Metingen bij pasgeborenen blijken soms onbetrouwbaar

Artsen voeren bij pasgeboren baby's routinematig een aantal tests uit, onder meer op benauwdheid. Vijf daarvan hebben geen nut of zijn onbetrouwbaar.

AMSTERDAM - Vijf veelgebruikte metingen bij pasgeboren baby's zijn niet nuttig of zelfs onbetrouwbaar. Dat blijkt uit het onderzoek van kinderarts Jolita Bekhof, die hierop promoveert aan het UMC Groningen.


Het gaat onder andere om het beoordelen van benauwdheid, de controle van urine op glucose en het bijhouden van de vochtbalans. Artsen voeren dit soort tests vaak routinematig bij zeer jonge kinderen uit, om met meer zekerheid een diagnose te kunnen stellen of ter geruststelling van de omgeving van de patiënt. De uitkomsten van zo'n meting lijken betrouwbaar: getallen zijn immers eenduidig.


Maar Bekhof laat zien dat de resultaten lang niet altijd bruikbaar zijn om conclusies aan te verbinden, bijvoorbeeld omdat er grote meetfouten in kunnen zitten. Zo meten artsen vaak de vochtbalans van een pasgeborene door hun vochtinname en uitscheiding bij te houden. Maar Bekhof merkte dat artsen er met die methode wel 50 gram naast kunnen zitten - een groot aandeel in de vochtinname van pasgeboren baby's. Vochtbalansmetingen bij pasgeborenen, een tijdrovend klusje, lijken dus weinig nut te hebben, concludeert Bekhof.


Net als virustesten bij baby's met de luchtweginfectie bronchiolitis. Een arts test vaak eerst of het rs-virus de veroorzaker is, want dan wordt het patiëntje gewoonlijk op een andere kamer gelegd dan de andere bronchiolitispatiënten om kruisbesmetting te voorkomen. Maar Bekhof zag dat zo'n besmetting nauwelijks voorkomt, zelfs niet als de baby's op dezelfde kamer worden verpleegd. Bovendien maakt een eventuele besmetting de patiënt niet zieker. Het is dus overbodig om de virussoort te achterhalen.


Een ander voorbeeld is benauwdheid, een veelvoorkomend probleem bij kinderen. Er bestaan liefst 36 verschillende manieren om benauwdheid bij kinderen te meten, maar geen van alle zijn wetenschappelijk getest op betrouwbaarheid. Vreemd, vindt Bekhof. 'De ene arts kijkt heel anders dan de andere, dus kun je nooit objectief beoordelen of een kind echt opknapt als het niet door dezelfde persoon wordt beoordeeld.'


Het promotieonderzoek van Bekhof toont voor vijf standaardmetingen aan dat ze niet zo veelzeggend zijn als vaak wordt aangenomen. Promotor Paul Brand, kinderarts in het Isalaziekenhuis in Zwolle legt uit: 'Dokters vinden dit soort tests logisch, het gezond verstand zegt dat ze werken. Maar dat blijkt dus niet altijd het geval.'


Brand benadrukt de noodzaak voor artsen om soortgelijke routinematige tests kritisch te onderzoeken. Hij verwacht dat artsen de bevindingen van Bekhof in de praktijk zullen toepassen. 'In ons ziekenhuis zijn op basis van dit onderzoek sommige metingen al geschrapt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden