Metadata

Het was best een mooie sorry van Ronald Plasterk gisteren in de Tweede Kamer. Meteen uitgesproken toen hem na een uren durende oorwassing door een verbolgen parlement eindelijk het woord werd gegund. Doorspekt met woorden als 'zeer onverstandig' en 'dat had ik niet moeten doen' en 'ik bied mijn excuus aan'. Uitgesproken met fraaie trilling in de stem, geslagenhondenblik en royale dosis deemoed.


Man had goed opgelet toen staatssecretaris Fred Teeven in april vorig jaar het vege lijf redde met een 'als men het mij toestaat, zou ik dit debat ook willen aangrijpen om publiekelijk mijn verontschuldigingen aan te bieden aan de familie en vrienden van Aleksandr Dolmatov'. Teeven voegde aan zijn excuses het ietwat mysterieuze 'en die zijn gemeend' toe. De onfortuinlijke Frans Weekers had dat moeten onthouden, want zijn sorrymoment in de Kamer was zo cryptisch geformuleerd dat er alleen met de grootst mogelijke welwillendheid als een excuus was op te vatten.


De Kamer perste er gisteravond bij Plasterk nog een aantal varianten uit - de mooiste: 'Ik heb hier behoorlijk de pee in' - totdat Plasterk zich zo ongeveer had verontschuldigd voor elk mediaoptreden dat hij in zijn politieke carrière heeft gedaan. Daar was hij dus even zoet mee. Het ging veel over Nieuwsuur en Pauw & Witteman - je zag hier en daar bij de Kamerleden de jaloezie doorschemeren, want wat zouden ze graag zelf gebeld worden door zo'n redactie.


Sinds Jan Marijnissen in de Paarse jaren uit de vorige eeuw de term sorrydemocratie muntte - bewindslieden maken een fout, zeggen 'sorry' en gaan vervolgens vrolijk door met plucheplakken in de Trêveszaal onder het vrolijke motto 'niet aftreden maar optreden', zo luidde zijn klacht - zijn we geneigd te denken dat het vroeger beter was, dat een bewindspersoon vroeger manmoedig zijn biezen pakte zodra de situatie dat vereiste.


Dit weerlegden politicologen van de Universiteit Utrecht onlangs in een studie naar alle na-oorlogse kabinetten. Hun bevinding: het aantal onvrijwillig afgetreden bewindslieden is door de jaren heen juist toegenomen. Vroeger werden per decennium gemiddeld slechts vier bewindspersonen weggestuurd, met als meest tragische voorbeeld het gedwongen aftreden van Ernst Hirsch Ballin als minister van Justitie in 1994: hij kreeg onvoldoende steun in het parlement, omdat enkele Kamerleden van zijn eigen CDA afwezig waren wegens opnamen voor het televisieprogramma Sterrenslag.


Na de eeuwwisseling is dat drastisch gestegen: het afgelopen decennium sneuvelden negen bewindspersonen. De onderzoekers stelden vast: 'Nog nooit eerder zaten bewinsdlieden zo losjes op het pluche.' Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis traden tijdens de Balkenende-jaren ministers ook af wegens grove fouten van hun ambtenaren. Ook Rutte II raakte al twee staatssecretarissen kwijt, een wegens slordigheden met bonnetjes uit een vorig leven en een die helemaal zelf, geheel op eigen initiatief, zonder dat iemand hem ertoe had aangezet of een duwtje had gegeven, besloot spectaculair over zijn eigen losse schoenveters te struikelen.


Ronald Plasterk ondertussen zullen we voorlopig vermoedelijk niet terugzien op televisie. Ondertussen weten we nog steeds niet wat er over wie door wie verzameld wordt en met welk doel en waarom gedaan wordt alsof het binnenslepen van metadata ('Het zijn maar metadata, joh') tamelijk onschuldig is en niets van doen heeft met potentieel grove schendingen van de privacy.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden