Met 'klimaat' wordt vanaf nu ondernemersklimaat bedoeld

Het kabinet-Rutte zet het ambitieuze klimaatbeleid van zijn voorganger bij het grofvuil. De kritiek is niet van de lucht, al zijn er ook positieve reacties. 'De tijd van lobbyen en praten is voorbij.'

Nederland probeert niet langer het zuinigste jongetje van Europa te zijn. Het kabinet-Rutte behoort op het gebied van milieu-, klimaat- en energiebeleid tot de grijze middenmoot. Het ambitieuze klimaatbeleid wordt definitief bij het grofvuil gezet. Waar het laatste kabinet zich nog als gidsland en Europese voorloper profileerde op het gebied van klimaatbeleid, kiezen Rutte, Verhagen en Wilders ervoor niets meer te doen dan Europa van ze verwacht. Dat beeld rijst op uit het conceptregeerakkoord dat Rutte, Verhagen en Wilders donderdag presenteerden.


In de woorden van Pier Vellinga, hoogleraar klimaatverandering aan de Universiteit van Wageningen: 'Voor het milieubeleid moeten we nu erg blij zijn dat we Europa nog hebben. Anders bleef er geen spaan van over.'


Het is een conclusie die vreemd afsteekt bij de reactie van bijvoorbeeld CDA-coryfee Elco Brinkman. In zijn rol als voorzitter van Bouwend Nederland stelde Brinkman in een reactie op de plannen van het kabinet-Rutte: 'Gelukkig staan ondernemerschap, innovatie en duurzaamheid bij dit kabinet voorop.'


De werkgeversorganisaties LTO, MKB-Nederland en VNO-NCW lieten zich in vergelijkbare woorden uit. 'Deze plannen sluiten aan bij ons toekomstscenario, waarin innovatie en duurzaamheid een belangrijke rol spelen', schreven zij in een gezamenlijke verklaring.


Over de omvang van die rol zijn echter wat vragen te stellen. Natuurlijk, liberaal Mark Rutte van de VVD (die ooit nog een agenda voor GroenRechts schreef) heeft nog wel enige aandacht voor het milieu. Nederland zal zich nog steeds verbinden aan de doelstelling van 20 procent minder CO2-uitstoot in 2020. Daarmee wordt de reductiedoelstelling van 30 procent van het vorige kabinet weliswaar losgelaten, maar 20 procent is genoeg om te voldoen aan in Europees verband gemaakte afspraken. Verder wordt duurzame innovatie gestimuleerd en blijft het kabinet zich inzetten voor een iets milieuvriendelijker landbouwsector.


Maar daar blijft het bij. Het nieuwe kabinet gaat geen dwingende regels opleggen, stimuleren is het adagium. De weg voor kernenergie is volledig vrijgemaakt en er wordt veel geld vrijgemaakt voor snelwegen, voor 'supersnelwegen' zelfs.


Van de grote vervuiler - de bio-industrie - wordt met geen woord gerept. Van de zes keer dat het 'klimaat' genoemd wordt in het nieuwe regeerakkoord, gaat het in vier gevallen over zaken die niets met het milieu te maken hebben: vestigingsklimaat (twee keer), ondernemingsklimaat en topsportklimaat. De twee keer dat wel wordt gesproken over klimaat, betreft het internationale afspraken.


De plannen van het kabinet-Rutte vormen daarmee een duidelijke en opvallende trendbreuk met die van het kabinet-Balkenende IV. Dat gaf het thema klimaat, onder meer via het programma Schoon en Zuinig, prioriteit.


Uiteraard klaagde de milieulobby vanaf het begin van Balkenende IV (februari 2007) direct al over het milieubeleid. Diverse onderzoeken en tussenrapportages van het Planbureau voor de Leefomgeving wezen uit dat de doelen voor 2020 (30 procent minder CO2 bijvoorbeeld) niet gehaald zouden worden. Reden voor allerlei belangenclubs om te klagen dat het milieubeleid te versnipperd was en te veel afhankelijk van vrijwillige afspraken. Hadden ze op dat moment geweten wat hen met Rutte en de zijnen te wachten stond, dan hadden ze hun groene vingers waarschijnlijk afgelikt bij de plannen van toenmalig minister van Milieu Jacqueline Cramer.


Dat de PVV niet veel op heeft met klimaat- en milieubeleid was al bekend. De partij ageert consequent tegen 'de klimaathype'. Het was dan ook niet verwonderlijk dat PVV-Kamerlid Richard de Mos er een groot nummer van maakte, toen eerder dit jaar bleek dat in het vuistdikke klimaatrapport van IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, enkele fouten stonden.


Ook de VVD schoof steeds meer op, de afgelopen jaren. In 2006 meldden de liberalen in hun verkiezingsprogramma nog dat de overheid 'stringente normen moest opleggen en handhaven'. Inmiddels vindt de VVD weliswaar nog steeds dat de uitstoot van broeikasgassen omlaag moet, maar de partij tekent daarbij aan dat de overheid de markt vooral niet moet opleggen hoe die doelen te halen. Liberalen houden niet van regels.


Datzelfde geldt voor het CDA. Hoewel veel mensen in de achterban rentmeesterschap nog een belangrijke waarde vinden, had de partij in de vorige coalitie al moeite met een mogelijk dwingend karakter van klimaatbeleid. De milieubelasting op vliegtickets (een wens van coalitiegenoot de PvdA) kwam er wel. Maar toen Nederland zich massaal tegen die tickettaks verzette, schafte verkeersminister Camiel Eurlings (CDA) deze direct af.


Hoezeer een trendbreuk op het gebied van milieu en klimaat dus ook te verwachten viel, vrijdag was de omslag alsnog aanleiding voor boze reacties. Stichting Milieudefensie liet weten dat 'Rutte I duurzaamheid de kop indrukt'. Met name de aanleg van extra asfalt, de hogere maximumsnelheid en de bezuiniging van 300 miljoen op natuur en de leefomgeving, zijn tegen het zere been van de organisatie. Natuurmonumenten had het over afbraak van het natuurbeleid, vooral omdat het nieuwe kabinet een streep zet door de 'robuuste verbindingszones', de verbindingen tussen afzonderlijke natuurgebieden. Staatsbosbeheer, dat bossen moet verkopen als het aan Rutte, Wilders en Verhagen ligt, zei 'zeer bezorgd' te zijn.


Ook uit meer onverdachte hoek kwam kritiek. De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) liet weten dat de plannen van het kabinet schadelijk zijn voor ondernemers. Zij doelden op het schrappen van de heffingskorting van 1,3 procent voor onder meer groen beleggen, sociaal-ethisch beleggen. Dankzij die korting werd de afgelopen jaren voor 8 miljard euro geïnvesteerd in groene projecten en op die manier werd ondernemerschap volgens de NVB bevorderd.


Opgetogen geluiden waren ook te beluisteren. Jos Cozijnsen, specialist op het gebied van de CO2-emissiehandel noemde het 'prima' dat het kabinet het initiatief nu aan de markt laat. 'Dat er een probleem is, weten we nu wel. De tijd van lobbyen en praten is voorbij. Eigenlijk zegt het kabinet: niet meer lullen, maar aan de slag. De markt kan dat prima oppakken.'


Ook Theo Waltie, voorzitter van het Regieorgaan Energietransitie toonde zich voornamelijk tevreden. 'Het is zeer positief dat het kabinet het belang onderkent van CO2-reductie, energiebeleid en economische kansen.' Zelfs Pier Vellinga zag nog lichtpuntjes: 'Dat de stimuleringsregeling voor duurzame energie (SDE) overeind blijft, is mooi nieuws. Continuïteit van beleid is, juist op dit vlak, heel belangrijk.'



Een greep uit de belangrijkste maatregelen

Staatsbosbeheer moet grond verkopen.


De weg naar nieuwe kerncentrales wordt ingeslagen.


De ecologische hoofdstructuur (EHS) wordt 'herijkt' (gevolgen onduidelijk).


Ambities op het gebied van terugdringen CO2-uitstoot worden verlaagd.


Er gaat een streep door robuuste verbindingszones die natuurgebieden met elkaar verbinden.


Subsidies voor milieuorganisaties en internationaal milieubeleid worden geschrapt.


Het door de Deltacommissie bepleite 'besluit beheer Haringvlietsluizen' wordt ingetrokken. Het op een kier zetten van de sluizen was volgens de commissie nodig om de Delta op lange termijn veilig en klimaatbestendig te maken.


Er komen meer snelwegen, waarvan een aantal 'supersnelwegen'.


Er wordt jaarlijks 300 miljoen euro bezuinigd op natuur en landschap.


De heffingskorting van 1,3 procent op onder meer groen beleggen en sociaal ethisch beleggen geschrapt.