Met minder dieren is varkensboer beter af

Als de intensieve varkenshouderij flink inkrimpt, is dat niet alleen beter voor de varkens. Ook de boer kan er zijn voordeel mee doen....

DE VARKENSPEST die in de eerste week van februari de kop opstak in Venhorst en Odiliapeel, heeft de varkenshouderij in Nederland compleet op zijn kop gezet. Minister Van Aartsen van Landbouw probeert manmoedig nieuwe rampen af te wenden door de varkensstapel fors, het liefst met een kwart, te laten inkrimpen. Komende week moet de Tweede Kamer een finaal oordeel vellen over zijn plannen.

Wat echter in het tumult over de herstructurering van 'de sector' over het hoofd wordt gezien, is dat de intensieve varkenshouderij niet alleen schadelijk is voor het milieu en voor het welzijn van de dieren, maar ook voor de varkenshouder zelf. Eén op de drie varkensfokkers kampt met luchtwegproblemen die, naar het zich laat aanzien, alles te maken hebben met de intensieve omgang met hun dieren.

Het stof in de stallen, met name de blootstelling aan een 'gifstof' van bacteriën (endotoxine), veroorzaakt klachten zoals chronisch hoesten, slijm opgeven, kortademigheid, een piepende ademhaling of een beklemd gevoel op de borst. Het zijn allemaal voortekenen van astma of andere longziekten.

Hoe intensiever die blootstelling, des te sterker gaat de longfunctie achteruit, zo blijkt uit een zojuist afgerond onderzoek van de bedrijfsarts P. Vogelzang en medewerkers van de Katholieke Universiteit Nijmegen en het Medisch Centrum Dekkerswald onder leiding van dr. O. van Schayck. Ook onderzoekers van de Landbouwuniversiteit Wageningen werkten mee aan de studie. Begin januari wordt die in het vaktijdschrift American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine gepubliceerd.

Luchtwegproblemen bij varkenshouders zijn een bekend probleem. 'De varkensfokkers weten het en houden er rekening mee. Sommigen uit een familie met allergie of astma kiezen om deze reden niet voor de varkenshouderij', zegt Vogelzang. 'En als je een longarts uit bijvoorbeeld Helmond vraagt of hij varkenshouders onder zijn patiënten heeft, zal het antwoord bevestigend luiden.'

Het initiatief voor het onderzoek van Vogelzang en collega's kwam uit de sector zelf. De vereniging van varkenshouders van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond stelde eind jaren tachtig geld beschikbaar voor een meerjarige studie van de longfunctie bij varkenshouders. Bovendien betaalden het Nederlands Astmafonds en Zorgonderzoek Nederland mee aan het onderzoek. Uiteindelijk werden 171 varkensfokkers voor de studie geselecteerd, van wie bijna de helft mét luchtwegklachten en de andere helft zónder.

De belangrijkste conclusie luidt dat bij varkenshouders de longfunctie meer dan twee keer zo snel achteruitgaat als normaal is voor hun leeftijd. Opvallend is dat dit zowel geldt voor de groep die nog geen klachten heeft als voor de categorie met luchtwegklachten. Vogelzang: 'Dat is voor ons een aanwijzing dat periodiek onderzoek van alle varkenshouders op luchtwegproblemen gewenst is.'

Voor het onderzoek onder de varkenshouders werd tweemaal een stofmonster van een hele dag in de stal genomen, eenmaal in de zomer van 1991 en eenmaal in de winter van 1992. In het stofmonster werd de hoeveelheid endotoxine bepaald.

Endotoxine is de naam van een belangrijk bestanddeel van de celwand van zogenoemde Gram-negatieve bacteriën, die het goed doen op allerlei organisch materiaal. Als die bacteriën doodgaan, komt er endotoxine vrij dat wordt ingeademd met het organische stof in de lucht. Experimenteel onderzoek heeft aangetoond dat endotoxine in de luchtwegen een krachtige ontstekingsreactie uitlokt.

Bovendien maten de onderzoekers bij de varkenshouders de longfunctie met behulp van een standaardtest voor de hoeveelheid lucht die in één seconde kan worden uitgeblazen. De longfunctiemeting werd drie jaar later herhaald.

Uit die metingen kwam een rechtlijnig verband naar voren tussen de hoeveelheid endotoxine in het stof en de snelheid waarmee de longfunctie slechter wordt. Voor de Nijmeegse onderzoekers is dat reden te pleiten voor het invoeren van normen voor de blootstelling aan endotoxine in de varkenshouderij en soortgelijke beroepen.

0 OGELZANG: 'De Amerikaanse katoenindustrie, waar het probleem ook speelt, kent al een norm. Daar is honderd nanogram endotoxine per kubieke meter lucht voorgesteld als grenswaarde. Voor Nederland is de Gezondheidsraad bezig met een voorstel voor een veel strengere, technisch nog niet haalbare norm van tien nanogram per kubieke meter. Op grond van ons onderzoek zouden we uitkomen op dertig nanogram. Bij dat niveau van blootstelling is de achteruitgang in longfunctie ongeveer gelijk aan de normale achteruitgang met de leeftijd.'

De blootstelling aan endotoxine in de varkenshouderij varieert sterk. 'Het hangt van vele factoren af', zegt Vogelzang. 'Het voer van de varkens en hun uitwerpselen zijn de belangrijkste bronnen van stof en endotoxine. Iedere keer als de boer de stal ingaat en de varkens in beweging komen, dwarrelt er stof met endotoxine op. Als er mechanisch wordt gevoerd, en het droge voer wordt ook nog geschud, neemt de hoeveelheid endotoxine in de lucht sterk toe.

'Verder hebben we vastgesteld dat ook de ondergrond waar de varkens op verblijven, een rol speelt. Vooral houtkrullen zijn een dankbare voedingsbodem voor Gram-negatieve bacteriën. Het recente voorstel van de Dierenbescherming om varkens voortaan te houden in stallen met houtkrullen op de vloer, is voor het welzijn van de dieren wellicht gunstig, maar is dat zeker niet voor de varkenshouder. Zaagsel geeft wat dit betreft minder problemen.'

De blootstelling aan endotoxine kan worden verminderd door een goede afzuiginstallatie in de stal of door, zoals soms in Scandinavië en de Verenigde Staten gebeurt, plantaardige oliën toe te voegen aan het voer of over de vloer en de varkens te sprenkelen teneinde het opdwarrelen van stof tegen te gaan.

0 ET DRAGEN van mondkapjes alléén biedt onvoldoende bescherming tegen het stof, zegt Vogelzang. 'Een volgelaat-masker of een luchtstroom-helm werken beter. In bepaalde situaties, als de varkens druk in beweging zijn, bijvoorbeeld tijdens het voeren, bij het vaccineren of bij transport, zou je aan dit soort voorzorgsmaatregelen kunnen denken.'

Over één ding zijn de Nijmeegse onderzoekers het eens: hoe intensiever het werk in de varkenshouderij, bijvoorbeeld bij meer dieren, des te sterker de blootstelling aan endotoxine. 'Hoe meer tijd de varkensfokker in de stal doorbrengt, des te meer stof en endotoxine zal hij inademen.'

De radicale oplossing van het probleem - terug naar het scharrelvarken op het erf - is onder de huidige economische omstandigheden geen haalbare kaart. 'Maar veel maatregelen die het voor de varkens prettiger maken, laten ook de blootstelling van de varkenshouder aan endotoxine afnemen', aldus Vogelzang. Ondertussen vinden de onderzoekers regelmatige screening van de varkenshouders raadzaam: 'Periodiek onderzoek van de hele groep, teneinde chronische luchtwegproblemen zoveel mogelijk te voorkómen, is zeker zinvol.'

Gerbrand Feenstra

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden