Column

Met Willem Oltmans kon je best lachen

Beeld Gabriël Kousbroek

In de vliegmachine van Mokum naar Faro las ik Min Kamp, de hexalogie van Karl Ove Knausgård. Uiteraard in het Noors al betrof dat geen peulenschil omdat de schrijver veel hapax legomena en onomatopeeën gebruikt. Op de luchthaven van Faro aangekomen, pakte ik mijn fiets die twee weken zonder slot tegen de verkeerstoren had gestaan. Zulks kan bij ons in de Algarve.

Terwijl ik naar mijn datsja peddelde, besloot ik de Nederlandse Min Kamp te gaan schrijven. Ik rekende uit dat het een deeltje of zesendertig mocht worden, want ook ik heb veel meegemaakt. Deel 1, 2 en 3 spelen zich af in de couveuse die van grote invloed zal blijken te zijn op het verdere verloop van mijn leven.

De diverse verslavingen die mij teisterden en de seksuele aberraties die ertoe leidden dat ik twee jaar langer over mijn proefschrift deed, besloot ik over te slaan omdat die irrelevant zijn en alleen maar afleiden. De grootste uitdaging ging het beschrijven van mijn huidige biotoop worden, in deel 27 en 28. Dat is geen sinecure want in de Algarve wemelt het van de diverse blommen, bomen en struiken. De lezer vindt dat mooi, paginalange beschrijvingen van bijvoorbeeld een heideroosje.

Tijdens de zoveelste sanitaire stop (notitie: thuis even prostaatkanker googlen) kreeg ik een onverwachte terugval qua positiviteit want ik moest aan Willem Oltmans denken, de vrede zij met hem. Hij was mijn buurman op de Westerkade in de Jordaan. Beiden hadden we een kamer ter grootte van een schoenendoos, de huur bedroeg 140 gulden. Zijn hok stond tot de nok vol met zijn onuitgegeven memoires, met de hand opgeschreven in bruine cahiers. Ik heb er wel eens eentje gelezen uit beleefdheid. Dat viel niet mee want er was - hoe zal ik het niet al te vals uitdrukken - een enorme discrepantie tussen zijn vermaarde eloquentie en zijn talent als scribent. Toch kon je best lachen met Willem, vooral als hij op hete zomeravonden in hotpants en een minuscuul hemdje ging cruisen in het park of bij de pisbak.

Inmiddels ben ik thuis en bestudeer ik met een loep de Acanthus Mollis, die nu volop bloeit. De stekelige berenklauw, zoals wij hem oneerbiedig noemen, gaat een grote rol spelen in deel 29. In deel 30 onaneer ik dan totaal onverwacht op een bed van violen. Beschouw het als een knieval aan de commercie. Bovendien: de natuur is mooi, maar je moet er wel wat bij te rukken hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden