Nieuws

Met machtsgreep in Soedan komt een abrupt einde aan een korte periode van democratisering

Het Soedanese leger heeft de macht gegrepen in het Afrikaanse land. Legerleider Abdel Fattah al-Burhan heeft de overgangsregering ontbonden en de noodtoestand uitgeroepen. Het is een pijnlijke ontwikkeling in de prille democratie, maar niet helemaal onverwacht.

Soedanese burgers gaan maandag de straat op om te demonstreren tegen de machtsgreep.  Beeld AP
Soedanese burgers gaan maandag de straat op om te demonstreren tegen de machtsgreep.Beeld AP

Opnieuw voelen Soedanese burgers zich geroepen om de straat op te gaan. Maar brachten ze in 2019, met hun Arabische Lente-achtige volksopstand, nog een wreed bewind ten val, nu proberen ze met de moed der wanhoop te voorkomen dat de verworvenheden van die revolutie definitief om zeep worden geholpen.

Dat het alle hens aan dek is, bleek maandagochtend, toen het leger aankondigde in z’n eentje verder te zullen regeren. Soedanese burgerpolitici, onder wie premier Abdalla Hamdok, werden door militairen vastgezet, het gebouw van de staatsomroep werd bestormd, en het vliegveld in de hoofdstad Khartoem werd platgelegd. Het Soedanese internet werd bovendien aan banden gelegd.

Met de coup dreigt er een abrupt einde te komen aan een periode van ruim twee jaar waarin het Soedanese volk ook burgers op de bestuurdersstoelen zag zitten. Nadat honderdduizenden moedige betogers in 2019 de autocratische president Omar al-Bashir hadden getrotseerd, en het leger zich genoodzaakt had gezien om de gehate Bashir het laatste duwtje richting de uitgang te geven, kregen burgers samen met militairen plaats in een ‘overgangsregering’. Die moest zelfs uitmonden in een volledig door burgers bestuurd, waarlijk democratisch Soedan.

Pijnlijk – hoewel niet onverwacht – is nu dat de militairen toch proberen de burgerbevolking politiek buitenspel te zetten. Maandag maakte dat meteen een reactie los: in onder meer Khartoem wierpen woedende mensen wegversperringen op en werden autobanden in brand gestoken. Het ‘redden van de revolutie’ van 2019 is hierbij de drijfveer. Volgens de spaarzame berichten die er ondanks de internetblokkade naar buiten kwamen, is er in Khartoem een onbekend aantal doden gevallen doordat militairen met geweervuur betogers uiteenjoegen.

De betogers eisten de vrijlating van premier Hamdok, die sinds 2019 het gezicht was van de burgerafvaardiging in het civiel-militaire bestuur van Soedan. Het is onduidelijk waar Hamdok zich precies bevindt sinds hij maandagochtend door militairen werd opgepakt. Vergeleken met het volksprotest van 2019 waren er maandag overigens beduidend minder betogers op de been, en de vraag is of hun aantal in de komende dagen zal groeien, of dat hun verzet wegsterft.

Dat demonstreren tegen de militairen niet zonder gevaren is, weten Soedanezen al sinds kort na de val van Bashir, toen leden van de paramilitaire eenheid Rapid Support Forces in Khartoem tientallen mensen doodschoten die door middel van sit-ins probeerden de militairen tot democratische hervormingen te bewegen.

Economische crisis

De man die maandag aankondigde dat het met de politieke invloed van de bevolking in Soedan gedaan is, is legerleider Abdel Fattah al-Burhan. Hij was ook voorzitter van de Soevereine Raad, waarin zowel burgers als militairen zaten en die zich op papier moest beperken tot toezicht houden op het overwegend civiele kabinet van premier Hamdok. Maar Burhan leverde van begin af aan kritiek.

Zo had premier Hamdok de ondankbare taak om de economische crisis in Soedan te lijf te gaan met pijnlijke maatregelen zoals de afschaffing van brandstofsubsidies en de devaluering van het Soedanese Pond. Dit maakte Hamdok en zijn mede-burgerbestuurders vatbaar voor het verwijt dat ze onvoldoende oog hadden voor de noden van gewone Soedanezen. Afgelopen week eisten honderden demonstranten in Khartoem dat het leger het hele bestuur maar moest overnemen, een actie die volgens onbevestigde geluiden georkestreerd was door elementen binnen het leger waarvan generaal al-Burhan de baas is. In reactie hierop kwamen overigens tienduizenden Soedanezen op de been om, ondanks de economische malaise, hun steun aan Hamdok te bewijzen.

Hoewel het achteraf natuurlijk makkelijk praten is, lijkt de militaire machtsgreep van maandag uiteindelijk allesbehalve een verrassing. Veel Soedanezen hadden de afgelopen twee jaar reeds een angstig gevoel. Doorslaggevend voor de militairen was waarschijnlijk dat premier Hamdok bleef volharden in zijn pogingen om de reeds sinds het tijdperk-Bashir bestaande greep van het leger op de economie en de politiek eindelijk te doorbreken. Zo werd legerleider al-Burhan geacht over een paar weken terug te treden als voorzitter van de Soevereine Raad, en dus een invloedrijke positie op te geven.

Weinig aanlokkelijk voor topmilitairen was ook het besef dat zij in een louter door burgers bestuurd land best wel eens ter verantwoording kunnen worden geroepen voor betrokkenheid bij misdrijven, zoals de genocide in de Soedanese regio Darfur, kort na de eeuwwisseling.

Rashid Abdi, een politiek analist die de verwikkelingen in de Hoorn van Afrika op de voet volgt, plaatste maandag op Twitter een artikel dat hij daags na de omverwerping van Bashir in 2019 had geschreven. Er is ‘geen enkel bewijs’ dat de militairen in Soedan de democratische aspiraties van het volk delen, aldus Abdi destijds.

Eerder vandaag belden we met onze Afrika-correspondent Mark Schenkel, die uitlegt dat de machtsgreep niet onverwacht komt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden