Oorlogsfotografie

Met Jeroen Oerlemans naar mijn eerste frontlijn

Maak in Sirte één verkeerde beweging en de sluipschutters van IS zullen je raken. Fotograaf Jeroen Oerlemans ziet dat voor zijn ogen gebeuren, in de namiddag van zondag 26 juni. Het is de eerste keer in jaren dat hij zich weer waagt aan het oorlogsfront.

Een groep anti-IS-strijders, gemaakt door Jeroen Oerlemans op 28 juni is Sirte. Beeld Jeroen Oerlemans

Dat front, waarachter de Islamitische Staat begint, is in Libië niet meer dan een ongemarkeerd heuveltje zand op de kustweg. Pal daarvoor ligt Jeroen, met een Tsjechische collega. Naast hen glinstert de Middellandse Zee, schuin erachter overziet IS vanuit hoge flats op dat moment nog de kuststrook.

Om te voorkomen dat hij geraakt wordt door rondvliegende kogels heeft Jeroen zich onderweg hiernaartoe zo hard tegen het asfalt gestort dat zijn rechter elleboog open ligt - een onbeduidend bedrijfsongelukje voor een oorlogsfotograaf.

De jonge militiestrijders die hij bij de zandhoop fotografeert, dagen hun tegenstanders van IS uit. Ze steken stokken omhoog, knallen met hun kalasjnikovs in de lucht. En dan steekt een jonge knul, die door zijn maten Abdul Salam wordt genoemd, ineens heel even ook zijn hoofd boven de zandheuvel uit, binnen het bereik van de sluipschutters. Geintje.

Pats! Daar schampt een kogel het hoofd van Abdul Salam.

Overal is bloed en als de kogel hem drie centimeter lager had geraakt, was de jonge strijder dood geweest. Nu staat hij gewoon weer op. Het gebeurt pal voor Jeroens ogen. Hij maakt foto's van de gewonde jongen en zijn maten, die Abdul Salam meenemen naar het veldhospitaal, dansend van opluchting.

Achteraf, terwijl onze chauffeur met een noodgang terugrijdt naar veiliger gebied, is Jeroen stellig: deze zandheuvel was een van de gevaarlijkste plaatsen die hij in dertien jaar oorlogsverslaggeving heeft bezocht. Naar dit front wil hij niet terug. 'Ik heb mijn foto's nu. Ik hoef niet opnieuw zo dichtbij te komen.'

Tekst gaat verder onder de kaart.

Een zwarte man die ervan wordt verdacht een huurling van Kadhafi te zijn wordt meegenomen door strijders, Tripoli, 2011. Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

Twijfels

Moet je wel verslag doen van de oorlog in Sirte? Bij de Volkskrant weten we dat aanvankelijk niet zeker. Niet omdat we vraagtekens stellen bij het journalistieke belang - dit is een vergeten oorlog tegen IS pal voor de kust van Europa, die op dat moment nog nauwelijks door westerse media is verslagen. Vanaf het moment dat de oorlog een gezicht krijgt, neemt de militaire en humanitaire hulp aan Libië vrijwel direct toe. Wel aarzelen we over de risico's.

Sterker nog: we twijfelen aanvankelijk zelfs of we in het door burgeroorlog en terreur verscheurde Libië - reisadvies: code rood - sowieso wel voet aan de grond moeten zetten. Libië is de afgelopen jaren voor westerse journalisten al vaker levensgevaarlijk gebleken.

Which way is the front line from here? luidt de titel van een herdenkingsfilm die is gemaakt voor fotograaf Tim Hetherington, die hier stierf in 2011. Dit beeld - journalisten die vol bravoure onvoorbereid naar het front gaan en pas ter plekke uitzoeken hoe ze daar eigenlijk moeten komen - is nog steeds het cliché van oorlogsjournalistiek.

Tekst gaat verder onder de video.

Maar deze werkwijze, die in Nederland altijd al minder in zwang is geweest dan in Angelsaksische landen, is anno 2016 onmogelijk geworden. De journalist geldt in conflictgebieden allang niet meer als toeschouwer, maar als een doelwit, die als het misloopt zonder pardon wordt ontvoerd, onthoofd of gewoon doodgeschoten.

Wanneer professionele journalisten tegenwoordig een reis naar een spannend gebied overwegen, begint dat daarom meestal met een grondige verkenning van de risico's. Tijdens de voorbereiding voor deze Libië-reis, die weken duurt, raak ik voor het eerst aan de praat met Jeroen Oerlemans, die dat land in 2015 voor het laatst had bezocht.

Bij het eerste gesprek ben ik onder de indruk van zijn kennis van zaken en enthousiasme. Als we besluiten de reis aan te durven, blijkt geen van de vaste Volkskrant-fotografen op dit moment in staat om mee te gaan. Direct draag ik Jeroen voor. Eigenlijk heeft hij geen tijd, meldt hij me, maar hij zal direct zijn agenda schoonvegen: hij wil het verhaal over Sirte 'écht maken'.

Jeroen is in 2012 een week ontvoerd in Syrië, door rebellen die gelieerd waren aan een voorganger van IS. Hoewel hij daarna nog regelmatig naar lastige landen - zoals Libië, Oekraïne, Uruzgan - reisde, wordt dit na vier jaar de eerste keer sinds zijn ontvoering dat hij weer zo in de frontlinie ligt.

Op eigen initiatief huurt hij een gps-tracker, waarmee men op de redactie in Amsterdam onze locatie kan volgen. 'Mocht er iets helemaal misgaan', schrijft hij in een e-mail, dan zullen we een noodsignaal afgeven via de SOS-knop, 'hetgeen net dat kleine verschil kan maken'.

Familiepension

Elke oorlog heeft een hotel waar alle journalisten samenkomen. In het geval van de oorlog in Sirte - een vergeten oorlog - is dat een nondescript familiepension: het Al Baraka-hotel in Misrata, een welvarende provinciestad maar liefst 270 kilometer van het front verwijderd. Slapen in Sirte zelf is gevaarlijk.

Als je deze zomer 's avonds laat het Al Baraka binnenstapt, struikel je bijna over de helmen en verstofte kogelwerende vesten bij de ingang. Ongeschoren journalisten - dit is grotendeels een mannenwereld - strooien in de lobby met anekdotes over sluipschutters in Sirte of hun laatste embed met een militie van onervaren tienersoldaten naar het front met Islamitische Staat.

Ze doen dat boven een alcoholvrij biertje, want dit is Libië en bovendien is het ramadan.

Jeroen is hier in zijn element. Zelf ben ik pas sinds maart van dit jaar Midden-Oostencorrespondent. Weliswaar heb ik eerder in conflictgebieden gewerkt, maar Sirte wordt mijn eerste frontlijn. Jeroen, met zijn jarenlange ervaring als oorlogsfotograaf, glimlacht daarover slechts minzaam. Met hem werken voelt veilig.

Als het gaat om veiligheid, helpt iedereen in het Al Baraka elkaar. Achter de heldenverhalen schuilen meestal - maar niet altijd - doordachte keuzes. Stoerheid blijkt soms een façade: zo kampt een journalist met psychische problemen, helaas een volstrekt normaal verschijnsel onder conflictverslaggevers. Hij belt midden in de nacht Jeroen uit bed met ongeveer deze mededeling: IS staat beneden in de lobby.

De meeste mensen die al eens een ontvoering door IS hebben overleefd, zouden dit bericht om halfdrie 's nachts waarschijnlijk slecht trekken. Maar Jeroen, attent en voorkomend als altijd, stelt de collega gerust en biedt aan zelf te gaan 'kijken of alles beneden oké is'.

Jeroen Oerlemans (L) en Ana van Es in Sirte. Beeld Stanislav Krupar

Een van de weinige momenten dat ik Jeroen bezorgd zie, is tijdens een bezoek aan een familie die Sirte nooit heeft verlaten onder het bewind van IS. Bij zulke achterblijvers bestaat altijd een kans dat ze zich niet alleen schikten in het IS-bewind, maar er ook actief mee samenwerken. Voordat de poort van het huis achter ons dichtslaat, vraagt hij met zijn sonore stem: 'Wat denk jij hiervan?'

De knop van de gps-tracker die de redactie in Amsterdam laat weten waar wij zijn, drukt hij nadrukkelijk in.

Kamelen

De weg naar het front in Sirte - bijna drie uur heen, drie uur terug - staat vol borden die waarschuwen voor overstekende kamelen. De woestijn waaruit IS nu wordt verjaagd, was onder kolonel Moammar Kadhafi een wildreservaat.

Jeroen wil graag naar het hotel, waar internet is en hij kan skypen met zijn vriendin en drie kinderen.

Tijdens zo'n autorit vraag ik hem: waarom wil je toch weer een oorlog met IS verslaan, terwijl het eerder bijna verkeerd is gegaan? Na zijn ontvoering was hij aanvankelijk van plan te stoppen met oorlogsjournalistiek. Hij had zijn kogelvrije vest weggegeven. Maar foto's maken van mensen die door de wereld anders niet worden gezien en er des te meer toe doen, dat maakt hem gelukkig.

In Sirte is hij onder de indruk van de jonge strijders met kalasjnikovs, op hun 22ste veteraan van vier of vijf burgeroorlogen, die soms bijna hun eigen dood tegemoet lijken te rennen, in het geloof dat het allemaal goed zal aflopen. 'Geen probleem', schreeuwen ze in het Arabisch zodra het levensgevaarlijk wordt - lastig voor een toeschouwer om het risico in te schatten.

In de Libische oorlog gebeuren wonderen. Hamza bin Nasr (23) poseert voor Jeroens camera met een guitige lach en een gebaar alsof hij bij IS hoort - favoriet geintje onder de militiejeugd. Twee dagen later zien we hem terug in het veldhospitaal. Een granaatscherf is doorgedrongen tot vlak bij zijn aorta. De operatie vindt plaats met de primitiefste middelen, op een klaptafel.

Toch lijkt Hamza het te redden. Jeroen staat erop dat we zijn militiecommandant vinden om hem dit goede nieuws te vertellen. Wijzend naar de foto's op zijn camera legt hij uit: deze jongen leeft nog.

Veronique Smedts, chef fotografie

'Gruwelijke foto's plaatsen we maar mondjesmaat. Mensen zijn er gevoelig voor. Maar je moet wel gewoon laten zien wat er gebeurt.

'Vorige week hadden we de foto van het ziekenhuis in Aleppo dat gebombardeerd wordt. Daar ligt gewoon een dood iemand tussen. Ik vond dat nog redelijk mooi omdat hij zo onder het stof zat, dat hij bijna lijkt op een slachtoffer van de Vesuvius.

'Toch krijg je daar reacties op: 'Moet dat nou?' Of zijn we dan weer te sensationeel. Ik vind dat de Volkskrant dat absoluut niet is. We doen het bewust en met mate, op momenten waarvan wij vinden dat we het moeten doen. Dát was een keerpunt. Er verandert iets, het wordt heftiger. Ik vind dat je op dat moment echt wel mag laten zien hoe gruwelijk het is.'

Guus Dubbelman, fotograaf bij de Volkskrant, op patrouille met Nederlands leger in berggebied rond Tarin Kowt, Afghanistan. Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

Als geen ander weet Jeroen dat het in dit werk verkeerd kan aflopen. 'Oorlog is altijd gevaarlijk', doceert hij een keer. 'Dat moet je gewoon accepteren.' Libië, een land waar hij komt sinds de opstand tegen Kadhafi in 2011, blijkt voor hem bezaaid met plaatsen die onzichtbaar herinneren aan wat er fout kan gaan.

Daar ongeveer, wijst hij op een ochtend in Tripoli Street, Misrata - daar moet fotograaf Tim Hetherington in 2011 zijn overleden, samen met collega Chris Hondros. In de ruïnes van de Romeinse stad Leptis Magna, een parel aan de Libische kust, al jaren onbereikbaar voor toeristen, blijft hij langdurig en in zichzelf verzonken staan.

Zegt dan: 'Ik was hier eerder met John Cantlie.'

De Britse oorlogsjournalist John Cantlie en Jeroen werden in juli 2012 samen ontvoerd in Syrië, door rebellen die later zouden opgaan in IS. Na een week kwamen ze vrij. Cantlie wilde daarna terug naar Syrië en vroeg Jeroen mee, die weigerde.

Bij terugkeer in Syrië is Cantlie opnieuw ontvoerd. Tot op de dag van vandaag zit hij vast bij IS, die hem inzet in propagandavideo's.

'Ik geloof niet dat ik een trauma heb', vertelt Jeroen bij de triomfboog van Leptis Magna. 'Ik ben vooral blij dat ik vrij ben en leef.'

We zijn nog maar net weg uit Libië, of Jeroen maakt alweer nieuwe plannen. Op 2 augustus stuurt hij een sms-bericht: 'VS bombardeert Sirte, duurt niet lang meer voordat het over is nu echt. Gaan we terug?'

Maar ondanks de internationale militaire steun stagneert de opmars in Sirte. De milities tegen IS was een ramadanoorlog beloofd: de bevrijding zou samenvallen met het Suikerfeest. Met een gewondenaantal van een op vier is de moraal ver te zoeken. Nu na de hete zomer het economische leven weer begint, leggen steeds meer strijders hun kalasjnikovs neer: ze moeten aan het werk.

Alex Burghoorn, chef buitenland

'Ik denk zelf nooit alleen aan de fotograaf, maar aan het team. Wij sturen op dit soort missies vrijwel alleen maar koppels. Of dat nou gaat over Libië, Syrië, Nigeria of Oekraïne: het is altijd een fotograaf mét een verslaggever. Ze zijn met z'n tweeën ergens. Ik heb daarbij niet het idee dat wij vragen van een fotograaf om meer te doen dan een verslaggever.

'Maar tegelijkertijd weet je dat er een spanningsveld zit tussen die twee. Altijd. Voor die ene foto waarvoor je heel dichtbij wil komen, moet je op plekken komen waar de verslaggever niet hoeft te zijn om zijn verhaal te maken. Of het goed gaat, hangt dus af van hoe die twee samenwerken. Ik heb zelf ook in situaties gezeten dat ik met iemand op pad was en dacht: 'Ik heb mijn verhaal.' Maar de fotograaf naast me was dan chagrijnig, die dacht: 'Godverdomme, ik heb nog geen goede foto.'

'Hoe ga je daarmee om? Hoeveel ruimte geef je elkaar daarin? Samen maak je afwegingen, en je betrekt zo vaak als dat kan de redactie erbij: 'Jongens, we hebben nu dit en dit, we hebben die en die gesproken, de fotograaf heeft ongeveer dit en dit. We zóúden nu nog dit kunnen doen. We zouden nu nog die wijk in kunnen gaan. We zouden nu nog een dorp verder kunnen rijden. Moet dat?'

'Het is een complex spel van afwegingen. Maar ik heb niet het gevoel dat wij mensen pushen om meer te doen dan verstandig is.'

Alex Burghoorn, chef buitenland de Volkskrant. Beeld Hilde Harshagen

Keerpunt

IS krijgt de kans zijn wonden te likken. Er zijn verontrustende signalen dat IS-strijders zich ook buiten Sirte ophouden. Vanuit de woestijn die ooit wildreservaat was, leggen ze 's nachts mijnen op de snelweg naar Misrata. Daarbij zijn al twee slachtoffers gevallen.

In feite is dit een keerpunt in de oorlog. De aanslagen van IS op de voor Libië belangrijke verbindingsweg naar het oosten zijn terug. En dat was nu juist voor milities uit Misrata - een machtige handelsstad - een belangrijke aanleiding om dit voorjaar orde op zaken te stellen in het naburige Sirte.

Twee weken lang liggen de gevechten zelfs nagenoeg stil. Maar dan, op zondag 2 oktober, wordt in Sirte weer een groot offensief gepland op de overgebleven IS-wijk. De journalisten in het Al Baraka-hotel, toch al nooit met velen, zijn uitgedund tot een handjevol mensen. Ook Jeroen is hierbij. Hij reist samen met Joanie de Rijke, een ervaren Vlaamse oorlogsverslaggeefster, die hier in juni ook was. Ze zegt: 'Het is nu onveiliger dan twee maanden geleden.'

Moet je wel verslag doen van zo'n soort oorlog? 'Geen foto is het waard om voor te sterven', zei Jeroen daarover in het journalistenblad Villamedia, vlak na zijn bevrijding uit Syrië in 2012. Het kan niet anders dan dat hij heeft geoordeeld dat de risico's in Sirte beheersbaar waren, net zoals wij en de chef buitenland van de Volkskrant drie maanden eerder besloten.

Een sluipschutter van IS weet Jeroen fataal te raken, terwijl hij vanaf een gebouw aan de frontlijn een straat oversteekt terug naar veiliger gebied. Hij sterft aan de uiterste rand van een wijk die geldt als bevrijd sinds eind augustus.

Guus Dubbelman, fotograaf 

'Toen in Libië de oorlog begon, zag ik de mensen in Benghazi, en zei ik tegen de krant: 'Als jullie iemand naar Libië willen sturen, dan wil ik er naartoe'. Die vrijheidsdrang van de mensen daar vond ik zo vanzelfsprekend. Het leek op Duinkerken, op beelden die we eerder in de geschiedenis hebben gezien. Ik voelde echt dat de Arabische wereld af wilde van dat tuig dat veertig of vijftig jaar heeft geregeerd.

'Voor de krant is dat een moeilijke beslissing. De krant belde me op zondagavond: 'Wil je naar Tripoli gaan?' Ik had net twee matige voetbalwedstrijden in de competitie gedaan. Een heel rare combinatie, dat je voetbalwedstrijden doet en je gaat dan mogelijk naar zo'n conflictgebied. 'Ik had het conflict natuurlijk gevolgd. Als je dan het vliegtuig ingaat, ga je eigenlijk van een vredige situatie in een paar dagen tijd naar het andere uiterste van geweldsspectrum. In Tripoli kom je in een miljoenenstad waar bijna niemand op straat is. Alsof een neutronenbom is ontploft, heel naargeestig. Er zijn controles, er is agressiviteit. Jongens op slippers en met zware geweren, er wordt geschoten. Je moet aan het lawaai wennen, gezichten, je gaat allerlei dingen bestuderen.

'We kwamen op de basis van Kadhafi, die de dag ervoor was gevallen. Het was eigenlijk een soort B-film, een lelijke militaire basis. Met alle karikaturen die je kan bedenken. Maar daar lagen ook de eerste lijken, verschrikkelijk toegetakelde kerels. Daar maak je beeld van. Dan zie je de dood. En de dood in deze situatie, daar moet je aan wennen.'

'Niet hij'

'Dit moet je absoluut weten', zegt Omar Ouahmane, correspondent van Radio France. 'De strijders in Sirte die erbij waren, moesten huilen. De verplegers in het veldhospitaal stonden te huilen, zeiden: nee, alsjeblieft niet hij. Ze kenden hem van eerdere bezoeken. Ze vonden hem aardig.'

Ouahmaneziet het gebeuren in de chaos van die middag, waarin tientallen gewonden vallen en luchtaanvallen op vlakbij gelegen IS-gebouwen de stad doen dreunen. Vlak voordat Jeroen komt aanrennen, is een schutter begonnen de straat onder vuur te nemen. In het hoofd van Ouamane vormen zich nog de woorden 'Niet oversteken!', maar hij heeft niet eens de tijd om die uit te spreken: Jeroen ligt al op de grond.

Lees hier de verhalen die Ana van Es schreef tijdens haar reis in Libië

Volksleger gaat IS te lijf op blote voeten

Kadhafi's gouden pistool is glans kwijt

Hier vindt u een selectie van de foto's die Jeroen Oerlemans voor de Volkskrant in Libië maakte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden