Met Turkije wil het niet vlotten

Hoeveel Europese politici zouden nog verwachten dat Turkije ooit lid wordt van de Europese Unie?

Opnieuw is ginds door kiezers een streep door de Brusselse rekening gehaald. In het slechts door Ankara erkende Turkse mini-republiekje Noord-Cyprus heeft zondag de rechtse kandidaat Eroglu de presi­dentsver­kiezin­gen gewon­nen, en daarmee lijkt een verzoe­ning met de Griekse EU-helft van het eiland verder weg dan ooit.

Weigering
Een dergelijke verzoening is noodzakelijk om voortgang te boeken - niet alleen op Cyprus zelf, maar ook in de Europees-Turkse toetredingsonder­handelingen. Ankara weigert nog steeds om de officiële Cypriotische regering te erkennen, zoals het ettelijke jaren geleden had toegezegd.

Brussel kan niet anders dan strict aan die toetredingsvoorwaarde van voorafgaande Turkse erken­ning van een eigen lidstaat vasthouden, want zonder zo'n erkenning loopt ingeval van Turkse toetreding meteen de Brusselse besluitvormingsmachine vast.

Om tot enig besluit te kunnen komen is het immers absoluut noodzake­lijk dat elk van de aanwezigen de legitimiteit van de anderen erkent - en dat is van Turkse zijde nu niet het geval. En zelfs als dat voor de meeste lidstaten geen bezwaar mocht zijn: elk land be­schikt bij de ballotage van nieuwe leden over vetorecht, en Cyprus zal vast niet schromen dat te gebrui­ken als het het eigen naakte voortbestaan betreft.

Recalcitrantie
Op Cyprus zelf zit de zaak nu muurvast. Bij het refe­ren­dum dat indertijd via verzoening de weg voor toetre­ding van Cyprus tijdens de grote Oosteu­ro­pese uitbreidingsronde ­moest helpen effenen, stemde het Griekse bevol­kingsdeel merendeels tegen, en zag zijn recalcitrantie vervolgens alsnog dankzij chantage van Athene - Cyprus erbij of niemand erbij - beloond.

Het Turkse bevolkings­deel stemde toen nog in meerderheid voor - en zag vervolgens zijn braaf­heid met buitensluiting bestraft. Nu heeft men ook aan die zijde de kont tegen de krib gegooid.

Restant
De regering in Ankara kan zich politiek niet veroorloven om zelf de Turkse Cyprioten te laten vallen - ook als daardoor onherroepelijk de deur naar Brussel dicht blijven moet. Het 'behoud' van Cyprus weegt nu zwaar­der: het vormt voor de Turken het laatste restant van het grote Ottomaanse Rijk, dat in hun ogen door Europese conspiratie ten onder is gegaan. Juist dat trauma maakt de Turken in territoriale kwesties overge­voelig voor alles wat riekt naar Europese druk. Ook hun halsstarrigheid in de Armeense genoci­dekwestie moet in dat licht worden gezien.

Virulent
En juist de huidige islamistische regering van Erdogan moet bij zulke thema's extra op haar tellen passen, omdat de oude kemalisti­sche elite, waarmee zij nu in een politiek en juridisch gevecht op leven en dood verwikkeld is, elk blijk van toegevendheid aan Grieken, Cyprioten en Armeniërs als verraad van de nationale eer en uitverkoop van de natio­na­le belangen aan de kaak zal stellen. Gezien het virulente nationalisme van de Turken kan dat tegen de achtergrond van hun alleen-op-de-wereld-com­plex al snel een politiek dodelijk wapen zijn.

Eenstemeer kan Ankara Noord-Cyprus niet laten vallen omdat Europa daar momenteel weinig tegenover stelt - en ook weinig tegenoverstellen kan. Het Europese perspectief is mede door het gebrek aan democratische vorde­ringen in Turkije zeer verbleekt; wat dat betreft spreekt het kribbig verlo­pen recente bezoek van Angela Merkel boekdelen.

De meeste Europe­se burgers zijn tegen een Turks lidmaatschap, en aan die weerzin kunnen zich ook hun regeringen - op straffe van electorale zelf­moord - niet onttrek­ken. En dat zorgt er weer voor dat Erdogan tegenover de onbuig­zame nationalisten in eigen land niet meer met Europese com­pensatie schermen kan.

Etnische eenheid
Daarmee wordt steeds duidelijker hoezeer Brussel met het beginnen van de onderhandelingen indertijd onrealistische verwachtingen heeft gewekt: de prijs die het van Turkije moet verlangen valt voor Turkije niet op te brengen. Dat betreft niet alleen Cyprus, maar ook de mensenrechten- en minderhedenproblematiek omdat toepassing van de Europese normen aan Atatürks politiek noodzakelijke fictie van de Turkse bevolking als etnische eenheid een einde maken zal.

Dat het daardoor niet mogelijk is om de onder­hande­lingen succes­vol af te ronden valt Brussel niet te verwij­ten - wel dat het dat niet bijtijds heeft voorzien, zodat nu de verhoudin­gen nodeloos zijn verzuurd.

Kritiek
De verhoudingen tussen Turkije en Europa worden ook door iets anders in toenemende mate verzuurd: door het wangedrag van de oude stille Turkse bondgenoot Israël dat, uit onvrede over de Turkse kritiek op de Gaza-slachting, Ankara recent in de persoon van de Turkse ambassadeur op een onvoorstelbaar domme wijze heeft geschoffeerd.
De Turken zijn in overgrote meerderheid nu eenmaal moslim: dat is iets wat noch - in hun hang naar modernisering - de kemalisten in eigen land, noch - op geostrategische gronden - de Europese en Israëlische politici lange tijd hebben willen zien.

Dat betekent zowel dat Turkije cultureel minder 'Europees' is dan het door zijn seculiere uiterlijk lijkt, als dat de Turkse regering niet straffeloos de sympathiegevoelens onder de eigen bevolking voor de Palestijnen kan negeren. Het wegkijken van het Westen bij de Israëlische bezetting heeft zo inmiddels niet alleen de verhoudingen met de Arabieren, maar ook met de Turken nodeloos op scherp gezet.

NAVO-bondgenoot Turkije vormt voor Europa een van de belangrijkste buren. Belangrijke buren neem je niet achteloos in huis, maar je maakt er ook niet duurzaam ruzie mee. Ook dat maakt een funda­mentele Europese koerswijzi­ging inzake Israël uit eigenbelang hoogst urgent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.