Met stip op nummer één?

De juiste universiteit of hogeschool kiezen valt niet mee, en de rankings waarin alle scholen weer verschillend scoren maken het niet eenvoudiger. Zo word je wijs uit de ranglijsten.

Kiezen voor het beste, dat willen we allemaal. Zeker nu de arbeidsmarkt stagneert en zich donkere wolken samenpakken boven het studiefinancieringsstelsel. Gelukkig verschijnen er talloze lijstjes met de beste universiteiten in de wereld of de beste opleidingen van Nederland - rankings, in jargon.


Het lijkt eenvoudig: men neme de rankings en schrijve zich in bij de nummer één. Helaas, alle rankings wijzen een andere nummer één aan. Zo vindt de ene internationale ranking de Universiteit Leiden de beste van Nederland, de ander de Universiteit Utrecht en de derde de Technische Universiteit Delft. Negeren dan maar, die rankings? Nee, maar je moet ze wel kritisch benaderen.


Internationale rankings zeggen weinig over onderwijskwaliteit

Het overzichtelijkste onderscheid in het oerwoud van de rankings is dat tussen internationale en nationale lijstjes. Internationaal zijn de Times Higher Education, de Shanghai Index en de QS World University Ranking het gezaghebbendst. Zij meten kwaliteit van universiteiten en hogescholen over de hele wereld.


Afgaand op die internationale ranglijsten, mag de Nederlander zich gelukkig prijzen. In de vorige week verschenen Times Higher Education-index staan alle Nederlandse universiteiten in de wereldwijde top-500. Het Nederlandse universitaire onderwijs hoort dus bij de beste 1 procent. Dat is niet niks, maar ook niet alles. De échte top haalt Nederland niet. In de toptien staan de usual suspects uit de VS en Groot-Brittannië: Oxford, Cambridge, Harvard, Berkeley, gevolgd door opstomende Aziatische universiteiten.


Internationale lijsten zijn handig voor hoogleraren of aanstaande promovendi. Voor studiekiezers zijn ze maar matig interessant. Ze oordelen over de universiteit als geheel, niet per opleiding. Internationale rankings letten in de eerste plaats op de kwaliteit van het onderzoek: het aantal wetenschappelijke publicaties per hoogleraar en hoe vaak onderzoek van een universiteit wordt genoemd in wetenschappelijke tijdschriften.


Daarmee blijft veel onvermeld, zoals de hoogte van het collegegeld. Bij topuniversiteiten is dat vaak veel hoger dan in Nederland. Bovendien zeggen internationale rankings weinig over de kwaliteit van het onderwijs.


Nederlandse rankings gebruiken elk andere criteria

Wie de hbo bedrijfskunde wil doen, kan zich oriënteren aan de hand van de twee belangrijkste binnenlandse ranglijsten: de Higher Education Review van Elsevier en de Keuzegids Hoger Onderwijs. Zij ordenen niet alleen instellingen, maar ook opleidingen.


Elsevier raadt bedrijfskundigen de Christelijke Hogeschool in Ede aan of de Fontys Hogeschool in Eindhoven. Ook in de Keuzegids staat CHE Ede op één, gevolgd door de Avans Hogeschool in Den Bosch. Fontys staat derde. Het ontloopt elkaar niet veel, ook niet onder aan de lijst, waar de randstedelijke hbo's bungelen: de hogescholen van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.


Toch zijn er verschillen. Dat komt omdat de rankers anders meten. Ze baseren zich op een combinatie van feiten, zoals aantal studenten, hoogte van het collegegeld en afstudeerrendement, en op meningen. Daarvoor gebruiken ze de Nationale Studenten Enquête (NSE), een vragenlijst die eens in de twee jaar wordt voorgelegd aan duizenden studenten. Daarin vellen zij een oordeel over allerlei aspecten van hun opleiding: de docenten, toetsingsmethoden, het aantal contacturen, faciliteiten als collegezalen en computers en de communicatie. De makers van de lijsten kiezen welke onderwerpen ze belangrijk vinden en hoe zwaar ze die meewegen.


Een aankomend student kan dus het beste van tevoren bedenken aan welke criteria hij de meeste waarde hecht. Wil je na het hbo graag naar de universiteit, dan moet je een opleiding zoeken waar het percentage doorstromers naar de universiteit hoog is; wil je zeker weten dat je goed les krijgt, kies een opleiding waar de tevredenheid over de docenten hoog is.


De binnenlandse rankings baseren zich dus grotendeels op subjectieve oordelen. Dat is het best te zien in de Elsevier-lijst, waarvoor behalve studenten ook hoogleraren worden ondervraagd. Die komen steevast tot een andere topdrie dan de studenten.


Universiteiten en hogescholen gebruiken internationale rankings voor zelfpromotie

Surf naar de site van een willekeurige universiteit of hbo en de kans is groot dat je een recent bericht aantreft waarin de hele instelling of een aantal opleidingen worden bejubeld vanwege een hoge score in een ranking.


'Rankings zijn belangrijk voor de internationale reputatie van universiteiten', zegt Fons Elbersen, directeur marketing en communicatie van de Universiteit Maastricht, waar 40 procent van de studenten uit het buitenland komt. 'Voor Nederlandse studenten is het moeilijker vast te stellen hoeveel waarde ze aan rankings hechten.' Het gaat niet alleen om studenten: 'Een beter internationale reputatie maakt het aantrekken van buitenlandse hoogleraren ook eenvoudiger.'


De fascinatie voor deze lijstjes is vrij nieuw. Begin jaren negentig, toen de Keuzegids Hoger Onderwijs begon, moesten veel universiteiten er niets van hebben, zegt initiatiefnemer Frank Steenkamp. 'Ook het publiek, studenten en hun ouders, gaf er nog niet zoveel om. Onderwijs was van de overheid, dus dan zat het goed, was de gedachte. Dat is nu wel anders.'


Hij doelt op de recente debacles bij Hogeschool Inholland en Windesheim, waar de kwaliteit van bepaalde opleidingen zo bedroevend was dat het diploma weinig waarde had. Organisaties als de Landelijke Studentenvakbond (LSVB) en het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) hebben daarom met succes gepleit voor meer openheid over onderwijskwaliteit, zodat aanstaande onderwijsconsumenten zelf kunnen vergelijken.


Het ministerie van Onderwijs riep in 2008 al Studiekeuze123 in het leven, een door de overheid gesubsidieerde organisatie, bestuurd door de universiteiten en hogescholen zelf. Studiekeuze123 is onder andere verantwoordelijk voor het afnemen van de Nationale Studenten Enquête, waarop alle binnenlandse rankings zich baseren.


Sinds kort heeft Studiekeuze123 ook een eigen instrument om opleidingen te vergelijken: Studie in Cijfers. Nu bestaat dat alleen nog voor het hbo, maar vanaf mei 2014 ook voor alle Nederlandse universitaire opleidingen. Studie in Cijfers wil studenten zelf laten kiezen - en maakt dus geen ranglijst. Onderwijsbestuurders vrezen de binnenlandse rankings


Onderwijsbestuurders vrezen de binnenlandse rankings

Veel onderwijsbestuurders hebben dubbele gevoelens over de openheid over kwaliteitsgegevens van onderwijsinstellingen. 'Ik ben een van de voorvechters geweest van openheid over onderwijskwaliteit', zegt Ron Bormans, bestuursvoorzitter van Hogeschool Rotterdam. 'Toch ben ik soms flink ziek van die rankings.'


In de Keuzegids en de Elsevier is de Hogeschool Rotterdam een middenmoter met enkele goede, maar ook enkele zeer slecht beoordeelde opleidingen. 'Als je alles goed op orde hebt, kom je ook goed naar voren in de lijstjes, daarvan ben ik overtuigd. In de studentenoordelen zie ik dat ze bij ons over de onderwijskwaliteit wel tevreden zijn, maar over de organisatie van sommige opleidingen minder. Dus moeten we daarmee aan de slag.'


Andere instellingen relativeren rankings wanneer hun dat uitkomt. De Universiteit van Amsterdam (UvA) scoort goed in internationale rankings, vooral als die ook de reputatie van de stad meewegen. In Nederlandse rankings presteert de UvA beduidend minder, vooral als het de tevredenheid van de studenten betreft. Gevraagd naar een reactie zegt de UvA dat 'internationale rankings uitgaan van objectieve criteria en de Keuzegids en Elsevier vooral van subjectieve oordelen. De vraag blijft daardoor hoeveel die in werkelijkheid zeggen over de kwaliteit van het onderwijs zelf - wat voor de UvA voorop staat.'


Wat Frank Steenkamp van de Keuzegids betreft mag het vergelijken van de kwaliteit van opleidingen nog veel verder gaan. Lang niet alles is bekend. 'Uitvalcijfers bij masteropleidingen bijvoorbeeld, die zijn in Nederland nog niet openbaar, terwijl de uitval bij veel opleidingen groot is. Ik vind dat studenten het recht hebben dat te weten.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden