ReportageFietstocht naar Rome

Met reizen lijken de meesten in de pauzestand te staan

Wat heeft corona betekend voor onze manier van reizen? Heeft slow tourism de toekomst? Journalist Jeroen van Bergeijk fietst naar Rome om dat uit te zoeken. Vierde bestemming: Splügenpass.

Jeroen van Bergeijk op de Splügenpas.Beeld Jeroen van Bergeijk

Bazel – Splügenpass: 365 km

Terwijl ik rustig peddel op het fietspad langs de Zwitserse kant van de Bodensee, lijkt corona voor het eerst deze reis ver, heel ver weg. Keurig geklede mensen verpozen in chique restaurants langs de rand van het meer. Een echtpaar duwt een houten zeilbootje het water in. Anderen laten hun hond uit. Niemand draagt een mondkapje. Het ademt allemaal de sfeer van ’t Gooi aan de Middellandse Zee.

Maar steek de Rijn over en je bent in Duitsland – en in een andere wereld lijkt het. Bij de bakker in Waldshut krijg ik verontwaardigde blikken toegeworpen als ik – onnadenkend – zonder mondkapje naar binnenstap. Snel loop ik naar mijn fiets om onder uit de stuurtas een kapje op te duikelen. Maar het is al te laat, een mevrouw komt naar me toe en begint een tirade. ‘Het zijn mensen zoals u die zorgen voor een tweede golf.’ Ik weet niet hoe snel ik weer in Zwitserland moet komen.

De aanpak van Zwitserland in de bestrijding van het coronavirus lijkt veel op de Nederlandse. Tijdens de lockdown bleven de meeste bedrijven gewoon open en hadden burgers relatief veel vrijheid. Hier geen ingewikkelde documenten om de straat op te mogen gaan zoals in buurlanden Frankrijk en Italië. En net als in Nederland zijn mondkapjes hier alleen in het openbaar vervoer verplicht. Vandaag heb ik gezelschap van Adrien Noirjean, een Zwitserse architect uit Zürich die al meer dan tien jaar een langeafstandsrelatie heeft met een goede vriendin van mij uit Amsterdam. Na weken alleen te hebben gefietst, is het een verademing een bekend gezicht naast me te hebben.

Beeld Jeroen van Bergeijk

Troost

Noirjean een amateurwielrenner noemen is een understatement. Als hij zich ’s ochtends bij me voegt, heeft hij er al 80 kilometer op zitten. Hij heeft een racefiets van 5.000 euro. Hij doet mee aan wielerwedstrijden waarbij hij op een dag 200 kilometer fietst over vijf Alpencols.

Gelukkig is hij zo goed zijn tempo vandaag op dat van mij af te stemmen.

Noirjean en zijn partner zien elkaar om het weekend – in Amsterdam of Zürich. In maart, van de ene op de andere dag, hield dat op. Drie maanden lang waren ze door de lockdown van elkaar gescheiden. Noirjean is er de man niet naar daar uitgebreid bij stil te staan. ‘Het was zwaar’, is alles wat ik hem weet te ontlokken. ‘Vooral het gebrek aan perspectief: je wist niet hoelang dit nog ging duren.’ Maar hij had in ieder geval een troost: ‘Tijdens de lockdown kon je fietsen, je kon altijd fietsen.’

Fietsen is ook voor Mark Okkerse (56, felblauwe ogen, gegroefde kop) een troost. Ik ontmoet hem in een hotel in Basel. Zijn huwelijk is onlangs gestrand en hij heeft zijn bedrijf verkocht. Dat was de perfecte combinatie om een lang gekoesterde droom in vervulling te laten gaan: dwars door Europa naar Genua fietsen. Daar wacht zijn nieuwe geliefde op hem. In zijn stuurtas zit een ring. ‘Onderweg fantaseer ik over wat ik tegen haar ga zeggen als ik die aan haar geef.’

Voor Okkerse overigens geen ‘slow tourism’. Hij maakt dagen van 160 kilometer. Zijn routeplanning doet hij met Google Maps. Dat heeft soms onbedoelde bijeffecten, zoals dat hij tientallen kilometers over de snelweg fietst. Ik vraag hem of zijn reis ook iets met corona te maken heeft. ‘Nee.’ Ik vraag hem of wat hij en ik aan het doen zijn een soort blauwdruk zou kunnen vormen voor toekomstig reisgedrag? ‘Nee.’

Beeld Jeroen van Bergeijk

Okkerse: ‘Ik heb nu toevallig de tijd om deze fietstocht te maken, maar de meeste mensen hebben die luxe niet. Als je drie weken per jaar vakantie hebt, dan wil je met je sleurhut toch zo snel mogelijk op je plek van bestemming zijn?’ En dan besluit hij met een opmerking die ik de afgelopen weken al veel vaker heb gehoord: ‘De enige verandering die ik zie, en die zal echt niet heel lang duren, is dat reizen in tijden van corona eigenlijk alleen maar voordelen heeft: het is overal lekker rustig en elk hotel heeft plek.’

Ik begin te denken dat hij gelijk heeft. Het lijkt alsof de meeste mensen wat reizen betreft in de pauzestand staan. Nederlanders gaan nu even in Nederland op vakantie. Fransen in Frankrijk. Zwitsers in Zwitserland. Maar niemand denkt dat dat permanent is. Sommigen hopen misschien dat we volgend jaar wat minder vaak het vliegtuig zullen nemen, maar niemand die het echt gelooft.

Bergtoppen

En dan de volgende dag, mijn eerste blik op de Alpen. Op sommige bergtoppen ligt nog sneeuw. Ik volg de Rijn verder naar het zuiden, door Oostenrijk en Liechtenstein. Vlak voor ik Feldkirch bereik, mijn bestemming van vandaag, komt er een goedlachse vrouw op een mountainbike naast me fietsen. ‘Ich bin die Krista’, stelt ze zich voor. Ze wil weten waarnaar ik op weg ben. Wanneer ze het doel van mijn reis hoort, fluit ze door haar tanden. ‘Maar dan moet je de Alpen over!?’ Goed gezien. Ik leg uit dat ik van plan ben de oversteek via de Splügenpass (2.117 meter) te maken. Die heeft als voordeel dat hij door auto’s maar weinig wordt gebruikt en je dus relatief ongestoord naar boven kunt fietsen.

‘Das ist doch Wahnsinn’, zegt Krista. ‘Met die bepakking van jou. En heb je wel naar het weerbericht gekeken?’

Beeld Jeroen van Bergeijk

De vooruitzichten zijn inderdaad niet geweldig: regen en hevige onweersbuien. Noirjean had me ook al gewaarschuwd dat het hier soms flink kan spoken. Krista en ik keuvelen verder. Ze heeft medelijden – of andere bedoelingen, dat kan ook. Ze biedt me een slaapplaats aan voor vannacht. Maar helaas: ik heb al een plek op de slaapzaal van de jeugdherberg van Feldkirch geboekt.

‘Kijk om je heen’, zegt Robert Mattle, de manager van de jeugdherberg, als ik hem vraag hoe de zaken gaan. ‘Dit is een jeugdherberg. Er zouden hier kinderen heen en weer moeten rennen. De hal zou vol moeten staan met wandelschoenen...’ Afgezien van een omvangrijk Pools gezin ben ik de enige gast. Stiekem is Mattle daar wel blij mee. Dat maakt niet alleen zijn werk makkelijker, maar ook het handhaven van de coronamaatregelen. Ondertussen tel ik mijn zegeningen: godzijdank lig ik alleen op de slaapzaal.

De volgende dag komt Mattle naar me toe. ‘Jij wilt toch de Splügenpass oversteken? Het weer ziet er echt niet goed uit.’

Nu begin ik me toch zorgen te maken.

Gepieker

Al dat gepieker over het weer maakt wel dat ik geen gedachten wijd aan de vraag of het me überhaupt wel gaat lukken die bergen over te komen. Ik heb weliswaar de afgelopen weken conditie opgebouwd – de dagen dat ik zwaar hijgend een heuveltje op fietste liggen achter me, de herinnering aan mijn coronadagen toen ik nauwelijks de trap opkwam nog verder – maar toch.

Met zwaar gemoed begin ik een dag later aan de beklimming. Die begint zo’n beetje bij Thusis en daar ontmoet ik bij een Raststätte een Zwitsers stel met fietsbepakking. Het blijken hardcorevakantiefietsers die de hele wereld hebben bereisd. Ze zijn ook in Nederland geweest. Samen beginnen we de beklimming. Als het stijgingspercentage tegen de 10 procent loopt, mompelt de man: ‘Dit is bijna net zo erg als de tegenwind op die dijk van jullie… die tussen Noord-Holland en Friesland.’

Beeld Jeroen van Bergeijk

Dan, in het dorpje Splügen, vlak voordat de klim in alle ernst begint, komen de eerste druppels. We schuilen. In de verte bliksemt het. We besluiten te overnachten in het dorp.

De volgende ochtend. Ik sta om zeven uur op. Stralend blauwe lucht. Om acht uur zit ik op de fiets. De weg kronkelt in talloze haarspeldbochten naar boven. Een automobilist toetert. Een ander roept ‘Bon courage’. Een volgende: ‘Forza, forza’.

Anderhalf uur later sta ik op de top. Geen centje pijn.

Dit project is mede mogelijk gemaakt met financiële steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees hier over de tocht van Jeroen van Bergeijk naar de eerdere bestemmingen: MaastrichtSchengen en Basel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden