Met Rome als Dritte im Bund is het evenwicht zoek

Het voorval moet eind jaren tachtig hebben plaatsgevonden. De Italiaanse president Francesco Cossiga arriveert in Washington voor een staatsbezoek aan de Verenigde Staten. Ongelukkige coïncidentie: in Rome dreigt op datzelfde moment de regering te vallen. De 47ste of zelfs al de 48ste sinds de Tweede Wereldoorlog en ze zit minder dan een jaar in het zadel.

De Italiaanse premier Matteo Renzi (L) spreekt met de Luxemburgse premier Xavier Bettel tijdens de tweede dag van de EU top, op 21 oktober 2016. Beeld afp

Een Amerikaanse journalist vraagt de president op enigszins meewarige toon of dit niet een onthutsend teken is van de grote politieke instabiliteit in zijn land. Cossiga glimlacht minzaam. U ziet dat verkeerd, antwoordt hij, het gemak waarmee regeringen in Italië vallen en dan bijna altijd in slechts marginaal gewijzigde samenstelling en met slechts een paar nieuwe ministeriële gezichten terugkeren, wijst juist op een grote mate van stabiliteit.

Dat was waar - en tegelijk ook misleidend. Want het was vooral de stabiliteit van een aan het pluche vastgeplakte christendemocratie, van patronage en vriendjespolitiek, van corruptie en zachtjes-aan-dan-breekt-het-lijntje-niet. Het was de verlammende stabiliteit van het immobilismo.

Het huidige Italië geeft een ander beeld te zien. De christendemocratie is geen factor van betekenis meer. Sinds het fenomeen Silvio Berlusconi op het politieke toneel verscheen, plegen regeringen langer te dienen. Premier Matteo Renzi en zijn centrum-linkse coalitie houden het inmiddels ruim twee jaar vol, wat in het vroegere Italië een grote prestatie was.

Maar de stabiliteit is ver te zoeken. De overheidsfinanciën zijn een bron van permanente zorg. De economie wil maar niet groeien. Het kiezersvolk mort, velen wenden zich tot de populistische Vijfsterrenbeweging, die niet alleen de bezem door de gevestigde orde wil halen, maar ook een vertrek uit de eurozone voorstaat. Renzi, twee jaar geleden nog verwelkomd als de energieke hervormer die Italië nodig heeft, ziet zijn populariteit dalen naar een verontrustend laag niveau.

Met als gevolg dat het zeer de vraag is of hij het groene licht krijgt voor de constitutionele hervormingen die zijn regering aan meer slagkracht moeten helpen. Op 4 december wordt daarover een referendum gehouden, dat steeds meer het karakter dreigt te krijgen van een plebisciet over zijn hele optreden. Niet in de laatste plaats doordat hij zelf zijn lot als premier heeft verbonden aan de uitslag.

Er staat dus veel op het spel, en dat beseft men ook in het bevriende buitenland. Het zal een belangrijke reden zijn geweest waarom bondskanselier Angela Merkel en president François Hollande twee maanden geleden naar Italië reisden om samen met Renzi te getuigen van hun onverminderde geloof in de Europese zaak na de klap van het Brexit-referendum. Zo kon de Italiaanse premier zich profileren als een hoofdrolspeler op het Europese toneel, zoals hij zich deze week op bezoek in Washington graag liet overladen met loftuitingen door de bewoner van het Witte Huis.

Begrijpelijk allemaal, maar Italië als copiloot in de cockpit van de Europese Unie onderstreept helaas ook nog eens hoe groot de aderlating is van het Britse vertrek. Alle onvolkomenheden ten spijt, vormde het officieuze Duits-Frans-Britse triumviraat een redelijk adequate afspiegeling van de bouwstenen van het Europese project. Zowel in economisch als in politiek opzicht. De Duitse begrotingsdiscipline, de Franse staatsbemoeienis, de Britse vrijhandelsgeest. Het Duits-Franse idealisme, de Britse nuchterheid. De economische macht van Duitsland, het strategische denken van Frankrijk, de mondiale blik van Groot-Brittannië. Berlijn als onbetwistbaar middelpunt, Parijs als pleitbezorger van de zuidelijke lidstaten, Londen als steunpunt van de Oost-Europeanen die de hete Russische adem in hun nek voelen.

Met Rome als Dritte im Bund is het evenwicht zoek. Zeker, Italië is de achtste economie ter wereld. Maar het is al jaren een probleemgeval en kan niet tippen aan het gewicht van Groot-Brittannië. Het versterkt de zuidelijke stem in het Europese koor. Wat betreft de relatie met Rusland vertoont het een sterke voorkeur voor het bakken van zoete broodjes.

Sommigen zullen tegenwerpen: maar het is toch de bedoeling dat Europa wordt aangestuurd vanuit Brussel? Ja, dat is de bedoeling, maar niet de realiteit, zeker niet nu de EU met meerdere crises tegelijk heeft te maken, waaronder een tekort aan politiek krediet. Ooit kon de Duits-Franse as zo'n tekort goed compenseren. Maar die tijd is voorbij, en die komt niet terug met een Italiaans verlengstukje.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden