Analyse

Met miljarden alleen worden crises niet opgelost, waarmee dan wel?

In het coalitieakkoord vliegen de miljarden je om de oren. Maar bij veel van de problemen die het nieuwe kabinet ermee wil oplossen, is geld niet het grootste probleem. Wat dan wel?

Marc van den EerenbeemtJean-Pierre GeelenBard van de Weijer en Irene de Zwaan
null Beeld Rhonald Blommestijn
Beeld Rhonald Blommestijn

Klimaat en energie (35 miljard euro)

1. Snellere procedures

Zonnevelden, windparken (al dan niet op zee), zwaardere elektriciteitskabels, ­waterstoffabrieken en transportleidingen: Nederland moet de komende jaren op de schop om de energievoorziening duurzamer te maken. Maar er is een probleem: de aanleg van een windpark vergt vaak een jaar of twee, de planning vraagt geregeld vier keer zo veel tijd.

‘Het is nu acht jaar praten en twee jaar bouwen’, zegt Olof van der Gaag, directeur van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). ‘Dat moet ­fiftyfifty worden.’

De reden dat het zo lang duurt, is dat procedures zich soms eindeloos voort­slepen. Bij de Raad van State kunnen de wachttijden oplopen tot anderhalf à twee jaar. Betrokkenen willen meer ambtenaren en juristen die gespecialiseerd zijn in de energietransitie. De Raad van State zou een eigen energiekamer moeten krijgen. Het nieuwe kabinet erkent overigens dat het allemaal te langzaam gaat en belooft maatregelen.

2. Leveringszekerheid

Nederland ondervindt sinds kort aan den lijve wat het betekent om afhankelijk te zijn van andermans energie. Ooit had Nederland aardgas in overvloed. Nu zijn we ineens afhankelijk van Rusland, dat binnenkort misschien wel de helft van het Europese gas levert. Of niet. De voorraadkamers met aardgas raken schrik­barend snel leeg en de spanningen rond gastransporteur Oekraïne lopen op, en zodoende bestaat de kans dat Nederland eind februari gas tekortkomt. Het versterkt de roep om strategische aardgasreserves (net als bij olie) en een vulplicht in de zomer voor bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de Nederlandse ondergrondse gasvoorraden.

Ook de stroomvoorziening is na 2025 niet langer een zekerheid. Nu staat het stroomnet 99,9999 procent van de tijd overeind, waarmee Nederland tot de ­absolute wereldtop behoort. Maar na 2025 wordt die zekerheid kleiner, omdat kolencentrales uitgeschakeld worden en in de landen om ons heen hetzelfde ­gebeurt.

Bijkomend probleem: niet alleen ­Nederland vergroent de energievoorziening, ook buurlanden verduurzamen. Hoewel Nederland goede internationale verbindingen heeft, bestaat de kans dat delen van Noordwest-Europa ’s winters soms te weinig elektriciteit kunnen opwekken, als de vraag groot is en het aanbod van wind en zon gering.

Om tekorten te voorkomen, moeten gascentrales achter de hand worden gehouden. Dat is kostbaar, omdat die steeds minder draaiuren zullen maken per jaar. Er moet een regeling komen die zorgt dat er ‘reservecapaciteit’ blijft. Toch vertrouwt het ministerie van Economische Zaken dat de markt dit regelt. Gezien de recente problemen lijkt dat markt­vertrouwen niet altijd terecht.

De twee nieuwe kerncentrales die het kabinet wil bouwen, kunnen ook soelaas bieden. Maar die staan er over tien jaar nog niet. Bovendien sluit Nederland zijn laatste kolencentrales en wordt stoken op biomassa voor de elektriciteitsopwekking taboe. Er verdwijnt dus veel conventioneel thermisch vermogen, zoals dat heet. Dat gat is niet vanzelf gevuld.

3. Netwerkproblemen

De energietransitie is koud begonnen en nu al kraakt het stroomnet. Dit jaar ging het alarm af op veel plaatsen, onder meer in Amsterdam. De stad kan sommige nieuwe woonwijken, scholen en bedrijven niet meer aansluiten, omdat het net het niet aankan.

Wat te doen? Een van de problemen is dat beheerders hun netwerk moeten aanleggen op de maximaal verwachte capaciteit. Die lang niet altijd gebruikt wordt. Alsof je een zesbaansweg aanlegt in de polder, om koste wat kost files te voorkomen. Beter is het opvangen van de maximale vraag met bijvoorbeeld grote accu’s, die tijdelijk heel veel energie kunnen ­leveren. Dan hoeft die snelweg er niet te komen.

Daarnaast willen netbeheerders af van het principe wie het eerst komt, die het eerst maalt. Kijk liever welke projecten voorrang behoeven omdat ze belangrijk zijn voor de energietransitie, of omdat ze sneller en goedkoper te realiseren zijn.

4. Personeelstekorten

Er is groot tekort aan technische vak­lieden. Iedereen, van Siemens tot Heerema, vecht om dezelfde mensen. Steek geld en energie in technische opleidingen, van mbo tot hoger onderwijs, zodat het personeelstekort over enkele jaren minder nijpend wordt, luidt de oproep.

In het regeerakkoord zegt het kabinet in gesprek te gaan met onderwijsinstellingen en sociale partners.

5. Subsidies voor verbruikers

De afgelopen jaren werd vooral het opwekken van energie gesubsidieerd, zoals biomassa en wind- en zonne-energie. Nu moet vooral de vraag gestimuleerd ­worden, want er komt een sloot nieuwe energie van land en zee bij. Alleen al op zee komt er tegen 2030 bijna net zo veel vermogen bij als Nederland nu maximaal verbruikt. Al die groene stroom moet worden gebruikt, anders worden in sommige gevallen windparken en zonnevelden stilgelegd. Stimuleer daarom de elektrificatie van de industrie, de grootste energieverbruiker, zeggen ­experts.

null Beeld Rhonald Blommestijn
Beeld Rhonald Blommestijn

Onderwijs (4,5 miljard euro)

1. Lerarentekort

In de jaren vijftig was er een leraren­tekort door de naoorlogse babyboom en de toename van het aantal leer­lingen, tegenwoordig kampt het onderwijs met vergrijzing. De uitstroom van gepensioneerden is groter dan de instroom van pabo-studenten. Uit ­recente cijfers blijkt dat het leraren­tekort verder is opgelopen; in de grote steden blijft gemiddeld zo’n 15 procent van de vacatures onvervuld.

Het kabinet hoopt met een verhoging van de salarissen van leraren in het basisonderwijs meer studenten en zij-instromers te motiveren voor een baan in het primair onderwijs. Ze gaan dan evenveel verdienen als hun collega’s op middelbare scholen. De vraag is of dat lukt: ook in het voortgezet onderwijs (en in veel andere sectoren) zijn er tekorten. Daarnaast blijkt het erg lastig om beginnende leerkrachten te behouden: eenderde van de docenten onder de 30 jaar houdt het binnen vijf jaar voor gezien. Het salaris is daarvoor niet de enige reden, ook de hoge werkdruk, de administratieve last en het gebrek aan carrièreperspectieven worden genoemd.

2. Onderwijskwaliteit

De leerprestaties van Nederlandse leerlingen zijn al meer dan twintig jaar tanende, met als gevolg dat het land steeds verder wegzakt op de internationale ranglijsten. Een greep uit de cijfers: een kwart van de leerlingen in het primair onderwijs voldoet niet aan de minimale eisen voor schrijfvaardigheid, 24 procent van de 15-jarigen leest niet op het basisniveau en 67 procent van de leerlingen uit groep 8 haalt het streefniveau rekenen niet. Tel daarbij op dat Nederlandse scholieren wereldwijd het minst gemotiveerd zijn, en je weet: er valt nog een wereld te winnen.

Het kabinet is zich hiervan bewust, blijkt uit het regeerakkoord. Structureel wordt er 1 miljard euro uitgetrokken om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Dit komt boven op de 8,5 miljard euro die onderwijsminister Arie Slob eerder dit jaar uittrok om de door de coronacrisis ontstane leerachterstanden weg te werken.

Om de benodigde extra docenten in huis te halen, doen scholen een ­beroep op commerciële uitbaters die huiswerkbegeleiding en bijlessen aanbieden. En laat dat nou net een tak van schaduwonderwijs zijn die buiten de kwaliteitscontroles van de Onderwijsinspectie valt.

3. Kansenongelijkheid

‘Gelijke kansen vragen een ongelijke aanpak’, is een van de zinnen in de ­onderwijsparagraaf van het coalitieakkoord. Het kabinet wil er alles aan doen om kinderen uit kansarme ­milieus dezelfde kansen te bieden als die uit welgestelde gezinnen. Leerlingen met een taalachterstand kunnen straks gebruikmaken van voor- en vroegschoolse educatie.

En met de invoering van ‘een rijke schooldag’ wil het kabinet scholen motiveren zelf maatregelen te nemen die nodig zijn om de kansenongelijkheid te verkleinen.

Deze maatregelen komen voort uit de gedachte dat kinderen uit kans­arme gezinnen op school de ‘extraatjes’ moeten meepikken die zij van huis uit niet meekrijgen. Dat hiermee onbedoeld de verschillen in achtergrond tussen de leerlingen wordt benadrukt, kan ook een valkuil zijn, blijkt uit de populaire tv-serie Klassen, over kansenongelijkheid in het onderwijs.

In een van de afleveringen wordt de Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman streng toegesproken door een Engelse school­directeur, die vindt dat ze te veel bezig is met het tegengaan van segregatie. Zijn pleidooi: ga terug naar de basis, met bevlogen leerkrachten voor de klas die alle kinderen - ongeacht hun achtergrond - dezelfde hoogwaardige kennis meegeven. Leer de kinderen weer fatsoenlijk lezen, schrijven en rekenen. Breng orde, structuur en ­regelmaat aan.

Kortom: leg de nadruk op prestaties, pas daarna kan de hele santenkraam aan muziek- en sportlessen weer tevoorschijn worden gehaald.

Stikstof (25 miljard euro)

1. De uitvoering

Mooi, dat bedrag, zeggen beschermingsorganisaties en wetenschappers. De vraag is alleen: hoe gaat het precies besteed worden? En is het een zinvolle uitgave om je doel te bereiken?

De uitvoering is cruciaal, zegt ook Jan Willem Erisman, hoogleraar milieu en duurzaamheid en verbonden aan het Centrum voor Milieuwetenschappen van de Universiteit Leiden.

‘Meerdere studies hebben becijferd dat je langjarig zo’n 2 miljard zou moeten besteden aan het oplossen van het stikstofprobleem, dus dan is 25 miljard een mooi bedrag. Het moet alleen wel zodanig worden besteed dat Nederland aan al z’n verplichtingen kan voldoen op het vlak van natuur, waterkwaliteit en klimaat. Inclusief de Europese verplichtingen ten aanzien van verbetering van biodiversiteit en luchtkwaliteit.

‘Met enkel het uitkopen van boerenbedrijven die veel stikstof uitstoten ben je het zo kwijt, maar dan heb je nog geen toekomstperspectief voor de landbouw gerealiseerd.

‘Je zag het deze week nog aan het rapport van de Rekenkamer over de grutto: die vogel bestaat niet bij de gratie van nestbescherming, maar bij de veel efficiëntere maatregelen voor een geschikte omgeving, waar voedsel en veiligheid te vinden zijn.’

2. Doelen stellen

‘Elke zin in de paragraaf over landbouw, natuur en stikstof bevat wel iets relevants’, zegt Erisman, ‘maar telkens blijft die ene vraag hangen: hoe dan?’ Over concrete stappen staat in het Regeer­akkoord ‘vrijwel niets’.

Een eerste stap is het scheppen van duidelijke kaders voor alle betrokkenen. In het rapport Naar een ontspannen Nederland schetste Erisman samen met andere wetenschappers al die noodzaak. ‘Formuleer als overheid binnen de eerste paar maanden wat je in 2030, in 2040 en in 2050 voor gebiedsdoelen gerealiseerd wilt hebben en laat de invulling daarvan aan de boeren.

‘Geef daarbij aan wat de consequenties zijn als de boeren er niet uitkomen. Dan weten die waar ze aan toe zijn en kun je bouwen aan vertrouwen dat veel boeren volledig hebben verloren in de overheid, omdat die steeds weer met nieuwe eisen en maatregelen is gekomen. Dit regeerakkoord geeft boeren nog steeds geen duidelijkheid over de toekomst van hun bedrijf, en dat is jammer.’

De doelen en perspectieven zullen volgens Erisman per gebied verschillen: ‘De kwaliteit van de leefomgeving moet ­centraal staan. Doelen rondom stikstof­emissie en waterkwaliteit voor bijvoorbeeld Groningen kunnen heel anders zijn dan die voor de Veluwe of Limburg.’

3. Leiding geven

Erisman voorziet nog een praktische, ­bestuurlijke hobbel. ‘De problemen rondom wonen, ruimtelijke ordening, landbouw, stikstof, klimaat en natuur uit het regeerakkoord zijn verdeeld onder twintig ministers en negen staats­secretarissen. Wie gaat daar sturing aan geven? En welke rol krijgen provincies en regio’s daarin?

‘Het wordt daarom nog een hele op­gave om de uitvoering voor elkaar te ­krijgen. Dat vergt natuurlijk leiderschap. Maar ons is nieuwe bestuurscultuur ­beloofd en gelukkig ben ik een optimistisch mens.’

Jean-Pierre Geelen

Woningmarkt (7,5 miljard euro)

1. Trage woningbouw

Met onder meer geld voor infrastructuur rond woningbouwprojecten, de afbouw van de verhuurderheffing voor corporaties (nu bijna 2 miljard euro per jaar) en het aanstellen van een minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening als nationaal regisseur wil het kabinet de woningbouw flink aanjagen. De laatste jaren kwamen er in Nederland zo’n 75 duizend woningen per jaar bij. Dat moeten er 100 duizend per jaar worden.

‘Soms is geld precies het smeermiddel om een vastgelopen woningbouwproject alsnog van de grond te krijgen’, zegt hoog­leraar woningmarkt Peter Boelhouwer van de TU Delft. ‘Bijvoorbeeld als een groot deel van de beoogde woningen in de betaalbare klasse moet vallen, waardoor de ontwikkelaar moet inleveren op rendement. Dan kan compensatie zeker helpen.’

Maar verwacht geen vloedgolf aan nieuwbouwwoningen, waarschuwt hij. ‘Er zijn genoeg bouwplannen, maar het kost nu eenmaal veel tijd en inspanning om alle partijen op een rij te krijgen.’

Eerdere kabinetten hebben de regels rond procedures over onder meer inspraak en milieueffectrapportages versoepeld via de Crisis- en Herstelwet. Het coalitie­akkoord wil nog meer (nog onbekende) ­‘belemmeringen wegnemen’. Boelhouwer: ‘Dan zijn er nog de regels voor aanbesteding. Een gemeente kan niet zomaar in zee gaan met een bouwer met een goed plan, die moet andere bedrijven ook een kans geven om een voorstel te doen. Bovendien hebben veel gemeenten momenteel een gebrek aan ambtelijke capaciteit, om al die projecten af te handelen. Dat los je niet zomaar op met geld.’

2. Hoge huizenprijzen

Het kabinet wil dat tenminste tweederde van de geambieerde honderdduizend ­woningen per jaar ‘betaalbaar’ zijn, als huurwoning of bijvoorbeeld als sociale koop­woning. Boelhouwer: ‘Dat is zonder meer goed nieuws, bijvoorbeeld voor starters. Maar die betaalbaarheidseis zal zeker vertragend werken. Wie gaat die extra kosten daarvan dragen? Duurdere koop en huur brengt nu eenmaal meer op.’

De huizenprijzen zullen extra stijgen, denkt Marieke Blom, hoofdeconoom van ING. ‘Het stimuleren van de woningbouw zal de toch al sterk groeiende economie verder aanzwengelen. Tegelijkertijd blijft de rente naar verwachting nog wel even laag. Dus zullen de huizenprijzen nog verder ­omhooggaan.’

Fiscaal doet het kabinet weinig tegen die stijging, ziet zij. ‘Een kleiner voordeel als de jubelton wordt dan wel afgeschaft, maar de hypotheekrenteaftrek blijft in stand. Ook wordt de waardevermeerdering van de ­eigen woning niet onderworpen aan vermogensbelasting. Zet je niet zo’n rem op de huizenprijsontwikkeling, dan zal de ­vermogensongelijkheid in Nederland nog groter worden.’

3. Hoge huren

De corporaties hebben enige reden tot feest met de stapsgewijze afschaffing van de verhuurderheffing, een strafbelasting die hun sinds 2013 al zo’n 12 miljard euro heeft gekost. Zij kunnen dus miljarden extra gaan besteden aan onder meer verduurzaming van woningen en vooral aan woningbouw, van gewone tot tijdelijke woningen. Ook mogen zij weer woningen met een middenhuur (tot circa 1.000 euro per maand) gaan bouwen.

Voor hun klanten met de laagste inkomens gaat de huur omlaag, voor de hoogste inkomens juist verder omhoog. De huurtoeslag zal niet meer afhankelijk zijn van de huurprijs, maar van de normhuur die hoort bij een bepaald inkomen. De huur moet ­betaalbaar zijn, zegt het coalitieakkoord, maar tegelijkertijd rendabel voor woningbeleggers. In die prijsregulering schuilt ­volgens Boelhouwer wel een gevaar. ‘Dat kan leiden tot minder investeringen in nieuwe huurwoningen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden