Mevrouw Jansen wordt gelukkig oud

Elke week een interactief verhaal over de zorg

Misschien ligt de toekomst van de verpleeghuiszorg wel in Rijssen. Daar runnen verpleegkundigen en verzorgenden zelf alle afdelingen. Hun insteek: alle aandacht voor de bewoners. Deel 2 van een serie over de nieuwe zorg.

Verzorgende Eefje Stokvis met mevrouw Dina Jansen (92). Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De zorg verandert. De Volkskrant volgt de hoofdpersonen. Lees hun verhalen op Volkskrant.nl/zorg.

Mevrouw Kok is een doler. Het is daarom een vertrouwd beeld voor verzorgende Eefje Stokvis aan het begin van haar vroege dienst: mevrouw Kok schuifelt in haar lila pyjama door de gang. Met haar rechterhand houdt ze het uitgelubberde elastiek van haar pyjamabroek over haar luier gespannen. 'Da wie nich kommen, ook nie wa?'

Mevrouw Kok houdt halt en kijkt met grote blauwe ogen vragend op. Stokvis is net binnen, ze heeft haar groene jas nog aan.

Ze steekt haar arm uit naar mevrouw Kok. 'Ook nie wa?', dringt mevrouw Kok nog een keer aan. 'Nee, ook niet', stelt Stokvis haar gerust. Na twee jaar is het nog steeds gissen wat de over de grens geboren mevrouw Kok precies wil zeggen in haar mengelmoes van Twents en Duits. Gearmd schuifelen ze samen door de gang, naar de grote leefkeuken.

'Zoveel thuis als mogelijk'

Het is tien over zeven uur 's ochtends. Buiten is het nog donker, binnen komen de 40 bewoners van verpleeghuis Stadskwartier in Rijssen langzaam tot leven. Op de gesloten afdeling 't Schild delen acht dementerende bewoners een huiskamer en een keuken.

'Zoveel thuis als mogelijk', is de slogan waarmee organisatie Zorgaccent enkele jaren geleden het roer om gooide. Er werd in de ouderenzorg te veel geld verspild aan onnodige bureaucratische lagen en overlegstructuren, vonden ze in Twente. Zorgaccent schrapte daarom alle functies van managers en teamleiders. In plaats daarvan werden verzorgenden en verpleegkundigen zelf verantwoordelijk voor het runnen van hun afdeling.

Het zelfsturende team beheert de zak geld en beslist samen hoeveel personeel ze op welk moment inzetten, welke inkopen er worden gedaan en hoe ze omgaan met cliënten met moeilijk gedrag. De leidende vragen zijn steeds: wat is voor de bewoner het prettigst en hoe zou je deze situatie thuis in een gezin oplossen?

'Zullen we je zo gaan aankleden?', vraagt Stokvis aan mevrouw Kok. 'Ja', klinkt het onverwacht vastbesloten. Even later in de badkamer verwisselt Stokvis de luier van mevrouw Kok. Met een doekje wast ze haar onderlijf. Mevrouw Kok knijpt haar ogen dicht van tegenzin, haar handen klemmen de beugels naast het toilet angstvallig vast. Ze is een van de cliënten die niet elke dag onder de douche gaan. Niet omdat Stokvis geen tijd heeft om haar te helpen. Maar omdat mevrouw Kok het vreselijk vindt om naakt te zijn en nat te worden. Gisteravond is ze in bad geweest. Dat vindt ze tegenstrijdig genoeg wel lekker.

'Als je niet goed uitlegt waarom je de dingen op een bepaalde manier aanpakt, gaat zoiets een eigen leven leiden', zegt Stokvis. 'Jij zou nu makkelijk op kunnen schrijven: daar in het Stadskwartier worden de mensen niet elke dag gedoucht. Maar wij kijken hier naar wat de cliënt fijn vindt. Een ander wil misschien twee keer per dag onder de douche. Dan proberen we dat ook te regelen.'

Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

In opspraak

De verpleeghuiszorg raakte deze herfst wederom in opspraak, toen twee echtgenoten van bejaarde dames uit het Haagse verpleeghuis Waterhof in het AD vertelden over de in hun ogen mensonterende toestand daar. Op sommige afdelingen was volgens de oude mannen soms een middag lang geen verzorgend personeel aanwezig. Bejaarden zouden urenlang in hun eigen urine zitten.

Een storm van publiciteit brak los toen een van de twee dames de moeder van staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid bleek te zijn. In een geruchtmakend interview bij Pauw kon Van Rijn daarna niet anders dan toegeven: de zorg in verpleeghuizen is in het algemeen niet goed genoeg.

Verzorgende Eefje Stokvis, in opleiding tot hbo-verpleegkundige, zat zich die novemberavond op te vreten voor de televisie. Terwijl zij verdorie elke dag opnieuw met liefde en toewijding probeerde het bestaan van acht alzheimerpatiënten aan het einde van hun leven zo aangenaam mogelijk te maken, werd er hier opnieuw een horrorbeeld geschetst van het verpleeghuis als eindstation waar mensen badend in hun eigen urine lagen te wachten op de dood.

'Ik kan niet oordelen over wat er in Den Haag is gebeurd', zegt Stokvis. 'Misschien is het een kwestie van slecht management en kregen de verzorgenden verantwoordelijkheid voor veel te veel patiënten. Misschien heeft de instelling de beslissingen niet goed uitgelegd aan de familie. Maar toen ik dit verhaal hoorde, kreeg ik een enorme drang om de wereld te vertellen dat het anders kan.'

De dagen daarop sprak ze erover met haar collega's Jacqueline Vossebeld en Natasia ten Kattelaar, die zich ook hadden geërgerd aan het verhaal van de staatssecretaris. Samen besloten ze als de Drie Zusters een actie op touw te zetten. Ze schreven een brief aan Van Rijn, begonnen op Facebook en Twitter een account om hun werk te laten zien en nodigden de pers uit om een kijkje te komen nemen. In een petitie roepen ze de minister en staatssecretaris op om met hen in gesprek te gaan over hun vernieuwende manier van zorgen.

Klinisch

Woonzorgcentrum Stadskwartier in Rijssen werd twee jaar geleden gebouwd. Van de buitenkant oogt het pand zoals veel andere zorginstellingen. Maar binnen ontbreekt de voor verpleegafdelingen vaak kenmerkende klinische sfeer. In de gang staan kraampjes en houten kasten met lappen stof, stukken fruit en nostalgische Droste-blikken. Foto's in sepiatinten tonen de kerk en het straatbeeld van Rijssen in de jaren vijftig. In de hoek is de donkergroene houten gevel nagebouwd van de kiosk die vroeger in het dorp zat.

Het is niet zomaar opsmuk. Daar loopt mevrouw Kok voorbij, een lap stof in de hand. Twintig meter verder legt ze die weer neer. Even later wandelt mevrouw Poortman (82) luid knarsetandend door de gang, haar ijzig boze blik op oneindig, zich onbewust van de wereld om haar heen. Ze houdt even halt bij een kraampje en frummelt wat aan het fruit.

De dolers onder de dementerenden moeten zintuiglijk worden geprikkeld, legt Eefje Stokvis uit. 'Als er niets te voelen of te zien valt, blijven ze maar doorlopen. Daarom zorgen we dat mensen in de gang herinneringen tegenkomen van vroeger.'

Die spullen kunnen echter niet voorkomen dat ze later toch op zoek moet naar de rechterschoen van meneer Cremers. Die blijkt door een andere bewoner te zijn meegenomen uit zijn kamer.

Het team van verpleegkundigen en verzorgenden kon bij de nieuwbouw zelf bepalen hoe hun gesloten afdeling eruit moest komen te zien. De inrichting is bewust ouderwets, met een slingerklok, schemerlampen die je oubollig zou kunnen noemen en op de slaapkamers houten ledikanten met een sierrand. De gezamenlijke huiskamer is deels aangekleed met spullen die de dementerenden hebben meegenomen uit hun oude huis. 'Het gaat erom dat bewoners spullen herkennen', zegt Stokvis.

Bij de wastafels daarom geen zeeppompjes, maar blokken handzeep, ook al is dat volgens de hygiëneprotocollen niet toegestaan. Maar het is hygiënischer als bewoners hun handen wassen met een stuk zeep, dan dat ze dat helemaal niet doen omdat ze het pompje niet snappen.

Mevrouw Pluimers, een bewoonster van verpleeghuis Stadskwartier in Rijssen. Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Aandacht

Het belangrijkste verschil met de traditionele verpleeghuiszorg zit echter niet in de materiële zaken, maar in de aandacht voor bewoners. In het Stadskwartier zijn de woonbegeleiders opgeleid in het volgen van de voorkeuren van de cliënten. Niemand wordt op een vaste tijd 's ochtends uit bed getrommeld. Er is geen strak schema van eet- of wastijden. Wie liever 's avonds doucht dan 's ochtends, krijgt dan hulp.

'Doordat ik meega in de wensen van bewoners en niet volgens een vast lijstje mijn taken hoeft af te werken, roept dat veel minder weerstand op bij mensen', zegt Stokvis. 'Daardoor is het werk leuker. We besteden nu meer tijd aan cliënten dan vroeger, zonder dat je een hoge werkdruk ervaart.'

Als het gezellig is aan de lunchtafel, kan er rustig een half uur of langer worden nagekletst voordat er wordt opgeruimd. Vandaag voert Joop Kraayenzang (87) het hoogste woord. De meeste andere bewoners zijn niet of nauwelijks aanspreekbaar. Joop daarentegen volgt vanuit zijn favoriete leunstoel op televisie precies wat er in de wereld gebeurt.

Over de islamitische jongens die de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo pleegden, maakt hij zich zorgen. Ernstig: 'Ze zeggen dan dat ze in het hiernamaals worden opgewacht door 72 maagden. Ik denk dat ze niet weten wat hen overkomt, wat moet je daar allemaal mee? Eén lijkt me meer dan genoeg.' Hij laat een gepaste stilte vallen en neemt nog een hap van zijn karbonade.

Dina Jansen (92) tegenover hem moddert wat met een boterham met jam, die grotendeels op haar slabber terechtkomt. Ze kan niet meer praten.

Maar dat is voor Kraayenzang geen belemmering. Hij filosofeert door over vluchtelingen. 'Die vreemdelingen noemen ze dan gelukszoekers op de televisie, daar snap ik nou niks van hè. Weet je hoe lang ík in mijn leven op zoek ben geweest naar geluk? Daar hoef je toch helemaal geen vreemdeling voor te zijn?'

Mevrouw Poortmans blauwe ogen staan nog even boos als vanochtend. Ze rammelt met haar mes tegen een glas. Soms zegt ze in het wildeweg iets stelligs dat per ongeluk precies aansluit op de conversatie. 'Ja, dat is zo', klinkt het nu met luide stem.

Na de lunch begint Stokvis in rap tempo alle bestek en bordjes bij elkaar te verzamelen. 'Nee, w-w-wacht maar Eefje, dat d-d-doe ik wel', zegt Klaas IJskes, met zijn 64 jaar de jongste bewoner van de afdeling.

Terwijl IJskes langzaam bordje voor kopje voor mes de afwasmachine in staat te ruimen, vertelt Stokvis dat ze zichzelf soms moet inhouden. De filosofie is dat de bewoners zo veel mogelijk zelf doen, omdat mensen zich daardoor prettiger voelen, meer worden geactiveerd en dus 's nachts beter slapen. Maar als verzorgende ben je als het ware geprogrammeerd om taken van mensen over te nemen. Stokvis: 'Soms moet ik dus even op mijn handen zitten.'

Zelf koken

Twee dagen later heeft Stokvis avonddienst. In het Stadskwartier worden de maaltijden niet opgeleverd in voorgekookte magnetronbakjes. Elke groep kookt zelf. Vanavond maakt Stokvis lasagne en Klaas IJskes assisteert. Hij roert bezorgd door de spinazie. 'Die moet beter uitlekken, anders wordt het waterig.'

Een dame met grijs opgestoken haar van een andere afdeling komt met haar rollator de keuken binnenlopen. Ze kijkt verward om zich heen. 'Goedemiddag mevrouw', zegt Stokvis vrolijk. 'Volgens mij bent u een beetje de kluts kwijt, of niet?' De dame, aarzelend: 'De kluts, die moet ik hebben ja.' Even later is ze weer verdwenen.

Soms zijn er familieleden die helpen met koken of die bewoners meenemen naar buiten. 'We verplichten niemand om te mantelzorgen', zegt Stokvis. 'De truc is dat je het zo gezellig maakt, dat mensen het leuk vinden om te komen.' Het werkt, er zijn zelfs vrijwilligers die nog helpen als hun vader of moeder al is overleden.

Op een andere verdieping is een man die elke twee weken een maaltijd bereidt voor de groep waarin zijn vader woont. 'Voor familie is het niet leuk om op bezoek te komen bij iemand die jou amper herkent en met wie je geen gesprek kunt voeren', zegt Stokvis' collega Jacqueline Vossebeld. 'Door te koken is die zoon toch in de buurt van zijn vader, zonder dat ze zwijgend tegenover elkaar zitten.'

Betrokken familie

De familie blijft ook betrokken doordat zij vanuit huis via een beveiligde verbinding in het elektronisch systeem kunnen meelezen met de overdrachtsverslagen die de woonbegeleiders schrijven. Had vader of moeder een slechte dag of een agressieve bui, dan staat dat er ook. Dat was in het begin best spannend voor het personeel. Maar in de praktijk versterkt het wederzijds begrip erdoor, zegt Stokvis.

Twee grote schalen lasagne komen op tafel. Dina Janssen houdt niet van Italiaans, dus die krijgt spinazie met aardappels en een slavink, die ze met haar blote handen te lijf gaat. Stokvis en haar collega helpen de bewoners die zelf niet meer kunnen eten, en nemen tussendoor een hap van hun eigen bord. Bij het toetje mengen ze de pillen van sommige bewoners door de vanillevla, zodat het doorslikken makkelijker gaat.

Het teruggedrongen gebruik van medicatie bij Zorgaccent bewijst dat de vernieuwende aanpak werkt, zegt Natasia ten Kattelaar, praktijkverpleegkundige en de derde van de Drie Zusters met wie Stokvis haar actie begon. 'Op alle locaties zie je dat de mensen minder kalmeringsmiddelen krijgen dan enkele jaren geleden.'

Ten Kattelaar en Stokvis weten dat ze soms klinken als missionarissen op zending in Afrika, zo enthousiast vertellen ze over hun werk. 'Maar ik zit hier niet een mooi praatje te houden voor mezelf of voor Zorgaccent', zegt Ten Kattelaar. 'Ik vertel dit omdat ik oprecht geloof dat andere zorginstellingen baat kunnen hebben bij onze ervaringen.'

Welkom

Des te teleurstellender vinden de Drie Zusters het dat ze na twee maanden nog geen reactie op hun brief hebben ontvangen van staatssecretaris Van Rijn. Maar misschien helpt een stuk in de krant. Hij is van harte welkom om te komen kijken.

Laat op de avond maakt Stokvis aanstalten om naar huis te gaan, de nachtdienst neemt het over. Joop Kraayenzang zit in zijn vaste fauteuil met een glas rode wijn voor de tv, Klaas IJskes scharrelt nog wat rond. De rest van de bewoners ligt al in bed. Of toch niet. In haar lila pyjama schuifelt mevrouw Kok de keuken binnen. 'Wie had da gesehen', zegt ze in haar onbegrijpelijke taaltje. 'Warum gehen sie dan?' Als ze denkt dat niemand kijkt, grist ze een banaan van de fruitschaal en steekt die in haar pyjamabroek. Snel waggelt ze de gang op. Die heeft ze toch maar mooi ongezien buitgemaakt, lijkt ze te denken.

De namen van mevrouw Kok en meneer Cremers zijn om privacyredenen gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.