Column

Met verstandig beleid pak je geen stemmen van Wilders

Sneuvelen

 

Mensen doodwensen hoort niet bij het kabinetsbeleid, zei vicepremier Lodewijk Asscher gisteren. Er was daarover misverstand gerezen, nadat premier Rutte donderdagavond in het RTL-verkiezingsdebat had gezegd dat wat hem betreft jongeren die zich aansluiten bij IS beter kunnen sneuvelen dan weer terugkeren naar Nederland.

Er zijn inmiddels tientallen Nederlanders gesneuveld in Syrië en Irak, dus de premier wordt op zijn wenken bediend. Maar het kan beter, want er zijn ook tientallen strijders levend naar huis gegaan. En dat is dus niet de bedoeling.

Volgens Asscher deed Rutte zijn uitspraak als 'VVD-voorman' en daarom vond hij dat het moest kunnen. Daarmee zei Asscher met zoveel woorden dat er aan uitspraken gedaan in verkiezingscampagnes niet te veel waarde moet worden gehecht - een standpunt dat ik deel. Weliswaar zei Rutte er donderdag bij dat hij sprak 'als premier', maar dat mogen we van Asscher met een korreltje zout nemen. Rutte trad op als campagnevoerend premier en niet als regerend premier - een belangrijk verschil.

Sneuvel-stelling

In campagnetijden is niets wat het lijkt en om te voorkomen dat het kabinet straks nóg meer gedoogsteun moet zoeken in de Eerste Kamer en de PVV daar de grootste partij wordt, is veel veroorloofd, vond ook Asscher.

'Ik weet zeker dat het grootste deel van Nederland achter mij staat', zei Rutte, en vermoedelijk is dat ook zo. In elk geval was een meerderheid van de RTL-kijkers het eens met de sneuvel-stelling. Een premier moet ook dingen durven zeggen waarvan hij weet dat een meerderheid van de Nederlanders het niet met hem eens is, maar in verkiezingstijd is dat niet verstandig.

'Ik kijk recht in de camera', zei de premier, alsof hij nog eens extra duidelijk wilde maken hoe zijn opstelling moest worden geïnterpreteerd. Ik stelde me voor hoe ouders van wie een zoon of dochter het in zijn kop heeft gehaald af te reizen naar het kalifaat terugkeken: toch op zijn minst met gemengde gevoelens. Rutte is ook hún premier.

Ivo Opstelten zei dat 'wij' het met de opstelling van Rutte eens waren. Wie die 'wij' waren legde hij niet uit: het kabinet, de VVD, het ministerie van Justitie of de leden van Opsteltens wandelclub: het bleef onduidelijk. Misschien doelde hij op mevrouw Opstelten en hemzelf of spreekt hij inmiddels in de pluralis majestatis. Voor een minister van Justitie was het in elk geval merkwaardig het recht aan de kant te schuiven en in te stemmen met executie zonder vorm van proces.

Toen Geert nog niet had afgezegd

De stelling dat het 'voor de veiligheid van alle Nederlanders beter is dat jihadisten sneuvelen in de strijd dan dat ze terugkeren' is een volstrekt loze. Hij was overduidelijk bedacht toen Geert Wilders nog niet had afgezegd en was bedoeld om de boel flink op stelten te zetten en te voorkomen dat de kijkers wegzapten naar Wie is de mol.

Je kon het ermee eens zijn of oneens, en dat was het dan. Er valt moeilijk beleid te voeren dat is gericht op het verhogen van het sneuvelpercentage. Tenminste, zolang je Nederlandse straaljagerpiloten niet wilt opzadelen met de instructie vooral Hollandse jihadisten te bombarderen.

Je kunt inzetten op het tegengaan van radicalisering, of proberen vertrekkers tegen te houden. Je kunt teruggekeerde jongeren in de gaten houden en je best doen hen bij zinnen te brengen. Dat doen we allemaal ook, wat verstandig is. Alleen pak je met verstandig beleid geen stemmen af van Wilders en met stoere onzin wel: leve de democratie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.