Met hoge looneisen bestrijd je geen recessie

Als de lonen in Nederland worden opgeschroefd om zo de tegenvallende buitenlandse vraag op te vangen, kunnen we nog wel eens van een koude kermis thuis komen, vreest Ron Hogenboom....

BEGIN jaren '80 raakte Nederland in een diepe recessie. De werkloosheid steeg dramatisch en de overheidsfinanciën raakten uit het lood. Tussen werkgevers en werknemers bestond consensus over de belangrijkste oorzaak van de rampzalige economische situatie: te hoge arbeidskosten.

De loonkosten waren in de voorgaande jaren veel sterker gestegen dan hetgeen een werknemer per uur produceerde, waardoor Nederlandse producten zich uit de markt hadden geprijsd. Veel ondernemingen leden dan ook verlies en een aantal ging failliet. Alleen door het matigen van de loonkosten zou de situatie volgens sociale partners kunnen worden gekeerd.

G. Reuten suggereert in Forum van 24 november, dat dit beleid weinig heeft opgeleverd. De winstgevendheid is wel gestegen, maar de werkloosheid ligt nog altijd op het niveau van 1983, aldus Reuten. Hij spiegelt de zaken naar mijn idee echter negatiever voor dan de feiten uitwijzen.

Inderdaad is de winstgevendheid toegenomen, maar deze kon moeilijk nog meer dalen. Een maatstaf voor de winstgevendheid is het aandeel van de kapitaalverschaffers (van zowel eigen als vreemd vermogen) in het bruto binnenlands product (BBP).

Hun aandeel lag begin jaren '80 op 5%. Doordat de rente destijds op een hoog niveau lag, bleef er voor de verschaffers van het eigen vermogen (de aandeelhouders) veelal niets over. Nu ligt de zogenoemde kapitaalinkomensquote op circa 19%. Maar het herstellen van de winstgevenheid, wat met loonmatiging is bereikt, was een voorwaarde om de investeringen weer op te krikken. Een bedrijf dat verlies maakt, zal immers veelal niet tot investeren overgaan.

Hoewel Reuten het tegenovergestelde beweert, zijn volgens het Centraal Planbureau de bedrijfsinvesteringen in vaste activa (gebouwen, machines, voertuigen enz) wel degelijk gestegen. Zo bedroegen deze investeringen in 1983 iets meer dan 10% van het BBP, tegenover gemiddeld 12,2% in de periode 1990-1997.

Het investeringsherstel heeft weer geleid tot een flinke banengroei. In 1983 lag de werkgelegenheid omgerekend naar fulltime banen op 4,6 miljoen. Eind dit jaar is het aantal gegroeid tot zo'n 5,7 miljoen voltijdbanen, wat een stijging van maar liefst zo'n 24% inhoudt. Dit zijn moeilijk te ontkennen feiten. Dat er in dezelfde periode ook meer deeltijdbanen zijn gecreëerd, kan alleen maar betekenen, dat er nog meer mensen aan de slag zijn gekomen.

De ruime werkloosheidsdefinitie ligt in Nederland nog altijd op een hoog niveau. Dit is echter grotendeels het gevolg van de sterke stijging van het arbeidsaanbod. Met name de groei van de arbeidsparticipatie van vrouwen zorgde voor extra aanbod op de arbeidsmarkt. Zo participeerde in 1982 38% van de vrouwen in de leeftijd van 20-64 jaar, tegenover 53% vandaag de dag. Dankzij het loonmatigingsbeleid konden de (her)intreders op de arbeidsmarkt gemakkelijk een baan vinden.

Verder stelt Reuten aan de vakbonden voor om hun looneisen op te schroeven, om daarmee de economische neergang te bestrijden. Het is evenwel de vraag of dit verstandig is. Periodes van hoogconjunctuur en recessies zijn er altijd geweest en daarin zal weinig verandering komen. Nederland is een kleine economie en drijft veel handel met de rest van de wereld. Indien het buiten Nederland goed gaat met de economie, zullen we daar de vruchten van plukken. En andersom.

Als de lonen hier echter worden opgeschroefd, om via hogere besteedbare inkomens de tegenvallende buitenlandse vraag op te vangen, kunnen we nog wel eens van een koude kermis thuis komen. In het verleden is dit recept hier ook al eens toegepast, met weinig succes. Loonstijgingen die de loonruimte (dit is de stijging van de productie per uur en de prijs van die productie) overstijgen, leiden tot een toename van de kostprijs. Dit zal, hoe je het ook wendt of keert, de werkgelegenheidsgroei schaden. Nederlandse producten worden duurder, waardoor er minder worden verkocht. Of de winstmarge neemt af, wat de investeringsbereidheid van ondernemers weer doet afnemen.

Meer werkloosheid is de prijs van te hoge loonstijgingen. Reuten vertelt dit er niet bij. Wel rekent hij voor, dat de loonkosten in de Duitse industrie aanmerkelijk sneller zijn gestegen dan in de Nederlandse industrie. Maar ook hier blijft onvermeld, dat veel Duitse industrie-arbeiders dit hebben moeten bekopen met het verlies van hun baan.

In Nederland zijn de looneisen sinds 1982 veelal op de loonruimte afgestemd, waarbij ook op de concurrentiepositie is gelet. Indien dit beleid wordt verlaten, moet goed worden beseft, dat dit consequenties heeft voor de banengroei. Aangezien er volgens het CBS nog ongeveer een miljoen mensen zijn die een baan van twaalf of meer uur per week willen hebben, lijkt het stellen van te hoge looneisen niet verstandig.

Ron Hogenboom is werkzaam bij de Stafgroep Economisch Onderzoek van Rabobank Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden