Met spoed gezocht: een fulltime kanotrainer

In de Nederlandse kanosport is het Lonely at the Top. Dus stuurt de eenzame kampioen zijn sponsorauto over de Europese wegen met op de zijkant een steeds weer hoger wordend getal: 27 X NEDERLANDS KAMPIOEN KIEST VOOR DE FELICIA....

Van onze verslaggever

Rolf Bos

AMSTERDAM

Ook vandaag rijdt de kampioen nog met dat getal rond, maar is het zaak dat hij snel even bij de kantoorboekhandel langsgaat voor de plakcijfers 3 en 0. Want sinds de recente NK, het afgelopen weekeinde op de met knusse tenten en caravans van deelnemers omzoomde Amsterdamse Bosbaan, is Jean-Paul Sits dertig keer nationaal kampioen.

Liefst 150 duizend Nederlanders stappen elk jaar wel 'ns in een kano. Van dat respectabele aantal ziet het grootste deel het varen in zo'n rank bootje als een puur recreatieve aangelegenheid. Peddelend langs rietkraag, reiger en lisdodde is het een-met-de-natuur-zijn het belangrijkste doel. Slechts een klein aantal kanoërs doet aan wedstrijdsport, een nog geringer aantal is daar écht serieus mee bezig.

Edwin de Nijs, Nicole Bulk, Jean-Paul Sits en Jan-Dirk Nijkamp - het zijn de namen van kanoërs die bij nationale kampioenschappen sinds jaar en dag de dienst uitmaken. Sommigen zijn er al langer dan een decennium bij (Nijkamp), anderen bevolken vooral de laatste jaren de top van de ranglijsten.

Op nationaal niveau althans, want op internationaal vaarwater komen ze allemaal nog een aantal bootlengtes te kort op het vlakke water. Slechts op de marathon (een kano-afstand rond de dertig, veertig kilometer) kunnen Bulk en De Nijs zich meten met de wereldtop.

Jean-Paul Sits mag dan al 30 maal de beste Nederlandse kanoër zijn geweest (solo in de K I, of samen met een partner in de K II, over de 500 of 1000 meter), internationaal heeft hij nog maar weinig in de melk gebrokkeld. Hij sneuvelt bij grote kampioenschappen steevast in halve finales of herkansingen. Voor hem waren er dit jaar dus geen Olympische Spelen.

Maar de kanoër uit De Rijp zag ook geen andere collega's op Schiphol richting Atlanta vertrekken: voor het eerst sinds 1936 (!) werd dit jaar geen Nederlandse peddel in Olympisch vlakwater gestoken. Routinier Jan-Dirk Nijkamp was er in 1992 nog bij in Barcelona (maar faalde), de jaren van de beide Annemarie's (Derckx en Cox; in 1984 en '88 zilver en brons) liggen verder weg in de vergetelheid.

Het gaat dus niet goed met de Nederlandse kanosport? Ja en nee. Nicole Bulk (nationaal op álle afstanden ongenaakbaar) werd eind vorige maand in het Zweedse Vaxholm derde tijdens het wereldkampioenschap marathon. Ze legde de veertig kilometer in ruim 2 uur en 52 minuten af. Edwin de Nijs werd bij de mannen op hetzelfde noordelijke water vierde, en was in 1995 al eens Europees kampioen in het Spaanse Murcia. Dit weekeinde won hij in het Italiaanse Pavia een internationale wedstrijd. Maar helaas is de kano-marathon géén Olympische afstand.

Wel Olympisch is de korte baan, en daar leggen de Nederlanders het op de 500 en 1000 meter af in een internationaal veld. Jean-Paul Sits weet ook hoe dat komt: 'De Nederlandse kanobond is niet goed bezig. Er is geen full-time coach, daar waar die er wél zou moeten zijn. Voor de bond is kanoën óók een breedtesport, en dat maakt het moeilijk kiezen. Het is topsport én breedtesport, en dat gaat dus niet samen.'

Wat hem betreft, vertrekt de huidige, part-time trainster Irene Pepinghege morgen nog. 'Een goede coach, maar niet goed genoeg voor dit niveau. Het klinkt hard, maar topsport móet hard zijn.'

De NKB is pas nu bezig de opgelopen achterstand in te lopen, zegt hij. Sinds kort wordt de kennis van inspanningsfysioloog (én gouden Holland-Achtroeier) Henk Jan Zwolle benut bij het marathonvaren. De roeier test de kanoërs wetenschappelijk, stelt samen met hen schema's vast. Sits: 'Dat had al veel eerder moeten gebeuren. We kampen echt met een achterstand. Kano-topsport is in dit land niet mogelijk binnen de huidige structuur.'

Sits heeft al een nieuwe trainer op het oog, de Duitser Jens Kahn, die bondscoach in België was. 'Die man is erg goed, begrijpt onze cultuur, spreekt de taal, en heeft een uitstekend wetenschappelijke achtergrond. Met hem als trainer moet het mogelijk zijn om weer Nederlanders bij de beste tien van de wereld te krijgen. Dan is er misschien nog steeds een groot talent als de Noorse Olympisch kampioen Knut Holmann die constant wint, maar daarachter wordt weer alles mogelijk, ook voor Nederlanders.'

Einzelgänger Sits trainde en woonde het afgelopen seizoen in Berlijn, op een voormalige DDR-sportschool. 'Niks anders dan sporten, Spartaans en hard, maar ik vond het geweldig.' Dat hoofdstuk is afgesloten, maar de kanoër kiest ook het komend seizoen niet voor Nederland, of 'de bond moet een geheel nieuwe koers inslaan'. Waarschijnlijk gaat hij varen in het Duitse Essen, waar hij weer de gehele dag met zijn natte sport bezig mag zijn.

Sits is, samen met Bulk en De Nijs, de enige professional in de Nederlandse kano-familie. Hij wordt door diverse bedrijven gesponsord: Er is de sponsorauto, er is de met boodschappen beplakte kano, en er is, ook als de zon door de wolken wordt gesmoord, een gesponsorde zonnebril op de neus.

Jan-Dirk Nijkamp (32) loopt veel langer mee dan Sits (27), hij maakte ook de 'gouden jaren' nog mee. Hij drukt zich diplomatieker uit, maar de goede verstaander bespeurt ook bij hem kritiek op de bond. 'Ik begon in 1981 op nationaal niveau. Tóen was er nog een full-time coach, Karel Muys, tóen was er nog een nationaal kanocentrum bij de Amsterdamse Sloterplas waar je met je problemen terecht kon.'

Dat er in die jaren wél internationale successen werden geboekt door Nederlanders, is dan ook geen toeval, vindt Nijkamp, die wel eens met Heintje Davids (afscheidnemen, weer terugkomen, et cetera) is vergeleken. Maar dit NK, zegt hij zeer beslist, is echt zijn laatste. 'Ik kan het naast mijn gewone baan niet meer opbrengen om tweemaal per dag te trainen.' Nijkamp blijft wel bij zijn club actief als trainer. 'Want talent is er genoeg in Nederland. Het is zaak voor een goede begeleiding te zorgen.'

Dat jeugdige talent liet zich het afgelopen weekeinde al even zien op de door werklozen gegraven streep water in het voormalige Bosplan. Bart Snabel hield op de 500 meter titelgrossierder Sits van zijn dertigste hoofdprijs af. In een spannende finale bleef de 20-jarige Noord-Amsterdammer Sits' kano net voor.

Een opmerkelijke prestatie, want Snabel traint tweemaal per dag, daar waar Sits menigmaal zeven keer per etmaal aan de halters trekt, op de fiets klimt of in de kano stapt. Snabel studeert aan de hts, Sits verbleef tot voor kort in zijn DDR-sportschool, waar hij tezamen met Duitse kanoërs full-time niks anders deed dan trainen.

Sits, die wel vaker op de Bosbaan faalde ('valse starts, ziekte, dit water lijkt wel behekst. . .'), had graag gewonnen, en steekt zijn teleurstelling achteraf niet onder stoelen of banken, maar is 'ook wel blij' met de nieuwe concurrentie. 'Het is toch goed dat er wat meer tegenstand komt. Voorheen won je vaak met bootlengtes verschil.'

Bart Snabel is een jonge hond, die met zijn broer Martijn ook nog een succesvolle K II en K IV (dit weekeinde voor Snabel drie titels, tegen Sits óók drie) bemant, en samen met Dennis van Vlaanderen van zijn club De Viking stevige aspiraties koestert in de richting van de Spelen van het jaar 2000.

'We worden steeds beter', zegt hij met een grijns in de richting van Jean-Paul Sits, 'alleen mag de bond wel 'ns wat professioneler worden. We hebben met de huidige bondscoach wel trainingsdagen meegemaakt, waarop ze dertig man begeleidt. Dat werkt natuurlijk niet. Dus trainen we voorlopig elkaar nog maar even.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden