Met twee toetsen kun je scholen best vergelijken

De openbare vergelijking van basisscholen is goed mogelijk als je in het begin en aan het eind toetst.

Gisteren besloot staatssecretaris Sander Dekker om openbaarmaking van de Citoscores in een vergelijkend overzicht tegen te houden in afwachting van het oordeel van de rechter. Hiermee komt hij tegemoet aan de lobby van de basisscholen die zich fel verzetten tegen zo'n vergelijking. De besturen van basisscholen en de PO-Raad duikelden over elkaar heen om de onwenselijkheid van deze openbaarmaking te beargumenteren.


Ton Duif, directeur van de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS) zegt: 'De Citoscore is bedoeld als onafhankelijk hulpmiddel, ter ondersteuning van het advies van de leraar. Dat advies komt tot stand aan de hand van acht jaar onderwijs. Dat legt veel meer gewicht in de schaal dan een momentopname als de Citotoets' (Ten eerste, 7 maart).


De opmerking van Ton Duif vindt echter maar heel beperkt navolging in de praktijk. Dat wil zeggen: de leraar kan de uitslag enigszins nuanceren. Maar grote verschillen tussen zijn advies en de uitslag leiden slechts zeer sporadisch tot toelating op een hoger schoolniveau dan de Citoscore aangeeft. Op 16 maart bleek dat 60 procent van de bassisscholen overweegt de Citotoets af te schaffen als Dekker de onderlinge vergelijking doorvoert.


Volgens Fred van Leeuwen en Agnes Jongerius (O&D, 9 maart) moet men de leraar nooit aanspreken op uniform gemeten prestaties van de leerling - dus één meetmoment - omdat de beginsituatie bepalend is voor de leercapaciteit over de basisschoolperiode. Zij wijzen daarom elke poging van de hand om de prestatie van de leraar te meten door de prestaties van het kind te bezien. Maar als we de leraar niet meer op de resultaten van de leerling kunnen aanspreken, wie dan wel?


Het argument van de PO-Raad nadert dichter tot de kern. De raad meent dat een eerlijke vergelijking tussen scholen vereist dat de achtergrond van de leerlingen die de school binnenkomen is meegenomen. Juist omdat we weigeren dat onderscheid te maken, vervallen we in schijnoplossingen. Zo is recentelijk de 'eindtoets-niveau' ingevoerd voor leerlingen die wat minder hoog scoren in taal en rekenen. Deze 'eindtoets-niveau' voor veronderstelde minder slimme leerlingen en de basistoets voor de slimmere kinderen is een schijnoplossing, omdat we dan nog steeds niet weten welke scholen succesvol zijn in het aanspreken van talent. Voor een kind dat geen Nederlands kent als het de basisschool betreedt, duurt het immers veel langer om te leren lezen dan voor een Nederlandstalig kind.


Een goede school onderscheidt zich van een slechte school in de mate waarin men die achterstand over de schoolcarrière in het primair onderwijs weet in te lopen. Om te weten hoe goed een school de talenten van het kind aanspreekt, moeten we op twee momenten meten: aan het begin en aan het einde van de basisschool. Naarmate het verschil tussen die twee punten toeneemt, hebben we te maken met een betere school.


Nu zou een bezwaar tegen zo'n meetsysteem kunnen luiden dat we de scholen al bij voorbaat stigmatiseren als zij een grote instroom hebben van leerlingen met een lagere beginsituatie. Anderzijds geeft het scholen een enorme prikkel om de talenten van individuele leerlingen aan te spreken. De gemiddelde toename geldt immers voor leerlingen die met weinig én die met veel achterstand het primair onderwijs ingaan. Het beleid van de school moet zich dus op beide groepen richten, wil die school een goed cijfer van ontwikkelvoortgang kunnen laten zien. De introductie van twee meetmomenten geeft daarom juist de school die nu wellicht wordt gestigmatiseerd, de kans om op basis van resultaten aan dat stigma te ontkomen.


Voorts maakt de introductie van twee meetmomenten het bestaan van een Citotoets voor slimme en andere kinderen overbodig. Wie is de leraar om te bepalen dat de leerling de moeilijke Citotoets niet kan maken?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden