Met nieuw all-intarief moet huisarts goedkopere zorg kunnen leveren

Door een nieuwe financiële afspraak met hun zorgverzekeraar kunnen huisartsen hun patiënten flexibeler behandelen. Dat moet leiden tot goedkopere zorg. Tachtig huisartsenpraktijken hebben daartoe al een contract afgesloten met verzekeraar Menzis.

Beeld anp

Nu werken huisartsen met verplichte aparte declaraties voor een tienminutenconsult (9,59 euro), een hartfilmpje (43,61 euro) of het verlenen van euthanasie (224,94 euro), straks krijgen ze één vooraf vastgesteld bedrag voor alle patiënten. Dat moet het gemakkelijker maken de ene patiënt te helpen door een chatgesprek van een minuut, terwijl de andere juist meer tijd krijgt dan het gebruikelijke tienminutenconsult.

Door die persoonlijke aanpak is het minder snel nodig door te verwijzen naar duurdere zorg, is het idee. De besparingen mag de huisarts deels gebruiken voor zijn eigen praktijk. Uiteindelijk moeten de afspraken de zorgkosten - en dus de hoogte van de zorgpremie - beteugelen.

Perverse prikkels

Zo'n all-intarief staat haaks op de manier waarop zorgverleners normaal hun verrichtingen en consulten verantwoorden. In een maandag verschenen rapport beveelt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) aan van dit systeem af te stappen, omdat het leidt tot 'perverse prikkels': hoe meer handelingen een arts verricht, des te meer kan hij declareren. Bovendien leidt het huidige systeem tot 'standaardisatie en wantrouwen' en staat het innovatie in de weg. Zorgverleners krijgen nu vaak een standaardcontract voorgeschoteld dat weinig ruimte laat voor eigen initiatief.

'Heel interessante plannen,' vindt Erik Schut, gezondheidseconoom aan de Erasmus Universiteit. 'Zorgverzekeraars pakken nu eindelijk de rol zoals deze is bedoeld in het zorgstelsel.' Zorgverzekeraars DSW en VGZ hebben vergelijkbare projecten lopen.

De afspraak moet leiden tot een flexibeler systeem voor de huisartsen. Beeld anp

Risico's

Emeritus hoogleraar volksgezondheid Guus Schrijvers denkt dat meer verzekeraars zullen volgen. 'Ik ben heel blij met deze ontwikkeling. Je moet aan de huisartsen overlaten hoe zij hun geld investeren.'

Toch kent ook het nieuwe systeem risico's, zegt Schut. Want hoe zorg je ervoor dat artsen nu niet juist te weinig gaan doen? En hoe voorkom je dat artsen zieke (en dus dure) patiënten gaan weren?

Menzis denkt deze problemen te hebben ondervangen: huisartsen krijgen een deel van de besparingen die zij op de vervolgzorg weten te realiseren terug om te investeren in hun praktijk. Dat moet hen stimuleren zo veel mogelijk zelf zorg te leveren, maar ook om op tijd door te verwijzen. Bertien Dumas van Menzis: 'Lever je te weinig zorg, dan treden er eerder complicaties op en wordt de patiënt alleen maar duurder.'

Bij het vaststellen van het all-intarief wordt rekening gehouden met de samenstelling van de patiëntenpopulatie en de declaraties uit het verleden.

Het duurde acht jaar voordat Menzis en Arts en Zorg dit model hadden uitgevogeld. Goed te begrijpen, vindt Schut. 'Het model waarmee je het risico van een groep patiënten kunt berekenen is veel verfijnder geworden de afgelopen jaren. Dat geldt ook voor de manier waarop de kwaliteit van de zorg is vast te stellen. Dat zijn noodzakelijke voorwaarden. Als je die gegevens niet hebt, moet je het niet doen.'

Lees hier wat huisartsen van het huidige systeem vinden

'Het is niet des huisarts om met declaraties bezig te zijn'
Een all-intarief zou best eens de oplossing kunnen zijn voor de administratieve beslommeringen waar een huisarts tegenwoordig mee te maken heeft. Maar twijfels over zo'n nieuw systeem zijn er ook.(+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden