Met hulp van rassenkunde racisten om de tuin leiden

Hans Georg Calmeyer was advocaat vóór hij namens de Duitse bezetters over leven en dood mocht beschikken. Hij redde duizenden Joden het leven, omdat ze zogenaamd niet Joods waren....

Ruim dertig jaar geleden zorgde een controverse rondom Friedrich Weinreb voor hevige commotie. Voor- en tegenstanders van deze chassidische Joodse geleerde gingen elkaar met argumenten te lijf tot de vonken eraf spatten. Wat was het geval? Weinreb beheerde tijdens de Duitse bezetting een lijst waarop met deportatie bedreigde Joden zich – tegen betaling – konden inschrijven. Dankzij zijn goede contacten in nazi-Duitsland, zo beweerde Weinreb, was hij in staat de mensen op zijn lijst te beschermen. Net als het geval was met andere lijsten met uitzonderingsgevallen die door de Duitsers tijdelijk werden toegelaten, bleek ook die van Weinreb na verloop van tijd waardeloos.

Het verhinderde Weinrebs supporters, onder aanvoering van Vrij Nederland-columniste Renate Rubinstein, niet om de man de hemel in te prijzen als een miskende verzetsheld. Dit romantische beeld hield geen stand. Een in opdracht van het RIOD (Rijks Instituut voor Oorlogsdocumentatie, tegenwoordig NIOD) verrichte studie toonde zonneklaar aan dat het Weinreb om het geld te doen was geweest en dat hij had verzuimd zijn ’cliënten’ te waarschuwen dat zijn lijst geen zekerheid bood. Hij had domweg misbruik gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen.

Het geval Calmeyer van de tot voor kort voor het NIOD (en nu voor de Universiteit van Utrecht) werkzame historica Geraldien von Frijtag Drabbe Künzel roept spontaan associaties op met de Weinreb-affaire. Ook de naam van de Duitser Hans Georg Calmeyer is verbonden met lijsten van Joodse overlevenden van de holocaust. Ook de vraag of Calmeyer in stilte verzet pleegde of veeleer iemand was die zich strikt aan de regels wilde houden, staat ter discussie.

Hans Calmeyer was een Duitse advocaat, die via de Wehrmacht in Nederland terecht kwam en eind 1940 dankzij een stadgenoot uit Osnabrück een baantje kreeg bij het Rijkscommissariaat van Seyss-Inquart. Daar kwam Calmeyer, geen lid van de nazi-partij, in de positie om te beslissen of ingediende bezwaren tegen iemands registratie als ‘vol-Jood’ al dan niet terecht waren Als dat volgens de Entscheidungsstelle waar Calmeyer de scepter zwaaide het geval was, hoefde de betrokkene geen Jodenster meer te dragen en niet meer voor deportatie te vrezen.

De kille cijfers spreken krachtig vóór Hans Calmeyer. Aan hem werden volgens een rapport van de Sicherheitspolizei uit 1944 5667 bezwaarschriften voorgelegd; in 3709 gevallen oordeelde hij dat betrokkenen niet voor deportatie in aanmerking kwamen (want geen ‘vol-Joden’). De Sicherheitspolizei wilde Calmeyers onderzoeken met behulp van uit Duitsland aangevoerde ‘raskundigen’ overdoen; alleen Dolle Dinsdag, waardoor het hele Duitse bestuur in het ongerede raakte, voorkwam dat die revisie de betrokken Joden (intussen hopelijk ondergedoken) en Calmeyer fataal werd.

Meer dan 3500 geredden. Op grond van argumenten die volstrekt absurd zijn, binnen een al even krankzinnig gedachtenstelsel. Lid 3 van de verordening die Joden verplichtte zich te melden gaf de mogelijkheid (voor autoriteiten en betrokkene) om achteraf bezwaar te maken. Een dode letter. Behalve in Nederland, bij Calmeyer. De meeste van degenen die zich wisten te redden gaven aan dat ze recent hadden ontdekt dat ze een onecht kind van een niet-Joodse vader waren. Ook bewijzen dat (bet)overgrootouders zich al hadden laten dopen kwamen op tafel.

Advocaten die toegang hadden tot Calmeyer onderhielden contacten met de illegaliteit. Vervalste documenten vonden hun weg naar Calmeyers bureau; hij hoopte alleen dat ze goed vervalst waren, Om de waanzin compleet te maken gaven de directeur van het Centraal Instituut voor Hersenonderzoek Ariëns Kappens en de antropoloog (latere hoogleraar) Arie de Froe vele verklaringen af waarin iemands niet-Joodse ‘alpiene’, ‘noordse’ of ‘mediterrane’ ‘raskenmerken’ uitvoerig toegelicht werden. De in het rapport van de Sicherheitspolizei uitgesproken vrees dat er in Nederland sprake was van uitgebreide ‘Rassenschwindel’ was kortom niet overdreven.

Wonderlijk blijft derhalve waarom de reputatie van Hans Calmeyer nog altijd omstreden is. Zowel Loe de Jong als Jacques Presser hadden warme woorden voor de Duitse ‘rasssenkundige’ wiens oordeel in strijd met de nazi-norm zo vaak in het voordeel van de gekwelde Untermensch uitviel. Enkele jaren geleden promoveerde echter NIOD-medewerker C. Stuldreher op een aanklacht tegen Calmeyer, die volgens hem niet meer dan 50 mensen het leven had gered, en nog wel zonder dat te beogen. De cijfers die Stuldreher hanteert zijn, meent Von Frijtag, niet te verdedigen. Des te teleurstellender dat zij in haar goed gedocumenteerde en heldere biografie van Calmeyer krampachtig het midden zoekt tussen Stuldreher en Presser en De Jong. Weliswaar, zo betoogt ze, zijn dankzij de beslissingen van Calmeyers bureau meer dan 3500 vervolgde Joden aan de dood ontkomen. maar ze betwijfelt of Calmeyer handelde met het doel om hen het leven te redden. Het zou, oppert de onderzoekster ook kunnen zijn dat hij gewoon grillig was en in de contramine, een echte advocaat, op zoek naar mazen in de wet.

Dat doet Calmeyer geen recht. Zou iemand werkelijk zulke risico’s nemen – met beslissingen die hoge nazi-autoriteiten onwelgevallig waren, en met het oogluikend toelaten van door illegale werkers vervalste adviezen – alleen om een spelletje met wetsteksten te spelen? Bovendien was deze man politiek geen onbeschreven blad. Vlak voor Hitlers machtsovername had hij nog communistische cliënten verdedigd. Hij had destijds een Joodse secretaresse die hij weigerde te ontslaan. Hij was ‘kapot’, schreef hij zijn vrouw al meteen na 1933, en dat kwam door ‘de toestanden’ in Duitsland.

Hij ging op zoek naar de zonzijde van het bestaan, maar die was er niet. Na de oorlog verzuchtte Hans Calmeyer tegenover de historicus Ben Sijes: ‘Ik ben verzetsstrijder geweest en moordenaar.’ Dat is in zoverre juist dat hij een deel van de mensen die zich in wanhoop tot hem wendden niet heeft kunnen redden. Daarvan was hij zich bewust, en hij heeft er de rest van zijn leven onder geleden. Dat pleit nog eens extra voor hem.Anet Bleich

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden