'Met puur doorgeven van het nieuws red je het niet meer'

'Groeten uit Noord-Korea meneer Bardoel.' Met zijn oratie 'Toekomst voor de journalistiek' lokte communicatie-wetenschapper Jo Bardoel talloze reacties uit. 'Journalisten bemoeien zich overal mee. Dan mag ik het ook.'

Over een gebrek aan aandacht had prof. dr. Jo Bardoel na het uitspreken van zijn oratie in Nijmegen niet te klagen. Grijnzend: 'Dat was ook precies de bedoeling.'


Toekomst voor de journalistiek was de dubbelzinnige titel van een oratie waarin hij zijn bezorgdheid uitsprak over de kritische functie van de journalistiek en pleitte voor een 'keurmerk'. Collega-communicatiewetenschappers (Mark Deuze), journalisten van traditionele media (Henk Blanken van het Dagblad van het Noorden, Hans Wansink van de Volkskrant), bloggers (Bert Brussen) en online-strategen (Jaap Stronks) reageerden op denieuwereporter.nl geprikkeld.


Boze burgers lieten zich evenmin onbetuigd, veelal vanwege het keurmerk. 'Groeten uit Noord-Korea meneer Bardoel' schreef er een op de site van PowNed. Luchtig: 'Dat was de meest humoristische reactie.'


Had u verwacht dat uw oratie zoveel stof zou doen opwaaien?


'Ik wist: als we het woord keurmerk in het persbericht zetten, geneneer ik flink wat publiciteit en maak ik discussies los. In het huidige medialandschap moet je jezelf lichtelijk overschreeuwen als je gehoord wilt worden. Je mag ervan uitgaan dat een hoogleraar journalistiek een béétje weet hoe het werkt. Erik van Heeswijk schreef er een column over op Villamedia, die had het aardig in de smiezen. Hij veronderstelde dat ik het expres had gedaan en er op uit was om de journalistiek over mij heen te laten vallen.'


U heeft de media voor uw karretje gespannen?


'Nee, zo kun je dat niet zeggen. De reacties zijn namelijk heel verschillend van aard, daar had ik geen invloed op. Aan de ene kant heb je de traditionele journalisten. Niet mee bemoeien, zeggen die. Want ik ben een wetenschapper, die mogen zich niet met journalistiek bezighouden. Je moet zelf journalist zijn geweest om mee te kunnen praten, is de opvatting.'


Wat vindt u daarvan?


'Dat is een totaal achterhaald standpunt. Alsof je bouwvakker geweest moet zijn om hoogleraar bouwkunde te kunnen zijn. En bovendien: journalisten bemoeien zich overal mee. Dan mag ik het ook.'


Aan de ene kant waren er de reacties van de traditionele journalisten. En aan de andere kant?


'Daar staan de internet-optimisten, zoals ik ze noem. De internet-profeten. Die hebben zoiets van: vergeet die hele traditionele journalistiek. Het maatschappelijk debat komt nu vanzelf, is hun redenering, dankzij de nieuwe media die de burgers overal bij betrekken. Natuurlijk veranderen er dingen door de nieuwe technologie, maar ik zie nog steeds plek en toegevoegde waarde voor de professie.


'Ik schets het beeld van de overgang van een industriële journalistiek, van de grote media en de grote redacties, naar een zogenaamde netwerkjournalistiek. De positie van de traditionele media wordt meer bescheiden.


'Vroeger hadden journalisten het alleenrecht op het verspreiden van informatie. Dat is niet meer zo. Maar dat wil niet zeggen dat de journalistiek als professie ophoudt te bestaan. Wel moet er sterk worden geprofessionaliseerd. Opleiding speelt daarbij een rol. En je moet jezelf duidelijker profileren; je merk laten zien. Daar heb ik veel eerder al eens over geschreven, maar met dat verhaal kwam ik niet in de krant.'


Wilt u zo graag in de krant komen?


'Nee, nee. Maar een oratie is een openbare lezing. Toen ik rond mijn veertigste terugkeerde naar de universiteit, zag ik dat wetenschappers zich steeds meer afkeren van de wereld. Ze worden té specialistisch en schrijven alleen maar voor tijdschriften die niemand leest, op collega's na. Ik leg altijd de verbinding tussen theorie en praktijk. In beide werelden laat ik me horen. Daarom wilde ik dat de oratie aandacht zou trekken.


'Het wordt steeds lastiger om een goed verhaal te slijten. Het moet steeds opvallender. Sneller. En korter. Dat betekent dat je jezelf, nou ja, soms een beetje moet overschreeuwen. En licht moet provoceren om de boodschap over te brengen.'


En dus gebruikte u het woord keurmerk.


'Sommigen dachten dat ik de professie wil afschermen, dicht wil gooien en, erger nog, wil laten regelen door de overheid. Dat is iets wat ik absoluut niet wil. Ik vind het iets dat de journalistiek zélf zou moeten doen. Dat is niet goed overgekomen.


'Mijn verhaal was vooral dat de journalistiek altijd heeft geweigerd een professie te worden. Iedereen kan en mag zich journalist noemen. Dat betekent dat het een slecht beschermd vak is. De kennis en de vaardigheden die nodig zijn, zijn vrij diffuus.


'Journalisten zeggen altijd dat het vak open moet zijn. Daar ben ik het mee eens, maar tegelijkertijd was de journalistiek helemaal niet open. Rondom redacties staan hoge muren, je komt er niet zomaar in. Die muren zijn er niet in de nieuwe omgeving. Daar moet de journalistiek zichzelf bewijzen tegenover de amateurs, de bloggers, de wishdom of the crowd.


'En dan is er ook nog eens de gestuurde communicatie. Tegenover iedere journalist staan tien voorlichters, pr-mannen, reputatiebehartigers, hoe je ze ook wil noemen.


'De journalistiek moet beter worden afgebakend en beschermd. Herkenbaarder worden. Daarom heb ik het woord keurmerk gebruikt. Natuurlijk hebben ze dat nu ook al. Jij bijvoorbeeld hebt het keurmerk de Volkskrant. Dat is helder. Maar heel veel journalisten in de nieuwe omgeving hebben geen keurmerk. Die zouden moeten laten zien wat ze zijn, en waarom ze onafhankelijk zijn. Dus laat bijvoorbeeld zien dat je lid bent van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten, of de Vereniging van Onderzoeksjournalisten. Ik heb het woord keurmerk gebruikt als bescheiden provocatie.'


Dat is mooi gelukt.


'Ik heb het zelf niet nagekeken, maar een journalist schreef dat 34 kranten het ANP-bericht letterlijk hebben overgenomen. Ik word nu ook weer overal socioloog genoemd, omdat dat in het bericht stond. Maar ik ben geen socioloog meer, maar communicatiewetenschapper. Zo gaat het kennelijk.'


Wat moeten de traditionele nieuwsorganisaties doen om te overleven?


'Zich onderscheiden. Meer onderzoek doen. Achter het nieuws peuteren. Met puur het doorgeven van het nieuws red je het niet meer.'


Onafhankelijke, betrouwbare journalistiek is zeer kostbaar. Hoe lossen we dat op?


'Door de dubbele crisis is dat buitengewoon lastig. Door de technologie is er een overgang van zeg maar het oude persmodel naar het nieuwe internetmodel. Daarmee kan eigenlijk nog geen droog brood worden verdiend. Dat is de structurele crisis.


'En dan is er ook nog de economische crisis, waardoor de advertentiemarkt is ingestort. Het zijn moeilijke tijden. Tegelijkertijd denk ik dat de journalistiek nog steeds veel te veel bezig is met het klassieke doorgeven van nieuws. Het is obligaat om dat te zeggen, maar journalistiek moet meer onderscheidend worden. Weg uit die mainstream.'


De behoefte aan hoogwaardige, betrouwbare informatie zal altijd blijven bestaan, toch?


'De hoeveelheid mensen die alles wil weten, wordt geringer. De opvatting dat je als burger geen knip voor de neus waard bent als je niet overal van op de hoogte bent, is ouderwets. Die automatische behoefte is er niet meer, onder jongeren vooral. Maar du moment dat men informatie nodig heeft, is men wel op de hoogte. De nieuwe technologie maakt het allemaal mogelijk. Voor een deel is dit dus ook een optimistisch verhaal.'


Kijkt de journalistiek kritisch genoeg naar de journalistiek?


'De journalistiek heeft nooit erg uitgeblonken in zelfreflectie en zelfreiniging. Maar het is wel zo dat als gevolg van de maatschappelijke druk van de afgelopen tien jaar, de volksopstand zal ik maar zeggen, en door de commerciële problemen, er meer is nagedacht over de vraag hoe journalistiek minder institutioneel gemaakt kan worden. Meer van de mensen. De boel is op allerlei manieren opengezet.'



Jo Bardoel

1951


Geboren in Ledeacker (Gemeente Sint Anthonis, N-Br) op 23 augustus


1969-1976


Studie sociologie en massacommunicatie in Nijmegen


1975-1980


Journalistiek medewerker De Groene Amsterdammer


1976-1993


Beleidsadviserende functies bij de NOS


1993


Universitair docent Communicatiewetenschap in Amsterdam


1997


Promotie op dissertatie Journalistiek in de informatiesamenleving


2002


Bijzonder hoogleraar Mediabeleid Universiteit Nijmegen, hoofddocent Communicatiewetenschap UvA


2003


Lid visitatiecommissie Publieke Omroep


2004


Boek Journalistieke Cultuur in Nederland (met Frank van Vree, Chris Vos en Huub Wijfjes)


2006-2010


Voorzitter Commissie Media Raad voor Cultuur


2009


Hoogleraar Journalistiek en Media aan de Radboud Universiteit Nijmegen


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden