Met opgeheven hoofd

Met de komst van het paarse kabinet leek de missie van Hans van Mierlo volbracht: eindelijk een kabinet dat brak met vanzelfsprekende machtsposities, en bemand was met mensen die de politiek serieus namen....

DE rusteloosheid liet Hans van Mierlo niet los in de donkere maanden voor de laatste Kerst. Waar ter wereld hij zich ook bevond, hij torste het voor iedereen zichtbaar met zich mee. Zelfs minister-president Kok die daar geen bijzondere antenne voor heeft, werd er nerveus van. Kok durfde er bijna niet aan te denken: D66 zou toch geen breuk forceren vanwege de slechte stand in de peilingen?

Het verdriet van Van Mierlo was veel wezenlijker dan de platte electorale dreiging. Hij worstelde ook met zeer persoonlijke dilemma's. Zijn eigen sterfelijkheid, liefdesverdriet, het raadsel van de dood en het wonderlijke proces van het ouder worden. Daar kwam nog eens bij dat hij de schaduwzijden van zijn jeugd herbeleefde.

Een interview, daar had hij geen zin in en al helemaal niet voor het Kerstnummer van Vervolg. Zijn lijden zou hij niet kunnen verstoppen. Hoewel hij ooit toneelspeelde, was hem dat wezensvreemd als het om hemzelf ging. Maar ja, het gesprek was toegezegd. Het werd afgezegd, opnieuw afgesproken en wederom ingetrokken. Zijn politiek adviseur Carla Pauw en zijn secretaresse Annath Koster, die drie decennia aan zijn zijde verkeerden, trokken hem alsnog over de streep. Het was Van Mierlo ten voeten uit.

De veronderstelde rust van de zondagmiddag in december bij hem thuis bleek schijn te zijn. Hij opende de deur met een gezicht dat op onweer stond. Dat interview, zo stond op zijn gelaat te lezen, was hem door de strot geduwd en hij had er geen zin.

Over de drempel bleek het een drukte van belang. Zijn kleindochter speelde op de piano, zijn dochters met aanhang dronken thee, zijn woordvoerder en politiek adviseur waren er. Tijdens het interview Els Borst aan telefoon, RTL-televisie en een topambtenaar. In alle herrie wist hij zich op het interview te concentreren. Hij vertelde wat hem allemaal dwars zat. De geprangde uitdrukking verliet hem slechts op het moment toen hij zijn kleinkind in de lucht tilde en gedag zoende.

Van Mierlo wekte in het gesprek de indruk van een oude politieke olifant, die bezig was zich van de kudde af te zonderen, maar geen plek kon vinden om te sterven. Alle politieke helden uit de jaren zestig en zeventig had hij overleefd. Hij wist hoe zijn persoonlijke vrienden Den Uyl en Lubbers een chaos van hun opvolging hadden gemaakt. Dat wilde hij in geen geval en hij had er ook de karakterstructuur voor om dat te voorkomen.

Het was niet de honger naar macht die hem deed besluiten zich weer te kandideren voor de verkiezingen. Hij vond dat hij het niet kon maken de partij gedag te zeggen op het moment dat het slecht ging. Hij voelde zich ook persoonlijk verantwoordelijk voor de miserabele toestand. Dat hij nu wel weg kan, heeft alles te maken met het feit dat zijn erfenis in deze kabinetsformatie veilig lijkt gesteld.

Van Mierlo was een van de weinige politici die niet opbrandden in de politiek. Er is bijna geen politicus die met opgeheven hoofd uit de arena stapt, allemaal rollen ze er gehavend en gefrustreerd uit.

Wat anderen niet konden, speelde de Democraat wel klaar. Hij dwong zichzelf afstand te nemen. Hoewel hij hield van de wildebeestenlucht waarvan het Binnenhof zwanger kan zijn, distantieerde hij zich uit zelfbescherming. Want Van Mierlo wist: de politiek werkt als de sirocco, de verzengende wind die je de adem ontneemt en de huid doet verweren.

Honger naar macht heeft Van Mierlo nooit gekend, persoonlijk politiek gewin interesseerde hem niet. Hij liet een ministerschap in het kabinet-Den Uyl lopen omdat De Gaay Fortman een plek moest hebben. In het kruisrakettentijdperk bood hij weerstand aan Lubbers, die hem in 1982 als minister van Buitenlandse Zaken in zijn eerste kabinet wilde hebben. Dat D66 niet eens in de CDA/VVD-coalitie zat, deerde de premier niet.

Het voorzitterschap van de West-Europese Unie kreeg hij in 1985 op een presenteerblaadje aangeboden, maar hij had net een eerste spreekbeurt gehouden voor D66, dat zich in peilingen rond de nul zetels bewoog. Voor zo'n baan waar je netto vier ton mee verdiende, wilde hij zijn partij niet verkopen en koos voor het ongewisse lijsttrekkerschap.

Zijn vertrouwelingen hebben nooit goed begrepen waarom hij zich in 1994 niet kandideerde voor het premierschap. Het politieke landschap bood kansen: Kok lag na de WAO-affaire in de kreukels, Brinkman zou er nooit meer uitkomen en Bolkestein had ook niet de geramde uitstraling van een vader des vaderlands.

Het heeft Van Mierlo dan ook gestoord dat ze hem binnen en buiten zijn partij blinde ambities verweten voor dat tweede paarse kabinet. Bolkestein liet in de kabinetsformatie doorschemeren dat hij een ministerschap voor de D66'er niet zag zitten. 'De heer Van Mierlo heeft thans een functie', waarmee de VVD'er doelde op het Kamerlidmaatschap.

Van Mierlo bleef dicht bij zichzelf. Hij vond het al lachwekkend dat hij politiek leider werd genoemd, laat staan dat hij zich in een politieke rat-race om het allerhoogste ambt zou willen storten.

In Den Haag gaan wonen, dat vertikte hij. Den Haag was werk. Hij kon alleen overleven door een leven naast de politiek te leiden. Waar anderen in hun privé-leven een spoor van kapotte relaties scheppen, koesterde hij zijn vrienden en familie aan zijn borst. Hij had van zijn eigen fouten geleerd in de jaren zestig toen hij de politiek voorrang gaf boven zijn privé-leven. Dat mocht niet meer gebeuren, vond hij.

De kiezer herkende dat ook in hem. Hij was door zijn langdurige aanwezigheid in Den Haag een politieke huisvriend geworden. Aan Bolkestein kon je een goed boek lenen, Kok ontfermde zich wel over je portemonnaie, maar met de bon vivant Van Mierlo dronk je een fles wijn leeg terwijl je een gesprek met hem voerde over de belangrijke dingen in het leven.

Zo wilde Van Mierlo ook dat de kiezer hem zag, als een vriend op wie kon worden vertrouwd, die zijn emoties en kwetsbaarheden toonde. Hij wilde de politiek vermenselijken en slaagde daar ook in.

Over iedere stap die hij in zijn politieke bestaan zette, heeft Van Mierlo getwijfeld. Die eigenschap was ook zijn kracht. Hij stierf duizend doden voor ieder nieuw avontuur dat op zijn weg kwam. Maar als hij eraan begon, had hij de risico's en de angsten in alle facetten doorleefd.

In 1966 probeerde hij uit te komen onder het voorzitterschap van D66. Dat moest Gruijters maar doen, die de VVD had verlaten. Maar Gruijters was belast met een liberaal verleden. Een weggelopen PvdA'er moest je ook niet aan het hoofd van de nieuwe groepering zetten. Voor de onbesmette Van Mierlo was er geen ontkomen aan. Hij had minder scherpe kanten van de sociaal-democratie en het liberalisme in zich, vormde persoonlijk de symbiose van die twee stromingen.

De 'groepering van uitgetreden VVD'ers en PvdA'ers' zoals Beel het in 1967 in zijn dagboeken beschreef, trok de aandacht. Hij adviseerde koningin Juliana dat nieuwe verschijnsel te onderzoeken, omdat het een uitweg bood aan degenen die een zekere onvrede met het politieke bestel hadden. Dat wilde Van Mierlo laten ontploffen. Hij verpersoonlijkte die tijdgeest decennia lang, zonder gedateerd te raken.

Het ongenoegen over die domme vanzelfsprekendheid van de macht van de christen-democratie dreef hem jarenlang door de Haagse catacomben. Af en toe doofde zijn passie voor Den Haag en hield hij het een paar jaar voor gezien. In 1985 begon de partij weer aan hem te trekken. Hij wist niet of hij het nog kon, stelde als eis dat hij ruimte moest hebben voor zijn privé-leven en probeerde het.

De oorsprong, het bestel te willen laten ontploffen, is hem altijd blijven biologeren. Het trok hem ook steeds weer naar Den Haag. Zijn partij bleef als een jojo op en neer gaan: zeven, elf, zes, acht, zeventien, zes, negen, twaalf, vierentwintig en veertien zetels. Wat je er ook van kon zeggen, de bodem kwam steeds hoger te liggen.

De kans om werkelijk de koevoet in het bestel te zetten, brak aan in 1994. Er trad een paars kabinet aan van mensen die elkaar serieus namen en niet vochten vanuit ordinaire machtsposities. In de oppositie zag Van Mierlo in de jaren tachtig dat de technocraten en bureaucraten van christen-democratische snit het politieke klimaat verzuurden. Het lont, dat Van Mierlo in 1966 had uitgerold, kon 28 jaar later worden ontstoken. In de vorige kabinetsformatie verdween de vanzelfsprekendheid van de macht uit de Nederlandse politiek. De missie van Van Mierlo is volbracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden