'Met 'n zesje neem ik geen genoegen'DraagvlakOS 2028 ontbreektEvenementenfonds voor 10 tot 15 topsporttoernooien

Gerard Dielessen zegt altijd dat zijn leven uit drie delen bestaat: sporten, werken en een beetje slapen.


Sporten (golf, fietsen, krachttraining) schiet er weleens bij in, nu de sport zijn werkterrein is. Sinds mei is Dielessen (55) algemeen directeur van sportkoepel NOC*NSF. Dat is een enerverende baan, heeft hij ontdekt. Zelfs voor een voormalig directeur van de NOS en oud-hoofdredacteur van NOVA en Studio Sport.


Na een 'mensenleven' in de journalistiek heeft het sportbestuur Dielessen danig verrast. Hij voelt dagelijks dat hij middenin een maatschappelijke krachtenveld staat. Hij heeft te maken met de verlangens en problemen van 27 duizend verenigingen, 74 sportbonden, regionale en landelijke politici, talloze sponsors en media. 'Het is heavy en inspirerend', zegt hij.


Vooral dat laatste doet ertoe, meent hij. Aan een muur in zijn werkkamer op sportcentrum Papendal hangen twee ingelijste posters van de Zomerspelen van Londen (2012). Hij wijst op de slagzin: be inspired, wees geïnspireerd.


Dielessen predikt bevlogenheid. Hij is ervan overtuigd dat sport de samenleving beter kan maken. Hij citeert Nelson Mandela in zijn geschreven 'mission statement' voor de NOC*NSF-vergadering van maandag en baseert zijn eigen motto op een beroemd citaat van de Zuid-Afrikaanse held. Sport inspireert, sport verbindt mensen, sport verandert de wereld.


Dielessen is nog journalist genoeg om te beseffen dat zijn lofzang op scepsis kan rekenen. Hij geeft toe dat sport 'natuurlijk niet alle problemen van de wereld kan oplossen', maar die opmerking lijkt voor de vorm gemaakt. Zijn hart klopt voor de zaak. 'Mijn ambitie is met sport de samenleving beter te maken, een rijke samenleving met veel kleur, veel opvattingen en veel positieve spanning. Dat is waar ik voor sta.'


In zijn beleidstuk heeft hij zijn missionaire gevoelens vertaald naar twee concrete doelen, die in 2016 moeten zijn gerealiseerd. Van de Nederlandse bevolking moet 75 procent minimaal een keer per maand aan sport doen: nu is dat 65 procent. En Nederlandse topsporters moeten bij de Zomerspelen van Rio de Janeiro in de toptien van het landenklassement staan. In 2008 was Nederland in Peking twaalfde met zestien medailles, waarvan zeven gouden.


De recreatieve sport is misschien wel belangrijker dan de topsport. 'Het is mij een doorn in het oog dat er geen structureel gymnastiek- onderwijs is op de basisschool', zegt hij. Maar Dielessen weet dat hij over vijf jaar vooral beoordeeld zal worden op de olympische score. Gouden medailles maken sport aantrekkelijk, relevant en exploitabel.


Dielessen schuwt de uitdaging niet: 'Ik neem geen genoegen met een zesje. Als ik het nou eens heel ijdel zeg, dan ben ikzelf een negen. Ik wil werken met tienen.'


Eenvoudig zal het niet zijn om bij de mondiale elite te komen, realiseert hij zich. Tussen de naties is een medaillerace gaande. Hoewel het streven naar de toptien al een aantal jaren regeringsbeleid is, heeft dat niet geresulteerd in meer overheidsgeld voor de topsport.


Ook nu rekent Dielessen niet op de extra 30 miljoen die zijn technisch directeur Maurits Hendriks onlangs hartstochtelijk bepleitte, ter aanvulling van het jaarlijkse bedrag van 37 miljoen. De tijd is er niet naar. De olympische ambities, die deel uitmaken van het Olympisch Plan 2028, werden regeringsbeleid voor de economische crisis uitbrak.


Dielessen vindt dat de topsport er niet slecht is afgekomen in het regeerakkoord: 'De sport is redelijk overeind gebleven. We zijn niets kwijtgeraakt, terwijl op andere maatschappelijke terreinen wel flink wordt bezuinigd.'


Toch beseft hij dat hij zich zal moeten opwerpen als een inventieve ondernemer. Zijn eerste hoop is De Lotto, de levensader van de Nederlandse sport.


Jaarlijks vloeit ongeveer 50 miljoen via NOC*NSF naar de top- en breedtesport. Dat kan flink meer worden, denken Dielessen en Lotto-directeur Harrie Linders, mits de sport zich meer inzet voor De Lotto.


Zij hopen bovendien dat de regering de loterij meer vrijheid geeft, zoals in het regeerakkoord staat. Door bij verenigingen leden te werven of extra trekkingen te doen, kunnen de inkomsten groeien.


Daarnaast hoopt hij met nieuwe plannen het bedrijfsleven nauwer te betrekken bij de sport. Hij wil af van de strikte scheiding tussen de zes olympische partners van NOC*NSF en andere grote sportsponsors, zoals KPN, Aegon en Rabobank. De olympische partners hebben alleen reclamerechten tijdens de Spelen, de andere sponsors dan juist niet.


Dielessen is op zoek naar een model waarin de sponsors beter tot hun recht komen. Hij heeft zijn zinnen gezet op een 'olympisch mediaplatform', waar de NOS of andere mediapartners de topsport en geldschieters permanent onder de aandacht kunnen brengen.


Hoewel hij voor de NOS een belangrijke rol ziet weggelegd, is de oud-mediaman ervan doordrongen dat alleen tv tegenwoordig onvoldoende is. 'Sociale media, de mobiele telefoon, daar kun je niet meer omheen. Het zal niet meer genoeg zijn om eendimensionaal via de NOS naar het publiek uit te zenden. Als je sport niet onder de aandacht van het publiek krijgt, bereiken we onze missionaire doelen nooit.'


Het is te vroeg om precies te zeggen welke vorm zijn plannen zullen aannemen. Dielessen verkent de (media)markt en proeft belangstelling. Vast staat wel dat NOC*NSF geen financieel risico wenst te dragen. Dat is verkeerd uitgepakt met de nationale sportpas en het crossmediale platform. Die mislukkingen hebben miljoenen gekost.


'We hebben goud in handen, om die metafoor maar eens te gebruiken. Iedereen wil zich met sport identificeren. Ik ben ervan overtuigd dat we over een jaar partijen hebben gevonden die hier wat in zien. Als wij een online platform kunnen optuigen, gaan er voor onze partners allerlei mogelijkheden ontstaan. Je hebt bijvoorbeeld minder last van bepaalde wetgeving, die wel geldt voor de publieke omroep.'


Dielessen verwacht dat binnen een jaar de eerste resultaten zichtbaar zijn. Dat is vermoedelijk te laat om invloed te hebben op de olympische resultaten in 2012.


Technisch directeur Hendriks is somber over de Olympische Spelen van Londen. Hij vreest dat Nederlandse sporters minder medailles zullen veroveren dan drie jaar geleden in Peking en dus verder verwijderd raken van de toptien. Dat is een ijkpunt sinds Sydney (2000). Nederland verraste toen met de achtste plaats, dankzij de meervoudige overwinningen van Pieter van den Hoogenband, Inge de Bruijn en Leontien van Moorsel.


Dielessen wenst niet te somberen over 2012. 'De bodem van Peking moet de bodem van Peking blijven. Als je verder terugvalt, wordt het moeilijk om in 2016 structureel tot de toptien te behoren. '


Toch gaan zijn gedachten onwillekeurig al vaak uit naar de volgende olympische cyclus. Dan verwacht hij flink meer geld te kunnen steken in de acht tot zestien sporten die Nederland medailles kunnen opleveren. Hij hoopt dan ook het dogma van Hollandse zuinigheid te hebben verdreven en vervangen door de durf om groot te denken.


Tot 2020 moet Nederland 10 tot 15 aansprekende topsportevenementen organiseren. De coördinatie moet bij NOC*NSF komen te liggen, vindt directeur Gerard Dielessen. De sportkoepel wil dat een evenementenfonds wordt opgericht, zodat de organisaties onder meer kunnen voldoen aan kostbare mediaverplichtingen.


Volgens Dielessen is coördinatie van de evenementen nodig om een einde te maken aan de willekeur en onderlinge concurrentie tussen steden. Er moet bewust worden gekozen voor bepaalde toernooien, zodat die commercieel en maatschappelijk benut kunnen worden.


'De afgelopen jaren was er een mozaïek van evenementen op basis van willekeur, niet op basis van beleid. Ik zeg: we moeten samen een keuze maken. Laten we voorkomen dat Rotterdam en Utrecht ruzie gaan maken over de start van de Tour de France, zoals is gebeurd.'


Volgens Dielessen is samenwerking van belang met het oog op sponsors. Die markt staat onder druk. 'Je kunt het geld maar een keer uitgeven. Het geld klotst hier niet door de gangen.'


Voor de komende jaren is Nederland al kandidaat voor diverse evenementen. Dielessen heeft geen vast omschreven wenslijst, maar zou wel graag de WK zwemmen en de Jeugd Olympische Spelen in Nederland zien.


Vooral van de Jeugd Olympische Spelen is hij gecharmeerd. Die werden in 2010 voor het eerst gehouden en moeten om de vier jaar plaatshebben. Hij denkt aan 2018. 'Daar zit veel legitimiteit aan vast. Het gaat om jeugd, om talentontwikkeling, om voorbeeldfunctie. En het moet in bestaande accommodaties worden georganiseerd, dus is het niet erg kostbaar.' Over twee jaar organiseert Nederland al het Europees Jeugd Olympisch Festival.


Dielessen verwacht dit jaar met enkele miljoenen een begin te kunnen maken met het evenementenfonds. Daarvan moet de zogeheten host broadcasting deel uitmaken. Dat is de verplichting voor een organisatie om tv-registratie te verzorgen voor de rest van de wereld. Dat is kostbaar. De NOS moet bezuinigen en wil het niet betalen, de overheid evenmin. Bij de WK turnen, afgelopen jaar, leidde dat bijna tot onoverkomelijke problemen.


Over de Olympische Spelen van 2028 moet minder worden gesproken, vindt Gerard Dielessen. Hij betwijfelt of in de samenleving voldoende draagvlak bestaat voor het plan een Nederlandse stad kandidaat te stellen voor de organisatie. Hij vreest dat te veel aandacht averechts zal werken.


Dielessen is voorstander van het Olympisch Plan 2028. Hij is al vanaf 2004 betrokken bij het idee de Spelen naar Nederland te halen, maar is geschrokken van de mislukte kandidaatstelling voor het WK voetbal in 2018. Hij proefde meer verzet in de samenleving dan hij zich kon voorstellen.


Hij beseft nu dat er voor 2028 vooral steun is in bestuurskringen. Het kabinet, de provincies, de grootste vier steden, de vakbonden en de sportbonden zijn voor het plan. Maar dat is onvoldoende.


De NOC*NSF-directeur: 'De steun van de samenleving is onontbeerlijk. Als je die niet hebt, kun je er beter niet aan beginnen. Dan schiet je jezelf in de voet.'


De overtuiging van Dielessen, die wordt gedeeld door NOC*NSF-voorzitter André Bolhuis, heeft onlangs tot een conflict geleid. Een maand na zijn aanstelling als directeur van het Olympisch Vuur, de organisatie die de kandidaatstelling voor 2028 moet voorbereiden, stapte directeur Ben Tellings al op.


Tellings wilde volgens Dielessen niet voorzichtiger opereren, maar juist meer de nadruk leggen op 2028. 'Ben wilde het gaspedaal indrukken. Wij vonden dat niet verstandig, te ambitieus voor het moment. We vinden dat je er geleidelijk naar toe moet groeien.'


Volgens Dielessen moet het Olympisch Vuur blijven bestaan. Binnenkort wordt een nieuwe directeur benoemd. Maar de nadruk komt niet op 2028 te liggen. Het gaat erom Nederland in 2016 op 'olympisch niveau' te brengen. Die term beslaat meer dan alleen sport. Het gaat ook om onderwijs, infrastructuur en milieu.


Voor de sport zijn de doelen concreet: 75 procent sportparticipatie bij recreanten en een plaats in de toptien van het olympische medailleklassement. Op andere terreinen is de doelstelling vaag.


De website van Olympisch Vuur denkt bij olympisch niveau aan 'vitale burgers', 'fitte jeugd' en 'het ontwikkelen van talenten'. Ook gaat het om een 'innovatief en competitief Nederland met een hoge arbeidsmoraal en laag ziekteverzuim'.


Daarnaast zou het 'ruimtelijk leefbaarder' moeten zijn door 'zuinig, slim en duurzaam om te gaan met onze ruimte en mobiliteit'.


Dielessen heeft tegenover minister Schippers van Sport zijn twijfel uitgesproken over de nadruk op 2028. Het ministerie van VWS laat nu een maatschappelijke kosten-baten analyse uitvoeren. De uitkomst laat zich raden, gezien de ervaringen in Londen met de organisatie van de komende Spelen. Het zal miljarden euro's kosten.


Dielessen: '2028 is een stip aan de horizon. Ik zou zeggen, in 2016 zijn we aan de beurt. Dan weten we of we van olympisch niveau zijn. Dan kun je doorpakken, of niet.' Het Internationaal Olympisch Comité kiest pas in 2021 de organiserende stad voor 2028.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden