Met lange tanden proeft Peking van de democratie

De Hongkongse kiezers hebben in meerderheid op Peking-gezinde parlementari gestemd. Geen wonder: zeven jaar na de aansluiting bij China weten de Hongkongers waar het geld kan worden verdiend....

Als je de metro uitkomt in het hart van Hongkong, zou je niet denken dat je in China bent. Het gebouw van de Admiraliteit heeft het standbeeld van Sir Thomas Jackson, grondlegger van de Hongkong Shanghai Banking Corporation, nog steeds fier op de stoep. Onder de historische overkapping van de Queens Pier kijk je uit op de Star Ferry, met zijn historische veerboten die dagelijks duizenden toeristen en forensen van Central naar Kowloon overzetten.

Dubbeldeks bussen rijden af en aan. Het verkeer is niet de vrolijke anarchie die je in andere Chinese steden aantreft. In Hongkong rijdt men nog links, als in een Britse kolonie.

De Hongkonger rochelt en spuugt ook aanmerkelijk minder dan zijn landgenoten. Op littering, zo waarschuwen strenge borden in Engels en Chinees, staat 1500 Hongkong-dollar boete (ruim 150 euro). En de Racing Post meldt dat op de Happy Valley Racecourse vanavond de HK Country Club Challenge wordt afgewerkt. Welk paard zou er winnen: Better Dragon, All The Best of Progressing Times?

Hongkong heeft de air van de Londense City, getransplanteerd naar AziDe arrogante wolkenkrabbers langs Connaught Road zitten vol bankmanagers, advocaten en outsource-regelaars die van de stad nog immer het financi hart van de regio maken. Shanghai mag denken dat het Hongkong in de nabije toekomst kan overtreffen, hier worden vooralsnog de zaken gedaan.

Het Volksbevrijdingsleger zit er ook, tegenwoordig. Maar je zult in Hongkong geen Chinees legeruniform op straat zien. De macht verschuilt zich in een anonieme veste met schotels en antennes op het dak, op een steenworp van de Admiraliteit en het Ritz Carlton-hotel. Zeven jaar geleden is het nu dat de Chinese staat zich weer ontfermde over het zo lang geleden aan Europese koloniale machten verloren grondgebied aan de monding van de Parelrivier. Hongkong en het drie kwartier varen verderop gelegen Macau, kwamen weer terug in de schoot van het moederland. Tevredenheid bij Peking, gemengde gevoelens bij de acht miljoen inwoners van de beide enclaves. Zouden de communisten het betrekkelijk aangename leven gaan verstoren?

De Hongkongers hebben altijd een beetje neergekeken op de rest van China. Botte boertjes zijn het daar, vinden de stadsbewoners. En omgekeerd vindt de modale Chinees dat volkje van de kroonkolonie een stelletje snobs. Er klinkt jaloezie in door. Want de stadsbewoners hebben dankzij de bescherming van het Britse rijk nooit de ellende hoeven meemaken die generaties landgenoten in China moesten verduren, van de uitbuiting en oorlog onder de precommunistische warlords tot de honger en vernedering van Mao's Culturele Revolutie. Hongkong was een oase van rust en orde, terwijl de rest van China leed.

De stad mag nu herenigd zijn met de Chinese natie, ze is er nog lang geen organisch deel van. De verkiezingen van zondag 12 september ondersteepten nog eens dat Hongkong een buitenbeentje is met een bijzondere administratieve status. Dankzij die status, resultaat van de onderhandelingen over de machtsoverdracht van 1997, kunnen de Hongkongers als enige Chinezen hun gemeenteraad kiezen uit een keur van partijen, van Peking-gezinde 'realisten' tot vrijheidslievende, koppige democraten.

Hier kan Albert Cheng, een emotionele liberale talkshow-moderator die Peking rauw lust, het brengen tot volksvertegenwoordiger. Of anders Longhair Leung, een oude hippie met lange manen die roept dat hij het ware marxisme nog aanhangt.

De stad is wat democratie betreft de proeftuin van heel China. De uitslag van de verkiezingen is daarom een geruststelling voor de machthebbers in Peking en hun lokale adjudant, burgemeester Tung. Van de zestig zetels vielen er 35 toe aan Peking-gezinden, en 25 aan de oppositie. Peking heeft de afgelopen maanden weinig nagelaten om de Hongkongers duidelijk te maken waar hun loyaliteit behoort te liggen: de Chinese marine kwam imposant op bezoek, het rode leger vertoonde zich voor het eerst sinds 1997 op straat met een parade van drieduizend man, pantserwagens en helikopters; de Chinese kampioenen van de Olympische Spelen kwamen dagenlang handtekeningen geven, zwaaien en liederen zingen; de burgemeester kon een goednieuwsshow geven over de nieuwe economische concessies die Peking aan de stad vergunde; en de Chinese politie zette een lid van de oppositie te kijk als hoerenloper.

De boodschap was duidelijk: jullie boffen maar dat je weer bij ons hoort.

Denken stadsbewoners daar inmiddels ook zo over?

'Voor 1997 zeiden we nog: we zijn Hongkongers, geen Chinezen', zegt een snackbaruitbater op Hongkongs groene buiteneiland Lantau. 'We moesten niets van die mensen van het vasteland hebben. Toen kregen we de economische crisis, sars, en nu hebben we ze hard nodig. Mensen zijn nu mandarijn-Chinees aan het leren, naast het lokale dialect. Dit is een stad waar geld verdienen heel belangrijk is, en dat geld komt steeds vaker van China.'

'Het leven is voor de meeste mensen hier niet veranderd', zegt een Europese zakenman die al twintig jaar in de stad woont. 'Dat hebben de Chinezen wel knap gedaan. Ze beseffen natuurlijk ook heel goed dat ze Hongkong als financieel centrum, als moderne schakel met de buitenwereld, nog steeds hard nodig hebben. Hier zit de kennis, niet in Shanghai of Peking.'

Een schoonmaker in de binnenstad vindt dat de stad wel veranderd is. Het is gemakkelijker geworden voor vastelanders om de grens over te komen, vindt hij. 'Ze pikken onze banen af. Dat is belangrijker dan democratie'.

Het spel dat Peking speelt is slim: het dresseert Hongkong door het brokken toe te gooien als het braaf is. Want de stad wordt nog steeds op allerlei terreinen buiten de deur gehouden in China. Met een auto met Hongkongse nummerborden de grens over, dat kan tegenwoordig net, maar je kunt die auto nog lang niet gewoon aan een Chinees verkopen. Pas sinds kort mogen toeristen uit een aantal Chinese steden vrijuit gaan shoppen in het winkelparadijs dat Hongkong is.

Peking laat zo graag zien aan de kiezers, die zich met een forse onroerendgoedcrisis en de sars-epidemie achter de rug economisch kwetsbaar weten, wie de nieuwe broodheer is. En men wordt daarin van harte gesteund door lokale zakentycoons als Stanley Ho en Li Ka-shing, die de stadsbevolking gaarne uitleggen dat je met democratisch geneuzel geen brood op de plank krijgt. De Communistische Partij en de zakenwereld kunnen het in Hongkong prima met elkaar vinden.

De machthebbers moeten niks hebben van de uitgebreide civil society die de stad rijk is. Het is een van de belangrijkste verschillen met de rest van het land, waar de angst om je nek uit te steken nog altijd domineert, omdat je als het tegen zit zo van straat geplukt kunt worden. Die lastpakken met hun gebrek aan respect voor het gezag, daar gruwen ze in Peking van. Het zijn eigenwijze dames als Christine Loh van de onafhankelijke denktank Civic Exchange. Zij, telg uit een rijke familie die uit Shanghai vluchte toen de communisten in 1949 binnenrukten, hoopt dat er 'een markt voor democratie is' en piekert nu teleurgesteld hoe het toch komt dat de Peking-gezinden de meerderheid houden.

Het zijn keurige heren als democratisch veteraan Martin Lee, die het in de ogen van Peking treurige lef had in de VS te verklappen dat China nog niet het paradijs op aarde is. Of milieu-activisten van allerlei slag, die een supergevangenis willen tegenhouden omdat die het territorium van de Dibamus Bogadeki-slang verstoort, of tegen de landaanwinning zijn voor de stoep van het hoofdkwartier van het Volksbevrijdingsleger, omdat er weer vooral nieuwe winkels en kantoren zijn gepland, en te weinig stedelijk groen.

Met hun hang naar westerse fratsen zijn het 'bananen', vindt men in Peking: geel van buiten, wit van binnen. Geen goede patriotten: ze willen niet inzien dat China en dus Hongkong nog lang niet toe is aan al die vrijheid, die alleen maar instabiliteit zal opleveren. Kijk naar de Sovjetunie, die het toeliet en desintegreerde.

Daarom mag het geen verbazing wekken wanneer de nieuwe door Peking gedomineerde gemeenteraad over een tijdje weer de Nationale Veiligheidswet krijgt voorgeschoteld, die vorig jaar na een demonstratie van honderdduizenden tegenstanders nog in een la verdween. Met de wet wil Peking 'ondermijning' van het nationaal belang voorkomen. De oppositie ziet de bui hangen: de duimschroeven gaan langzaam maar zeker aangedraaid worden. Het scenario van de regering is voorspelbaar, de democratische franje in China's nieuwe kroonkolonie moet worden teruggebracht tot een niveau dat voor de centrale leiding beter te verteren is.

Hongkong is hoe China over twintig, dertig, veertig jaar hoopt te zijn. Economisch gezien tenminste: redelijk welvarend, geordend, relatief effici bestuurd. Wie rijk is kan doen met zijn geld wat hij wil, wie arm is kan terugvallen op een redelijk betrouwbaar sociaal vangnet. En verder moet iedereen hard werken en braaf luisteren naar De Partij, die weet wat goed is voor het land dat de nieuwe wereldmacht van de 21ste eeuw moet worden.

Op dat vlak moet Hongkong nog een beetje bijleren. Het gevoel voor Chinese verhoudingen, verwacht Peking, komt met de jaren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden