Met zijn allen tegelijk naar het ziekenhuisspreekuur

Het bestond al in Amerika, nu ook hier: groepsspreekuren voor patiënten met dezelfde ziekte of aandoening. Het diabetesteam van het St Lucas Andreas in Amsterdam is enthousiast....

Van onze verslaggeefster Margreet Vermeulen

‘Kan je ermee sporten? En zwemmen? Voel je je fitter? Doet het inbrengen erge pijn?’ Met een zwierig gebaar tovert Robin (17) een klein kastje uit zijn broekzak. Van het apparaatje loopt een klein doorzichtig slangetje naar zijn lichaam. ‘Dit is alles’, zegt hij tegen acht, intens nieuwsgierige medepatiëntjes. ‘En als ik ga sporten geef ik mezelf met een druk op dit knopje een extra insulineshotje. Niemand die iets ziet.’

In Amerika is het heel gewoon: groepsspreekuren. Sinds kort gebeurt het ook in Nederland. Het St Lucas Andreas ziekenhuis in Amsterdam begon in 2005 te experimenteren met gemeenschappelijke consulten voor kinderen met diabetes en hun ouders. Het experiment is zo succesvol dat het ziekenhuis soortgelijke spreekuren is begonnen voor ouders van prematuren (te vroeg geboren baby’s). Ook voor kinderen met overgewicht overweegt het St Lucas Andreas groepsconsulten te beginnen.

De artsen vinden dat ze met de nieuwe werkwijze betere zorg verlenen en grote tijdwinst boeken. Bovendien is het een verademing om niet de hele middag hetzelfde verhaal af te hoeven draaien. Ook de patiënten zijn veelal beter af. Er wordt geen tijd meer in de wachtkamer vermorst. Daarnaast leren de patiënten van elkaar en zijn ze elkaar tot steun.

De moeder van Melanie (9) heeft soms slapeloze nachten sinds ze drie weken geleden hoorde dat haar kindje diabetes heeft. ‘Hoe weet ik nou dat Melanie niet in coma raakt? Hebben jullie dat weleens meegemaakt?’

De moeder van Shaima (14) knikt. ‘Een keer raakte mijn dochter in haar slaap buiten bewustzijn. Ik heb toen suikerwater op haar lippen gesmeerd en 112 gebeld natuurlijk. Maar na een klein kwartiertje kwam ze gelukkig weer bij.’ ‘Wat goed dat je niet in paniek raakte’, vindt de moeder van Melanie.

De artsen van het St Lucas Andreas noemen het groepsconsult een enorme aanwinst. ‘In eerste instantie dachten we: jeetje, wéér wat nieuws’, vertelt medisch psychologe Alet Meurs. ‘Maar al snel raakten we enthousiast toen we zagen hoeveel we van elkaars deskundigheid kunnen leren. Dit is veel effectiever dan wanneer de deskundigen de patiënt in 20 minuten moet uitleggen hoe alles in elkaar steekt.’

De diabetesgroep, dit keer bestaande uit acht patiënten, hangt aan de lippen van Robin als de knul uitlegt wat de voor- en nadelen van de insulinepomp zijn in vergelijking met vier insuline-injecties per dag. ‘Het inbrengen doet wel flink pijn’, vindt Robin. ‘Maar het hoeft maar eens in de drie dagen. Spuiten moet vier keer per dag. En ik hoef nooit meer al die medicijnen mee te slepen.’ De kinderarts, Kete Ramaker, luistert geboeid naar haar patiënt. ‘Zij zijn de ervaringsdeskundigen. Wij hulpverleners weten toch niet echt hoe het is om met suikerziekte te leven.’

Het groepsconsult duurt anderhalf uur. Ieder kind komt apart aan de beurt. De anderen luisteren mee en kunnen tussendoor vragen stellen. Aan elkaar én, in dit groepsspreekuur, aan maar liefst vier deskundigen: de kinderarts, de diëtiste, de verpleegkundige en de psychologe. Er ontstaan levendige gesprekken over goede en foute vetten en over ‘prikangst’. Wat te doen als je zoon of dochter van de ene op de andere dag niet meer durft te prikken? ‘Oefenen op een sinaasappel’, weet de een. ‘Dan moet je het als ouder weer een tijdje overnemen’, adviseert de ander.

Tijdens deze groepsgesprekken ziet de psychologe vanzelf wie extra ondersteuning nodig heeft en wie juist niet. ‘Dat is een belangrijke vorm van tijdwinst’, aldus Meurs.

De groepsconsulten zijn vrijwillig. Wie de dokter liever onder vier ogen spreekt, kan daarvoor kiezen. Maar de meeste patiënten verlangen niet terug naar de ‘carrousel’ van vroeger waarin ze drie keer 20 minuutjes kregen om de kinderarts, de diëtiste en de verpleegkundige te spreken. Tussen de afspraken door zat iedereen in de wachtkamer.

‘Je voelt je hier gesteund’, vindt de moeder van Shaima. ‘Het is de eerste keer dat Melanie kinderen ontmoet die ook diabetes hebben. Op school is ze de enige.’

De pubers in de groep willen van Robin nog veel meer weten over de insulinepomp. Hoe zit dat ding in je huid vastzit, bijvoorbeeld. ‘Met een klein naaldje. Aan de bovenkant van mijn bil, net onder de rand van mijn zwembroek. Willen jullie het even zien?’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden