Met roestige kalasjnikov op naar het paradijs

Moslimjongeren in Nederland worden geronseld om in Syrië te strijden tegen de regering-Assad. Ouders zijn ongerust, maar ook de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding waarschuwt: terugkerende jihadi's kunnen hier aanslagen plegen.

DEN HAAG - Ze verkopen Lebara-simkaarten op Haagse markten en in de buurt van moskeeën. Als ze eenmaal in gesprek zijn met moslimjongeren, wordt de strijd in Syrië aangekaart. Gruwelijk wat daar gebeurt met hun 'broeders en zusters'. Elke rechtgeaarde moslim zou in actie moeten komen, is de boodschap van de ronselaars.


Veel Haagse moslimjongeren koesteren de wens naar Syrië af te reizen. Dat baart hun ouders zorgen. Een verontruste moeder uit de Schilderswijk zegt dat niet alleen jongens, maar ook meisjes worden gerekruteerd. Door dawa (werven voor de islam), door groepjes op straat en via internet.


Net als in de tijd van het Hofstadnetwerk worden islamitische huwelijken gesloten, zonder toestemming van de ouders. Door jongeren onderling of door een radicale prediker. Een 16-jarig Marokkaans-Nederlands meisje zou zo (illegaal) zijn gehuwd met een Egyptenaar, die zich met haar wilde aansluiten bij de islamistische strijders in Syrië. Vrouwen mogen weliswaar niet meevechten, maar ze kunnen dienstbaar zijn in een logistieke rol. Of wonden verzorgen en koken voor de strijders.


Op internet en in de sociale media 'explodeert' de belangstelling voor Syrië, zegt de moeder. Ze heeft geen idee hoe ze haar kinderen 'voor de lonkende digitale boodschap' moet afschermen. Die kinderen bekijken filmpjes op YouTube, discussiëren onderling op afgeschermde internetfora.


De omstreden salafistische imam Fawaz Jneid, die vorig jaar door een verjongd bestuur van de As Soennah-moskee aan de kant is geschoven, heeft links naar Syrië-filmpjes op zijn Facebookpagina gezet. Je ziet mujahidin (jihadstrijders) met zwaarden galopperen op paarden, bloed, gewonden, mannen met baarden en kalasjnikovs.


'Op Facebook trekken soms hilarische discussies langs', zegt radicaliseringsdeskundige Halim el Madkouri van het instituut voor multiculturele vraagstukken Forum. Bijvoorbeeld bij een beeld van een omgekomen strijder: 'Kijk hoe mooi zijn uitstraling is, hij gaat richting paradijs.'


Vaak zijn onder de beelden uit Syrië anasheed (islamitische strijdliederen) gemonteerd. El Madkouri: 'Ze krijgen zo een romantische uitstraling. Het wordt aantrekkelijk je op te offeren voor de strijd.'


De meeste 'internet-jihadi's' blijven steken in stoere discussies en zijn niet geneigd de daad ook bij het woord te voegen. Maar er vertrekken er wel veel meer dan tijdens de radicaliseringsgolf in de jaren rond de moord (in november 2004) op filmmaker Theo van Gogh. El Madkouri: 'De drempel is nu veel lager. Je reist makkelijker naar Syrië, via Cyprus, Istanbul, Jordanië, dan naar Pakistan of Afghanistan.'


Bovendien lijkt de strijd nu legitiemer, merkt directeur Edwin Bakker van het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme (CTC) op. 'Ze gaan vechten tegen Assad, die alom wordt gezien als een brute klootzak'.


De jongeren kijken met hun ouders naar Al Jazeera, of naar Turkse televisiezenders. De jihad in Syrië leeft niet alleen onder Marokkaans-Nederlandse jongeren, maar ook onder Turken (vooral Koerden) en Iraakse immigranten. Ze zien heftige beelden, ouders die zich opwinden over de toestand daar.


Iedereen is bezig voor Syrië. Moskeeën zamelen geld in voor humanitaire hulp aan vluchtelingen. Islamitische organisaties organiseren benefietbijeenkomsten. Naar verluidt zamelde As Soennah in korte tijd 700 duizend euro in en Ahmed Salam, de omstreden van oorsprong Syrische imam uit Tilburg, een half miljoen.


Bakker: 'Ik snap ook wel waarom die jongeren willen afreizen. Ze zijn ongeduldig. Hulp aan slachtoffers verandert niets aan de situatie, denken ze. Ze willen echt wat doen.'


Volgens El Madkouri en Bakker zijn de meeste inzamelingsacties bedoeld voor humanitaire doeleinden. Maar het is moeilijk te controleren of een deel niet toch wordt besteed aan de militaire strijd. In islamitische kringen heerst onbegrip over het uitblijven van westerse militaire steun aan het Syrische verzet. Sommige salafistische (ultra-orthodoxe) groeperingen uit het Westen zijn wel bereid wapens te financieren.


Op radicale internetfora ergeren moslimjongeren zich aan de westerse 'dubbele moraal'. Assad wordt verguisd, het verzet wordt moreel gesteund, overwogen wordt wapens te leveren. Maar eigenlijk wordt het Syrische volk in de steek gelaten. Overigens ook door Arabische leiders.


Helemaal hypocriet vinden ze het, als er uiteindelijk toch westerse troepen naar Syrië gaan, die dan als vrijheidsstrijders zullen worden beschouwd. Moslimjongeren die hetzelfde doen, worden nu neergezet als terroristen. Zo schrijft Haroen Moussa in zijn 'opiniestuk' dat op Facebook circuleert, dat Nederland trots zou moeten zijn op de Syrië-gangers. 'Trots op iedereen die bereid is ten strijde te trekken tegen Assad. Of het nou journalisten betreft die foto's schieten en documentaires maken om de mensen de waarheid te vertellen, en daarbij hun leven riskeren. Of mensen die hun leven willen opofferen voor een zuiver Midden-Oosten.'


Moussa vraagt zich af waarom hij wel trots moet zijn op 'jongens die in naam des vaderlands strijden in Afghanistan. En niet op mannen die hun prettige leven in het Westen, hun familie, studie, werk en sociale contacten achterlaten om toekomst te bieden aan de kinderen van het Midden-Oosten.'


Bakkers grootste zorg is niet dat dwepen met de jihad, maar de jongeren die na een mislukt Syrisch avontuur terugkeren naar Nederland. 'Militairen die in Afghanistan hebben gestreden, zijn vaak getraumatiseerd. Zij krijgen hulp. De jongens uit Syrië niet. Die zijn agressief, gestresst, zwaar teleurgesteld. Ze kunnen daar niet altijd een belangrijke rol vervullen.'


El Madkouri: 'Vaak spreken ze de taal niet, of gebrekkig, kunnen ze niet vechten en ze worden nogal eens gebruikt als kanonnenvoer.' Bakker: 'Ze krijgen soms enige training en een roestige kalasjnikov in hun handen geduwd. Of ze worden gewantrouwd.'


Volgens Bakker zijn extremistische organisaties als Jabhat al-Nusra op hun hoede voor infiltranten van westerse inlichtingendiensten en laten ze 'buitenlandse broeders' node in hun midden. Die zijn vaak gedoemd rottige klusjes op te knappen achter het front. Lijken afvoeren bijvoorbeeld, zoals te zien was in het filmpje dat de Nederlandse journalist Harald Doornbos half februari rondtwitterde. Na een bombardement in een buitenwijk van Damascus, worden lichamen in een laadbak van een vrachtwagen gekieperd. 'Is-ie dood?', vraagt een van de omstanders in het Nederlands.


Ook woordvoerder Yassin Elforkani van het Contactorgaan Moslims en Overheid maakt zich zorgen over jongeren die getraumatiseerd terugkeren uit Syrië. 'Ze hebben daar met wapens rondgelopen, nare ervaringen gehad. Het is de vraag hoe ze zich gaan gedragen in een harmonieuze samenleving zonder geweld. Dat kan een gevaar zijn voor onze veiligheid.' Elforkani bevestigt dat de opstand in Syrië 'spookt in de hoofden van jongeren'. Meer dan andere conflicten, zoals Afghanistan, Irak. 'Meer zelfs dan Palestina.'


Terreurdreiging


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden