Met oude wet op zoek naar lek Commissie stiekem

De wet op basis waarvan de Kamer onderzoek gaat doen naar het lek van de commissie stiekem, is ruim 150 jaar oud. Dat is te merken ook.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Hoe gaat de Kamer te werk?

Het OM wees de Tweede Kamer de weg naar de Wet ministeriële verantwoordelijkheid. Die wet uit 1855 pakt het parlement er nu bij om de fractievoorzitter die geheime informatie lekte te vervolgen. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is die wet sinds 1921 ook van toepassing op Kamerleden.

De Wet ministeriële verantwoordelijkheid dus. Wat staat daarin?

'De aanklagt wordt in handen eener commissie van onderzoek gesteld, daartoe door de volle Vergadering te benoemen.' Die commissie neemt dan eigenlijk het politiewerk over. Weer uit 1855: 'De commissie van onderzoek is belast met het opsporen van alle bescheiden, inlichtingen en bewijzen, die tot opheldering van de feiten [...] kunnen leiden.' Het OM draagt de bewijzen die het al heeft verzameld binnenkort over aan de Kamer. Eerder lieten de aanklagers weten dat ze belgegevens hebben nagetrokken en enkele fractievoorzitters hebben gehoord. Het OM verdenkt ten minste één fractieleider.

Moet die commissie de naam van de verdachte fractievoorzitter(s) kennen?

Het presidium van de Tweede Kamer vindt van niet - 'in het belang van de objectiviteit van het onderzoek'. Maar dat is tegen de wet, zegt Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht in Groningen. Daar staat immers in dat het allemaal begint met een aanklacht tegen een Kamerlid of bewindspersoon. Die moet er ook meteen van weten.

Kunnen de betrokkenen onder ede worden gehoord?

De commissie gedraagt zich alsof ze een parlementaire enquête houdt. Daarbij hoort dat getuigen en deskundigen in het openbaar worden gehoord - tenzij de commissie besluit 'om gewichtige redenen' dat niet te doen. De getuigen verklaren in de regel dat ze 'de gehele waarheid en niets dan de waarheid' zullen zeggen.

Is dit een geschikte manier om onderzoek te doen naar een parlementslid dat wordt verdacht van een ambtsmisdrijf?

Nee, het is een mission impossible. Dat zegt althans hoogleraar Elzinga. Verdachten van een misdrijf hoeven niet mee te werken aan hun eigen veroordeling. Dan heeft de commissie het nakijken en kan zij niet onder ede horen. 'Daar botsen twee werelden', aldus Elzinga.

Ook in 2009 werd al vastgesteld dat het vervolgen van een Kamerlid voor een ambtsmisdrijf 'een onbegaanbare weg' is. Destijds stond PvdA'er Paul Tang in het beklaagdenbankje, wegens het lekken van Prinsjesdagstukken. De commissie-De Wijkerslooth de Weerdesteijn schreef toen dat de bevoegdheden van een parlementaire enquête 'allerminst voldoende' zijn voor een strafrechtelijk onderzoek. Bovendien is het nogal ambitieus om de hele zaak in drie maanden te moeten afronden.

De wetgeving was verouderd. Modernisering was geboden, vond De Wijkerslooth de Weerdesteijn. Daar is niets mee gedaan. 'Een ernstig gebrek', vindt Elzinga. 'Op decentraal niveau kan justitie schenders van de geheimhouding vervolgen en veroordelen, maar landelijk lukt dat niet.'

Wat als de commissie van onderzoek een schuldige aanwijst?

De Tweede Kamer moet dan beraadslagen, net zoals bij een wet. Een meerderheid besluit of het OM vervolging instelt bij de Hoge Raad. De wet uit 1855 geeft daarbij nog in overweging dat 'de aangeklaagde feiten worden getoetst aan het regt, de billijkheid, de zedelijkheid en het staatsbelang'. Vooral met die billijkheid kunnen politici nog alle kanten op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden