Reportage bet shemesh

Met pijn en moeite leeft Israël samen met ultra-orthodoxen

In Bet Shemesh is de gemeenschap van de haredim, ultra-orthodoxe Joden, de afgelopen jaren sterk gegroeid. Dat zorgt voor spanningen met de minder religieuze inwoners van de Israëlische stad. Toch is er langzaam iets aan het veranderen. ‘Een revolutie durf ik het niet te noemen, maar de jonge haredim komen met andere ideeën in aanraking.’

Haredi-joden wachten op de bus in Beit Shemesh. Beeld Geert van Kesteren

De regen valt als kleine, ijskoude naaldjes uit de loodgrijze lucht, en voetgangers hebben hun ogen op de stoep gericht. Wie even opkijkt, ziet de muurschildering direct: in grote letters wordt vrouwen gevraagd zich netjes te kleden. Voor de duidelijk wordt nog even gemeld wat daaronder wordt verstaan: lange rokken, hoog gesloten blouse, lange mouwen, geen broek.

In deze wijk van de Israëlische stad Bet Shemesh wonen voornamelijk haredim, ultra-orthodoxe Joden, en dit soort praktijken zetten al jaren kwaad bloed bij de seculiere bevolking. ‘In het begin hadden we geen problemen met elkaar’, zegt inwoner en voormalig parlementariër Dov Lipman. ‘Later werd het oorlog.’

De spanningen tussen de diepgelovige haredim en de Israëliërs van seculiere of gematigd religieuze huize beperkt zich niet tot Bet Shemesh. De ultra-orthodoxen vormen een kleine groep - 12 procent van de Israëlische bevolking - maar hun invloed op de samenleving en de politiek is groot. ‘Als je de ultra-orthodoxen in het parlement hun zin geeft op een paar onderwerpen die voor hen belangrijk zijn, ben je verzekerd van hun steun op andere punten’, zegt Lee Cahaner, onderzoeker bij het Israel Democracy Institute in Jeruzalem. ‘In de praktijk komt er geen enkele wet door zonder steun van de ultra-orthodoxe partijen.’

Na de parlementsverkiezingen van 9 april zijn de mannen in het zwart dan ook weer de kingmakers. Wie er ook wint, om een coalitie te kunnen vormen, kan geen enkele partij om de ultra-orthodoxen heen.

Tijdens het joodse feest Poerim gaan de mensen verkleed over straat. Beeld Geert van Kesteren

Ultra-orthodoxe groei

‘Ik noem Bet Shemesh altijd een microkosmos van Israël’, zegt Lipman. Hij zit in café Aroma, en de kenners weten dat ze daar de lekkerste broodjes hebben. Aan de bar staat dan ook een lange rij, en alle tafeltjes zijn bezet. Lipman vertelt hoe de eerste huizen van Bet Shemesh in 1950 werden gebouwd, twee jaar nadat het land Israël was opgericht. Er vestigden zich seculieren en gelovige Joden, voornamelijk afkomstig uit Europa. In de jaren tachtig kwamen de eerste haredim, en tien jaar later volgde een golf van Amerikanen.

‘Toen ik hier veertien jaar geleden kwam, telde Bet Shemesh 70 duizend inwoners’, zegt Lipman, zelf afkomstig uit de VS. ‘Nu zijn het er 120 duizend.’ Hij begrijpt wel wat mensen hier zoeken. ‘De stad is prachtig! We worden omringd door groene heuvels waar je geweldig kunt wandelen of fietsen. De huizen zijn ruim en redelijk betaalbaar, en de locatie, precies tussen Jeruzalem en Tel Aviv, kan niet beter.’

De ultra-orthodoxe gemeenschap groeide snel, deels doordat nieuwe gezinnen naar Bet Shemesh bleven komen, deels doordat deze groep zoveel kinderen krijgt. Langzaam veranderde het karakter van de stad, en de andere inwoners begonnen zich steeds meer verdrongen te voelen. Zeker toen er in 2008 een ultra-orthodoxe burgemeester werd gekozen. ‘De eerste week nam hij een tractor, woelde het voetbalveld om, en liet zich triomfantelijk fotograferen’, vertelt arts Eve Finkelstein in haar praktijk. ‘De boodschap was duidelijk: wij keuren sport af, en vanaf nu is het onze stad.’

Bet Shemesh kwam steeds vaker in het nieuws. Meisjes en vrouwen werden bespuugd door haredim, die vonden dat zij zich niet netjes kleedden. Jongeren die ’s avonds op straat hingen, werden opgejaagd. De openbare bibliotheek werd gesloten, evenals de tennisbaan en het muziekcentrum. Een plan om flats neer te zetten, werd van tafel geveegd, omdat haredim tijdens de sjabbat niet op een liftknopje mogen drukken.

Toen er ook nog borden met kledingvoorschriften voor vrouwen werden opgehangen, stapte Finkelstein naar de rechter. ‘Ze moesten de borden weer weghalen, maar dat gebeurde niet. We moesten vechten om in onze eigen stad te kunnen blijven leven, en een deel van de mensen gaf het op. Ze pakten hun spullen en verhuisden.’ Zelf wilde ze blijven, maar tegelijkertijd besloot Finkelstein om geen zonnepanelen op haar dak te plaatsen, omdat het toch een jaar of zeven, acht duurt voordat je die investering eruit hebt.

De problemen spelen ook op landelijk niveau. ‘Iedereen is het erover eens dat we een Joodse staat moeten zijn’, zegt Cahaner van het Israel Democracy Institute. ‘Maar we hebben nooit geformuleerd wat dat precies inhoudt.’

Eén van de grootste pijnpunten is de dienstplicht. Deze is voor iedere Joodse Israëliër verplicht, maar de haredim, die vaak niet werken en hun leven aan de studie van de heilige boeken wijden, zijn hiervan vrijgesteld. Vroeger ging dat om enkele honderden, maar nu zijn het er tienduizenden in de dienstplichtleeftijd, en voor veel Israëliërs is dat onverteerbaar. Het Hooggerechtshof verklaarde in 2017 dat de regeling in strijd is met het principe van gelijkheid voor de wet. Sindsdien wordt er moeizaam naar een compromis gezocht, en eind vorig jaar struikelde de regering over dit onderwerp: er was in het parlement onvoldoende steun voor een wetsvoorstel dat de vrijstelling van de dienstplicht zou verlengen.

Twee haredi-jongens beschermen hun hoeden tegen de regen met plastic zakjes. Beeld Geert van Kesteren

Voorzichtige verandering

Toch is er voorzichtig iets aan het veranderen, ziet Cahaner. In 2017 had voor het eerst iets meer dan de helft van de ultra-orthodoxe mannen betaald werk (51,1 procent). Het geboortecijfer gaat langzaam omlaag, en de gemiddelde leeftijd waarop wordt getrouwd, stijgt langzaam. Op het werk komen haredim in aanraking met andere mensen, en ook zij gebruiken een smartphone. ‘Een revolutie durf ik het niet te noemen, maar de jonge haredim komen met andere ideeën in aanraking, en dat werkt door.’

Het effect werd in Bet Shemesh in november zichtbaar tijdens de lokale verkiezingen. Aliza Bloch, een 51-jarige moeder van vier kinderen, kreeg niet alleen het vertrouwen van de seculieren, maar ook van de ultra-orthodoxe gemeenschap. ‘Dat is ongekend’, zegt Cahaner. ‘Zij geloven dat zij volgens de Joodse wet alleen door mannen geleid kunnen worden. Ik kan me niet herinneren dat deze groep ooit, als ze de keuze had, voor een vrouw heeft gestemd.’

Aan Bloch nu de taak om de brokstukken te lijmen. ‘Laten we klein beginnen’, zegt ze in haar kantoor, dat eruit ziet zoals een willekeurig bankfiliaal: glanzend witte plavuizen, witte lamellen, een zwart lederen bankstel en een glazen salontafel. ‘We kunnen ons blindstaren op de verschillen binnen de gemeenschap, en direct vastlopen. We kunnen ook beginnen met de 80 procent die we wel met elkaar gemeen hebben. Iedereen wil schone straten, iedereen wil dat het verkeer goed kan doorstromen.’

Aliza Bloch, de eerste vrouwelijke burgemeester van Beit Shemesh, bezoekt regelmatig lokale gemeenschappen om kleine en grote problemen te bespreken. Beeld Geert van Kesteren

Hoe populair zij is, bleek wel tijdens Poerim, het feest waarbij mensen net als tijdens carnaval verkleed over straat gaan. Met glimmende ogen laat Bloch op haar telefoon foto’s zien van vrouwen en meisjes die zich als de burgemeester hadden verkleed: een pruik met steile zwarte haren, een klein kleurig hoedje, en een masker van haar gezicht.

Ook in de haredi-supermarkt Yesh Heset (grote gezinsverpakkingen, geen afbeeldingen van vrouwen) zijn de mensen over Bloch te spreken. Iedereen begint direct over de straten van Bet Shemesh die sinds haar aantreden veel schoner zijn. ‘Maar we hopen vooral dat zij de gemeenschappen dichter bij elkaar kan brengen’, zegt Dvora Rosenberg, een kleine vrouw met een gebreid mutsje op haar blonde haren.

Arts Eve Finkelstein is nog voorzichtig. ‘Ik hoop dat het haar lukt’, zegt ze. ‘Het lijkt me bijna onmogelijk, maar goed, ik dacht ook dat Bloch niet kon winnen.’ Ze denkt even na, en glimlacht dan. ‘Ik ga misschien toch maar eens zonnepanelen bestellen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden