Met lineaal en passer

Vijf jaar geleden kon ze ternauwernood een tulp van een narcis onderscheiden. Nu leidt directeur Joke van der Aar de restauratie van de geometrische tuinen rond het buiten Beeckestijn in Velsen....

Met de tong uit de bek scheuren twee witte hondjes dwars door de jonge aanplant van het immense bloemperk in cirkelvorm. 'Kijk', fluistert de directeur van het landgoed, 'dát bedoel ik nou.' Die beesten zegt het niks dat de historische bloemwaaier voor een ton is aangelegd. Maar hun baasjes zouden beter moeten weten.'

De uitgestrekte tuin van de buitenplaats Beeckestijn is een openbaar park voor Velsen-Zuid. Tot verdriet van directeur Joke van der Aar beschouwen veel omwonenden het als een doorsnee plantsoen, waar honden poepen, paarden draven en brommers crossen.

Toch zullen de buren eraan moeten wennen dat het wandelpark, ook al blijft het openbaar, langzaam wordt getransformeerd tot museumtuin. De historische waarde van het 34 hectare grote landgoed gaat verder dan het vijf à zes eeuwen oude buitenhuis. Niet alleen bezit Beeckestijn een van de slechts twee eeuwenoude geometrische tuinen in Nederland; dat achter deze strak ingedeelde Franse baroktuin een romantische Engelse landschapstuin ligt, maakt de lusthof volgens Van der Aar de belangrijkste achttiende-eeuwse tuin in Nederland.

Was het huis Beeckestijn al eerder in oude luister hersteld - sinds 1970 is het een museum met achttiende-eeuwse stijlkamers - vier jaar geleden waren de tuinen aan de beurt. De handleiding bij deze renovatie is een gedetailleerde plattegrond uit 1772 van de toenmalige tuinarchitect, de Duitser J.G. Michaël.

Om publiek en geldschieters snel resultaat te tonen, is de restauratie begonnen met de dichtbij het huis gelegen bloemwaaier. Het perk heeft de vorm van een zon waarvan de uitwaaierende stralen zijn opgevuld met planten. Tussen de stralen lopen schelpenpaadjes. 'Heel spectaculair', zegt Van der Aar. 'Vanuit de lucht zie je pas dat hij groter is dan het huis zelf.'

Ook is de kersentuin weer aangelegd en is een laan hersteld van het sterrenbos, een houtplantage met een stervormig patroon van paden. De restauratie voltrekt zich nu verder van huis, in het landschapspark. Het zicht daarop wordt belemmerd door een hoge wal die verhinderde dat duinzand de formele tuin zou binnenwaaien. De wal wordt binnenkort verfraaid met bloemperken en trappen.

Vanwege de mooie ligging tussen de Noordzee en het later ingepolderde Wijkermeer was Zuid-Kennemerland in de zeventiende eeuw in trek geraakt bij de stadse sjiek. Tientallen hofsteden, waaronder Beeckestijn, waren verbouwd tot buitenplaats voor voorname Amsterdammers.

Begin achttiende eeuw lieten velen hun tuin inrichten volgens klassieke regels van orde, regelmaat en symmetrie. Officiële barok met vormsnoei en overdadige ornamenten was het niet, de Kennemer tuinen hadden een eenvoudiger, natuurlijker vormgeving. Maar ook hier werd het groen bedwongen met lineaal en passer: overal lagen kaarsrechte lijnen en volmaakte hele en halve cirkels. Een pad in de lengte deed Beeckestijns achtertuin langer lijken en trok het oog als het ware mee. Wandelend over deze zicht-as stuitten bezoekers op een grote schulpvormige vijver. Onderweg boden geometrische zijpaden doorkijkjes naar deeltuinen, kuipplanten en beelden.

In 1742 kwam de lusthof in het bezit van de Amsterdamse koopman en regent Jacob Boreel Jansz, die er een flink stuk land bij kocht. Op zijn buitenlandse reizen - hij was ambassadeur in Engeland en kwam veel in Duitsland - ontmoette Boreel de ambitieuze tuinarchitect Johann Georg Michaël, die hij in 1756 naar Nederland haalde.

Michaël, de 24-jarige zoon van een hoftuinman, sloeg aan het experimenteren. In Engeland en Duitsland raakte net de landschapsstijl in zwang, die het buitenleven idealiseerde. Het idee van natuurlijke soberheid paste goed in de nog ongerepte achtertuin. De Duitser legde er een korenveld aan, groef een niervormige vijver en ontwierp een kronkelend pad - ondanks het organische effect wel degelijk met passer en lineaal. Hij leidde de Alenbeek om tot een lieflijk slingerend stroompje en plantte bloemdragend houtgewas als jasmijn, kornoelje en azalea. De nieuwe trend sloeg aan, jaloers grepen de buren naar hun spade. Binnen twintig jaar was er in heel Velsen geen formele aanleg meer te vinden, behalve op Beeckestijn.

Michaël voltooide zijn werk in 1772. Jacob Boreel kon er niet lang meer van genieten; hij overleed zes jaar later.

Huis en tuin raakten de volgende eeuwen in verval. De Tweede Wereldoorlog gaf haast de doodklap; Nederlandse en Duitse soldaten woonden het pand uit en zetten de tuin vol bunkers. Na de oorlog verkocht de laatste particuliere eigenaar, jonkvrouwe Agnes Cremers-Boreel, het landgoed aan de gemeente Velsen. Die wilde het huis slopen, maar besloot onder druk van de publieke opinie alsnog tot restauratie.

Dat de tuin een publiekstrekker moet worden, is bijna tien jaar geleden besloten bij de oprichting van de stichting Vrienden van Beeckestijn. Deze moest geldschieters vinden en het complex commerciëler maken - de gemeente Velsen bezuinigde. Sindsdien wordt Beeckestijn verhuurd voor feesten en congressen en worden er evenementen georganiseerd als de Home and Garden Fair, popfestivals en de Beeckestijn-picknick, een fiets- en wandelarrangement dat ook naburige buitenplaatsen aandoet.

Het tuinherstel kost vier miljoen gulden, pas één miljoen is besteed ('We zijn zuunig', glimlacht de directeur). De overige miljoenen gaan onder meer op aan de doolhof, oranjerie en colonnade, een met bomen omzoomde graslaan. Zelfs bestaan plannen voor herstel van de menagerie; Jacob Boreel hield er exotische dieren als papegaaien en een slingeraap. De restauratie wordt uitgevoerd met vrijwilligers en betaald met subsidies en sponsorgelden. Zo kreeg Beeckestijn dit jaar, samen met een Frans en een Italiaans kasteel, 560 duizend gulden van de EU.

Niet altijd waren de financiën het probleem. De buren lieten zich er maar moeizaam van overtuigen dat ingrijpen nodig was, dat het park zó was overwoekerd en dichtgeschoten, dat er nog slechts brandnetels en bramen groeiden. Van fauna was al helemaal weinig sprake meer.

De meeste Velsenaren accepteerden dat er moest worden gekapt. Veel ondoordringbaar hakhout en opschot is inmiddels verwijderd. 'Een pijnlijke operatie', geeft Van der Aar toe, 'het ziet er een paar jaar niet uit.' Ze wijst naar het al zichtbare resultaat. 'Omdat de tuin meer open is en er weer bloemen staan, komen er meer insecten. En daardoor vogels. Er is zelfs al een specht gezien.'

Het gras mag hoog staan, omdat dat insecten trekt. Gemaaid gras wordt meteen weggehaald om te voorkomen dat de bodem te veel voeding krijgt. 'Doordat de grond verschraalt, komen inheemse kruiden- en bloemsoorten terug.'

Het zijn, zegt Van der Aar, diepgaande keuzes. 'We willen een historische tuin laten zien, namelijk die van Michaël. Dus zijn we strikt en is 1770 onze deadline.' Jongere plantensoorten komen er niet in. En de rododendrons moesten er zelfs uit: negentiende-eeuws.

Van der Aar is kunsthistorica en geen tuinier ('Vijf jaar geleden kon ik ternauwernood een tulp van een narcis onderscheiden'), dus kwamen er andere experts aan te pas. Tuinhistorica Lucia Albers zette de restauratie op poten, tuinarchitecte Lia Copijn maakte het beplantingsplan.

Een struikelblok was het verschil - oplopend tot veertien meter - tussen Michaëls kaart en de huidige toestand. Daarom werd archeologisch onderzoek gedaan. Waar de bloemwaaier ooit lag, kon exact worden bepaald door de vondst van de middelste cirkel, een van de hoeken en het plantgat van de centrale boom.

Klaar? Nee. Van der Aar: 'Op de kaart van Michaël stond in drie van de hoeken van de bloemwaaier een boompje. Maar in één hoek stonden er twee. Pas tijdens de opening ontdekten we waarom.' De directeur en een paar historici nipten champagne in het hart van de waaier. 'Bij toeval keken we tussen die twee boompjes door naar het huis. We zagen precies de achterdeur en de deurknop, het enige vaste punt van Michaëls ontwerp. Toen wisten we dat we op de goede weg waren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden