Meteen na de invoering ging het al mis

De kritiek op het niveau van de tweede fase in het voortgezet onderwijs is niet nieuw. De onderwijsvernieuwing is nog jong maar kent toch al een onstuimig verleden....

In 1999 werd de tweede fase ingevoerd op alle scholen voor havo en vwo. De vakkenpakketten, die leerlingen vroeger in de bovenbouw zelf mochten samenstellen, verdwenen. De leerlingen volgen nu alleen een breed pakket algemeen vormende vakken, waaronder Nederlands, Engels, een vorm van wiskunde en het nieuwe vak algemene natuurwetenschappen (anw). Van de talen zijn alleen delen verplicht voor iedereen: wie niet speciaal voor een tweede vreemde taal kiest, leert Duits, Frans of Spaans alleen spreken of lezen. Dit zijn de zogeheten deeltalen.

Daarnaast kiest elke leerling een aantal vakken uit een van de vier profielen. Dat zijn: cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid, en natuur en techniek. Vervolgens hebben de leerlingen ook nog de keus uit een aantal vrije vakken, bijvoorbeeld een vak uit een ander profiel of een school-gerelateerd vak als godsdienst.

In totaal krijgt elke leerling te maken met veertien of vijftien vakken, veel meer dan vroeger. Dat was ook nadrukkelijk de bedoeling: het voortgezet onderwijs moest pittiger worden en beter aansluiten op de hogescholen en de universiteiten, die klaagden dat te veel studenten uitvielen in het eerste studiejaar. Het onderwijs moest bovendien moderner worden, met meer gebruik van nieuwe media en veel praktische opdrachten. Dit is het omstreden ‘studiehuis-concept’ waarin leerlingen zelfstandig ‘leren leren’.

Meteen na de invoering ging het mis. De leerlingen protesteerden na enkele maanden massaal omdat ze de studielast te zwaar vonden. Ook de docenten klaagden over de veelheid aan vakken en de uitgebreide examenstof. Daardoor blijft per vak te weinig lestijd over. Toenmalig staatssecretaris Adelmund besloot in 1999 en in 2000 al tot forse verlichtingen van het programma. Op scholen werd het daarna rustiger, maar nu is het hoger onderwijs ontevreden over de eerste lichtingen studenten-nieuwe stijl. Hun algemene vaardigheden zijn wel in orde, maar de ouderwetse vakkennis (taalvaardigheid, rekenvaardigheid, nauwkeurigheid, analytisch vermogen) van de studenten is slechter dan voorheen. Een groot aantal instellingen organiseert bijspijkercursussen voor de eerstejaars.

De derde reorganisatie komt er intussen aan. Minister Van der Hoeven legt de scholen vanaf 2007 minder verplichte lesstof op. Er komen meer keuzevakken. Dit moet onder meer de ‘versnippering’ van de aandacht van de leerlingen over de vele vakken tegengaan. De deeltalen verdwijnen en worden vervangen door volledige talen. Ook andere deelvakken worden geschrapt. De landelijke examenvoorschriften per vak worden bovendien drastisch beperkt. Voor havo-leerlingen die het alfa-profiel cultuur en maatschappij volgen, is wiskunde niet langer verplicht.

Met het tegengaan van de versnippering hoopt minister Van der Hoeven de verdieping per vak te vergroten en daarmee de vakkennis. De vraag is of dat genoeg is om het hoger onderwijs tevreden te stellen. Het Tweede Fase Adviespunt, dat de kritiek van de instellingen naar buiten heeft gebracht, denkt dat het hoger onderwijs de schuld ook bij zichzelf moet zoeken. De ‘zekere mate van teleurstelling’ onder de hogescholen en universiteiten over de tweede fase zou mede het gevolg zijn van te hooggespannen verwachtingen en slecht overleg met de scholen in het voortgezet onderwijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.