Met madame aan zee

Waar de Belgische kust nu een betonnen lint is, flaneerde vroeger de beau monde. Dat rijke verleden wordt tot leven gewekt in projecten als ‘kusthistories’....

Paul Depondt

In Westende-bad aan de Belgische kust komt sinds deze zomer het vakantieleven van een burgerfamilie uit de jaren dertig weer tot leven. In de gerestaureerde Villa Les Zéphyrs kun je ontdekken hoe omstreeks 1930 een rijke familie de vakantie aan zee doorbracht, en hoe de meiden er werkten.

Aan de hand van een gedetailleerde beschrijving van de eerste bewoners – de Gentse familie Muyshondt – werd de villa heringericht. Nog geen anderhalve eeuw geleden zag je aan de zee, van De Panne tot Knokke, alleen maar schamele vissershuisjes in de duinen, beschut tegen die hevige westenwinden. Pas sinds eind negentiende eeuw werden aan de kust duinenvilla’s gebouwd.

Villa Les Zéphirs, genoemd naar een koele Noordzeebries, is eigenlijk een nogal onopvallend huis, met een erker en een golvend dak. De tuin is nog niet aangelegd. Je zou nooit vermoeden dat de eetkamer van Les Zéphyrs, die moeder Muyshondt kocht uit een afbraak, door niemand minder dan Henri Van de Velde is ontworpen. Je wordt er ondergedompeld in vervlogen tijden: alles herinnert aan de jaren dertig, het behang, de lambrisering in beukenhout, de haard in art-nouveaustijl en de stijlvolle glasramen. Het meubilair is zorgvuldig uitgekozen, zelfs het keukengerei, het eetservies en de monte-plats, het liftje waarmee de meiden glazen, borden, kommen en bestek naar boven takelden.

Er klinkt muziek uit die tijd, je hoort de zussen Josette en Henriette Muyshondt vertellen over het interieur en hun vakanties, over hun strikte dagindeling, over hun chauffeur, hun kindermeiden en ander personeel. Ze werden met lichte militaire discipline opgevoed. Je moest er het water nog oppompen, en als het je beurt was ‘pour faire la pompe’, klinkt het nu uit de luidsprekers in de kelderverdieping, dan was het je beurt.

Sommige badplaatsen koesteren nog oude ‘discrete’ zeegenoegens, met hun badkarren in slagorde op het strand, het zalig nietsdoen achter een zeil, overal stuiterende ballen en rollende hoepels, vliegers, fietsen en ‘billenkarren’ op de dijk. Meestal echter is het nu ‘platte commercie’, met weinig charme en discretie. De tijd van het strakke en donkere zwempak, van dienstmeiden in hun witte schorten en geüniformeerde hoteljongens, van de chauffeurs in hun glimmende automobielen, is gelukkig allang voorbij. Maar voorbij is ook de tijd van de villa’s, van glitter en glamour op de zeedijk. Die grandeur is helemaal verdwenen.

Geen groter ‘zeezot’ dan Charlotte Mutsaers, die veel en nostalgisch over die vroegere grandeur heeft geschreven. Zodra ze in Oostende is, ‘ben ik zo goed gemutst’. Ze is liever aan de Belgische kust dan in Amsterdam. Vanuit het raam van haar flat op de dijk kijkt ze uit op de zee, naar de golvende figuren in het water. Elke dag, vertelde ze een keer, gaat ze met haar hond een paar uur wandelen op de Zeedijk, langs het strand, de cafés en de tearooms, het casino, de Koninklijke Galerijen, en af en toe, afhankelijk van het weer, gaat ze nog een koffietje drinken op het staketsel of een campari-orange in Café Du Parc. Ze kent alle plekjes, Petit Nice bij het Kursaal, het Klein Strand, de Vistrap – ‘het is allemaal zo mooi gebouwd’. Maar is dat nog zo?

De 19de-eeuwse bourgeoisie ontdekte de genoegens van de zee en het strand. Aan de Belgische kust werden luxehotels gebouwd, exquise restaurants en bars, casino’s en balzalen, maar vooral ook comfortabele zomervilla’s, ‘etalages van burgerlijke welstand’. Ooit waren de kuststeden ‘paradijzen voor de noblesse en de beau monde’, gerieflijke oorden voor gefortuneerde vakantiegangers en zonnekloppers. Nu is het een betonnen lint van grijze flats.

Veel van die schitterende vakantiehuizen zijn, vooral na de Tweede Wereldoorlog, afgebroken; overal verrezen wanstaltige vakantieflats. De ooit door de Europese adel en de burgerij zo bejubelde kust is nu – in de woorden van architectuurcritici – grotendeels ‘een bedroevende kakofonie van lelijkheid en banaliteit’.

Gelukkig buigen zich steeds meer bestuurscolleges en gemeenteraden over die verloedering, soms ook met oprechte belangstelling voor het architecturale erfgoed. Meestal evenwel moet dat erfgoed wijken voor nieuwbouw. Ook al zijn de partijen van de meerderheid verdeeld over welke gebouwen nu wel of niet van de sloophamer kunnen worden gered, toch werken Westende en Middelkerke aan een ambitieus project: ‘kusthistories’, met als thema ‘de geschiedenis van het Belgische kusttoerisme’.

Villa Les Zéphyrs is niet het enige initiatief. Middelkerke opent in de zomer van 2008 een ‘interactief museum’ in het gerenoveerde De Oude Post, de hoofdmoot van het project, ‘zowel een reis door het verleden als een beeld van het massatoerisme’. Blankenberge, waar je nog schitterende 19de-eeuwse vakantiehuizen in cottagestijl aantreft, wil drie panden restaureren om er een Belle Epoque Centrum te vestigen, dat in april 2008 zijn deuren opent.

Diane de Keyzer, die al eerder een boek over huispersoneel publiceerde, schreef nu voor ‘kusthistories’ verhalen op van ‘meesters en meiden in de villa’s aan de Belgische kust’. In Met Madame aan zee vertelt ze niet alleen het verhaal van de familie Muyshondt, maar heeft ze het ook over haar grootouders die in 1930 als meid en knecht werkten in de villa ‘Jeanne’ op de dijk van ‘Heyst-sur-Mer’. Het is een kleine sociologie van de vakantie aan zee, een relaas over de duale samenleving van die tijd, over het verschil tussen hoog en laag in het decorum van vakantiepret en strandgenoegens.

De Belgische kust herwaardeert met museale opstellingen, reconstructies en oral history dat lange tijd erg verwaarloosde verleden van het Grand Hotel, het kuuroord en de duinenvilla’s. Door een gestage groei van diverse ankerpunten langs de kust, zeggen de initiatiefnemers, zal het mogelijk worden in al die nieuwe bezoekerscentra ‘een fraai overzicht te krijgen van het kusttoerisme’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden