar het dorp Den Dolder.

De kliniek merkt op dat hij zich aan de regels houdt. Ze vinden hem ‘gemotiveerd’ en ‘vriendelijk’. In samenspraak met Vught wordt in maart besloten zijn vrijheid verder uit te breiden. P. verhuist van de beveiligde afdeling naar een vrijere afdeling. Snel krijgt hij meer vrijheden.

In juni zit P. op het laagst mogelijke beveiligingsniveau van de kliniek. Hij is inmiddels een relatie begonnen met een kliniekgenoot en hij wil in juli met haar trouwen. Maar de Dienst Justitiële Inrichtingen geeft geen toestemming voor het door hem gevraagde tweedaagse verlof.

In juli volgt dan de laatste stap: P. wordt onder reclasseringstoezicht geplaatst om hem verder voor te bereiden op terugkeer naar de maatschappij. De reclassering spreekt een paar keer met P. Het valt op dat hij weinig spijt lijkt te hebben van zijn delicten. Ze twijfelen aan zijn berouw. Voor het eerst ontmoet P. wantrouwen.

Op 29 september raakt Anne Faber vermist als ze een fietstocht maakt in de omgeving van Utrecht.

De moord

In de kliniek zien ze het op dat moment nog altijd zonnig in met P. Ze vinden dat hij goed meewerkt. ‘Omdat hij over enkele maanden vader wordt, is hij extra gemotiveerd om aan zijn toekomst te werken’, staat er in de rapportage. Ook geven ze P. toestemming om aan een avondopleiding te beginnen als hovenier.

Niets lijkt P.’s resocialisatie dan nog in de weg te staan. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de reclassering die hem moet begeleiden naar vast werk en toezicht moet houden. Maar die krijgt onvoldoende zicht op hem: tussen 4 augustus en 4 oktober probeert de reclassering zes keer contact te krijgen met diverse contactpersonen van de PPC Vught over Michael P. Dat lukt niet.

Op de avond van 4 oktober verschijnt P. niet bij het avondeten. Ook schendt hij de regels: vanaf 21 uur die avond is hij verdwenen. Tegen de ochtend komt hij pas terug, onder invloed van cocaïne.

Wat de kliniek niet weet, is dat P. dan al dagenlang rondloopt met een groot geheim. Anne Faber ligt begraven in Zeewolde. Hij heeft haar de avond van haar verdwijning verkracht en gedood, op gruwelijke wijze.

De vader van Anne Faber is bij de kliniek langs geweest in de zoektocht naar zijn dochter. In een gesprek met een leidinggevende heeft hij gevraagd alert te zijn op opvallend gedrag van de cliënten. Ook vraagt hij de camerabeelden te bekijken om te zien of iemand op rare tijdstippen terugkeert.

Zelfs dan gaan er bij de kliniek geen alarmbellen rinkelen. Op 6 oktober, een week na Anne’s verdwijning en twee dagen nadat P. zijn voorwaarden schond, zegt Roosenburg tegen de reclassering dat zijn terugval als een ‘eenmalig incident’ wordt gezien en dat dit als ‘leerervaring’ voor P. wordt beschouwd. De kliniek vindt dat P. op de open afdeling kan blijven.

De reclassering verzet zich, blijkt uit een interne notitie van 6 oktober. Ze adviseren om P. terug te plaatsen naar de gesloten afdeling, omdat de veiligheid van de samenleving onvoldoende wordt gewaarborgd als hij op de open afdeling blijft.

Het advies wordt niet opgevolgd. P. verliest weliswaar vrijheden, maar blijft op de open afdeling.

Op 9 oktober wordt Michael P. opgepakt voor de moord op Anne Faber.

Verantwoording

Deze reconstructie is grotendeels gebaseerd op de onderzoeksrapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) en de inspecties van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid. De OVV meldt dat sommige geïnterviewden niet volledig hebben meegewerkt aan het onderzoek. Afspraken met behandelaars en begeleiders kwamen moeizaam tot stand. Bij die gesprekken was meestal een leidinggevende of een jurist mee, waardoor de geïnterviewde niet vrijuit kon spreken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden