Meten wat een kind kan

Reportage..

Van onze verslaggever Bart Jungmann

amstelveen Nummer 448 zit nu nog op honkbal. De vraag is of dat zo zal blijven.

Bij de ingang van de zaal staat zijn moeder te kijken hoe nummer 448 springt, rent en een bal vangt. Over een paar weken zal op de deurmat ten huize van nummer 448 een enveloppe vallen. Daarin zit een rapportage van al dat springen, rennen en vangen. Misschien blijkt daaruit wel dat nummer 448 beter tot zijn recht komt in atletiek of handbal.

Nummer 448, leerling van een plaatselijke school, is dinsdagmiddag proefkonijn op het sportcentrum van de Vrije Universiteit in Amstelveen. Het centrum heeft een methode ontwikkeld om de lichamelijke bekwaamheid van kinderen voor een bepaalde sport te ontdekken. Vanaf nu kunnen ouders, scholen en verenigingen op deze plek hun kinderen op het spoor zetten van de meest geschikte sport.

Initiatiefnemer Henk Jan Zwolle vindt het niet gek dat de methode herinneringen oproept aan de praktijk in de DDR, het vroegere Oost-Duitsland. Dat doet het bij hem ook.

Het communistische regime, dat in 1989 onderuit werd gehaald, speurde methodisch naar sporttalent om de natie te dienen. Zwolle: ‘Maar van alles wat in de DDR gebeurde, was misschien vijf procent slecht en dat was het gebruik van doping.’

Ook directeur Jan Snellen van het sportcentrum vindt de vergelijking slechts ten dele gepast. ‘Wij zullen de kinderen echt niet in een spagaat drukken.’

Snellen ontvangt de leerlingen van het Amstelveen College om half twee. ‘Meestal wordt gemeten wat jullie niet kunnen’, zegt hij. ‘Vandaag gaan we eens meten wat jullie wel kunnen.’ Dat is volgens Snellen de kern van de boodschap. Kinderen ontdekken een sport, waarin ze misschien wel kunnen uitblinken en aan de hand van meetmethoden kan de ontwikkeling van hun talent worden gevolgd.

Het verband met ongepaste systematiek is door de tijd ook wel ingehaald. In 1992 was inspanningsfysioloog Henk Jan Zwolle betrokken bij het Olympisch Steunpunt in Flevoland. Toen al had hij de nu geïntroduceerde methode in de steigers staan. ‘In die tijd had je dus nog sterk de associatie met witte jassen.’ Nu is de het selecteren van talent volstrekt normaal in Australië en Engeland.

Zelf werd Zwolle bij toeval op het spoor gezet van roeien. Zijn vader vond het nodig dat er gesport zou worden. Via een buurmeisje belandde hij op 12-jarige leeftijd in een roeiboot. Bij de Spelen van 1996 maakte Zwolle deel uit van de Holland Acht die goud veroverde in Atlanta.

Volgens hem zijn roeien, basketbal en volleybal bij uitstek sporten waarin al op jonge leeftijd geselecteerd kan worden. Lengte en spanwijdte zijn doorslaggevende factoren. En kracht? ‘Daarop kan getraind worden.’

Het Kind en Ouder Sport Advies Centrum test verder op zaken als longinhoud, lenigheid, conditie en coördinatievermogen. Ook wordt met de kinderen gesproken over hun ambities en wensen.

Snellen benadrukt de praktische voordelen. Het is goed dat kinderen bewegen en dat doen ze langer in een sport die bij ze past. Maar een land dat zo uitdrukkelijk zijn ambitie formuleert met een Olympisch Plan 2028, is ook gebaat met een groot reservoir aan talent.

Dat laatste stemt Zwolle overigens somber. Het zijn veel woorden en weinig daden. Engeland zet voluit in op het zoeken van jonge talenten, maar Nederland is nog afhankelijk van individuele ambitie.

‘Bij ons gaat het altijd om de achterstandswijken. Van de rest wordt gezegd: die redt zich wel. Maar je moet die rest wel sturen in de richting die het meest passend is.’

vk.tv/sport

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden