Meteoriet nummer 5

Hij kwam al 140 jaar geleden neer, maar pas onlangs dook hij op: een heuse meteoriet. Nog steeds is het aantal Nederlandse meteorieten op de vingers van één hand te tellen.

'Volgens mij heb ik zojuist iets héél bijzonders gezien', zei sterrenkundeamateur en voormalig directeur van het Eise Eisinga museum Henk Nieuwenhuis tegen zijn vrouw, toen hij terugkwam van de gesteente-expositie van een hobbyist op de camping. 'Ja hoor, dat zal wel weer', antwoordde zij, en ging over tot de orde van de dag.


Inmiddels is het een jaar later, en zit Nieuwenhuis met drie onderzoekers op een kamertje in de Vrije Universiteit Amsterdam rond de tafel waar de bezienswaardigheid op ligt: een pikzwart brokje steen ter grootte van een stuiterbal - het heeft eigenlijk nog het meest weg van een bolletje houtskool. Het is de vijfde meteoriet die ooit in Nederland is opgedoken, en het is een tamelijk zeldzaam exemplaar bovendien.


'Gevallen onder Diepenveen, den 27e oktober 1873. Des middags ten drie ure ongeveer. Deze steen viel met een verblindend licht, onder heftig sissen neder naast de personen van de heer Bos en zijne vrouw, die daar stonden te werken, en werd weinige minuten later op een diepte van anderhalve voet (ongeveer 45 centimeter) en nog merkbaar warm uit den zandgrond gehaald', luidde de verklaring die op een kaartje bij de steen gegeven werd. Bos en zijn vrouw hadden op dat moment een brok van het oudste materiaal dat op aarde te vinden is in handen, zo is inmiddels gebleken.


'Het is een bijzonder soort koolstofchondriet', vertelt Marco Langbroek, die als meteorietenspecialist al snel bij het determineren van de vondst betrokken werd. Meteorieten van dit type dateren uit de tijd dat het zonnestelsel in wording was, zo'n 4,6 miljard jaar geleden, en bestaan uit materiaal uit de zonnenevel. 'Ze zijn ouder dan de aarde zelf.' Slechts ruim een procent van de bekende meteorieten behoort tot deze categorie - in totaal een paar honderd exemplaren.


Wat het buitenaardse brokje steen vooral speciaal maakt is dat het voor meer dan twee procent uit koolstof bestaat. Dat is veel voor een meteoriet - en het is organisch materiaal. 'Van dit type meteorieten wordt wel gedacht dat ze de bouwstenen voor het leven op aarde gebracht hebben', zegt Langbroek. 'Ze kunnen zelfs complexe organische moleculen als aminozuren bevatten.'


Als de twee landarbeiders de inslag niet gezien hadden was de steen waarschijnlijk binnen enkele weken uit elkaar gevallen en verspoeld - in de weilanden rond Diepenveen op zoek gaan naar nog meer brokstukken heeft dan ook geen enkele zin. Het echtpaar bracht de steen echter naar de lokale hoofdonderwijzer, die hem uiteindelijk doorgaf aan zijn stiefzoon, een leerling aan de Rijks-HBS in Deventer.


Daar belandde de meteoriet in een mooi houten kistje op zolder, waar hij bleef liggen tot de school werd opgeheven en de leraren het hele kabinet aan oude instrumenten en curiosa in de afvalcontainer zagen verdwijnen. 'Een van hen heeft de meteoriet toen gered', vertelt Niek de Kort, sterrenkundige en voorzitter van het Nederlands Documentatiecentrum van Meteorieten, die precies uitzocht wat er met de meteoriet gebeurde nadat hij was ingeslagen.


Toen de betreffende leraar overleed, gaf zijn weduwe de meteoriet aan een verzamelaar, die er uiteindelijk mee op de camping van Henk Nieuwenhuis terecht kwam. Zij droeg de steen onlangs over aan Naturalis.


De twee dagloners hebben inderdaad bestaan, kan De Kort bevestigen, maar verder lijkt niemand destijds iets van de inslag te hebben gemerkt. In kranten en verslagen wordt er tenminste geen enkele melding van gemaakt. 'Maar het was ook een bewolkte dag, met af en toe regen, dat verhindert het zicht'.


Inmiddels zijn de onderzoekers druk bezig met de gedetailleerdere analyses van de steen. De kans is groot dat het materiaal stofkorrels bevat uit de interstellaire ruimte, zoals vaak het geval is bij koolstofchondrieten van deze ouderdom. Dit 'sterrenstof' is nog ouder dan het zonnestelsel. 'Dan kunnen we analyses doen aan materiaal uit moleculaire wolken, die zo ver weg zijn dat we ze normaal gesproken slechts met sterrenkijkers kunnen zien, of zelfs alleen uit berekeningen kunnen afleiden', zegt De Kort.


Vooral uit 'insluitsels' en 'chondren' - microscopisch kleine gestolde vloeistofdruppeltjes die bestaan uit gecondenseerde zonnenevel - valt veel te leren, weet Wim van Westrenen, petroloog aan de Vrije Universiteit, die voor dit onderzoek werd ingeschakeld. 'Hier zou het sterrenstof in opgesloten moeten zitten.'


Met een scheermesje sneden Van Westrenen en Langbroek al een paar flinterdunne plakjes van de meteoriet af, om deze onder de elektronenmicroscoop te bekijken en in het laboratorium te analyseren uit welke materialen ze bestaan. Het toverwoord daarbij is voorzichtigheid - de steen is broos en verliest bij de minste aanraking enkele korreltjes materiaal. 'Het lijkt wel wat op norit', merkt De Kort op.


Aan het eind van het gesprek gaat de meteoriet weer veilig terug in zijn kistje. De kruimeltjes - kleiner nog dan suikerkorrels - die zijn achtergebleven op tafel, worden een voor een met een pincet in een buisje gedaan. 'Precies genoeg voor één promotieonderzoek', glimlacht Van Westrenen. Want er valt nog een hoop te ontdekken aan deze steen uit de ruimte.


Stel: je vindt een rare steen. Op een gekke plek. Met een bijzonder uiterlijk. Hoe kom je erachter of het een meteoriet is?


Dat valt nog niet mee, vertelt Leo Kriegsman, hoofd geologie van Naturalis in Leiden. Gemiddeld eens per maand komt daar iemand met een mysterieuze steen aanzetten. Tot nu toe was het altijd loos alarm. 'Soms zijn mensen heel hardnekkig en worden ze boos als we vertellen dat ze geen meteoriet hebben gevonden', zegt Kriegsman. 'Maar we reageren altijd serieus. Het hoort bij ons werk.'


Vaak is het inderdaad makkelijker om te zeggen wanneer een steen géén meteoriet is. Bijvoorbeeld als hij een heel lage soortelijke dichtheid heeft, of vreemde uitsteeksels en scherpe randen. Meestal gaat het dan om slakken van oude smelterijen, of vuursteenachtige concreties, of kleine zwerfsteentjes uit de laatste IJstijd.


'Als de steen geen donkere smeltkorst heeft, is het vrijwel zeker geen meteoriet', zegt Kriegsman. Zo'n donker laagje, minder dan een millimeter dik, ontstaat door verhitting in de aardse dampkring. Turbulentie in de oververhitte lucht creëert vaak ook glooiende putjes in het oppervlak van de ruimtesteen, die nog het meest doen denken aan duimafdrukken in klei. Andere indicaties: zogeheten chondrulen in de steen - kleine, groenige bolletjes van minder dan een millimeter groot.


Ook als een steen letterlijk uit de lucht komt vallen, betekent dat niet per se dat het een meteoriet is. Kriegsman: 'Sommige vogels gebruiken stukjes beton of stenen tot een paar centimeter groot voor het bouwen van hun nest, en af en toe laten ze wat vallen.'


De kans om toevallig een meteoriet te vinden is extreem klein. In Nederland is het in elk geval nog nooit voorgekomen dat een meteoriet werd gevonden zonder dat iemand getuige was van de inslag.


Vanaf aanstaande maandag is op naturalis.nl veel aanvullende informatie te vinden. En op 18 en 19 januari 2014 organiseert Naturalis een speciaal meteorietenweekend. Iedereen mag dan langskomen met bijzondere stenen.


Paspoort


Naam: De Diepenveen


Soort: koolstofchondriet


Gewicht: 68 gram


Afmetingen: 5 × 3,5 × 3 cm


Geboortdatum: ongeveer 4,6 miljard jaar geleden


Een rare steen


En nu?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden