'Met hoeveel zijn we vandaag?'

Paul van Dort (40) en Els Opperman (40) hebben ieder twee kinderen uit een eerdere relatie. Ze namen samen een pleegkind in huis, en verwachten nu nog een baby....

Hij: 'Het komt allemaal door de adhd. Er werd een therapiegroepje opgericht door een revalidatiecentrum hier in de buurt. Zo leerden we elkaar kennen.'

Zij: 'Het was een behandelingsgroep voor kinderen die verdacht werden van een dysfatische ontwikkelingsstoornis. Dat is een probleem met de samenwerking tussen de rechter- en de linkerhersenhelft. Mijn jongste kind heeft dat, hij kan moeilijk onder woorden brengen wat hij wil zeggen. Daarnaast heeft hij add, dat is een aandachttekortstoornis, waardoor hij concentratieproblemen heeft. Hij is dromerig, je moet vaak zeggen: joehoe, hallo. Hij kan ook absoluut niet twee dingen tegelijk. Hij kan eigenlijk niet de meester volgen en dat dan opschrijven.'

Hij: 'Mijn jongste kan ook moeilijk haar aandacht vasthouden, en daarnaast heeft ze kenmerken van adhd, hyperactiviteit. Zij is dus een stuk drukker. Maar ik moet wel zeggen: het gaat steeds beter. En ze heeft geen medicijnen.'

Zij: 'Zijn kind heeft veel behoefte aan structuur. Ik heb ontdekt dat je van tevoren moet zeggen: om elf uur gaan we met de spirograaf, en om half twaalf met de stiften en om twaalf uur gaan we de deur uit. Dat vindt ze helemaal top.'

Hij: 'En op school gaat het ineens ook een stuk beter.'

Zij: 'Die twee kinderen gingen naar de behandelingsgroep en dan zaten wij op de gang netjes te wachten. Paul ging dan altijd thee regelen. Hij had zoiets: ik weet hier de weg.'

Hij: 'Daar hebben we het natuurlijk uitgebreid over de kinderen gehad.'

Zij: 'Je herkende wel iets. Zijn dochter heeft ook een woordvindstoornis. "Weet je wel", zegt ze dan, "zo'n schuin ding, dat je op de fles zet." O ja, een trechter. En mijn kind zei weinig. Toen gingen we hem op de Ritaline zetten, de medicatie waarmee add en adhd behandeld worden. En toen ging hij ineens de oren van m'n hoofd kletsen.'

Hij: 'In het begin was het effect een spraakwaterval. Dat is nu een beetje weg. Maar hij praat wel makkelijker.'

Zij: 'Na afloop van een zo'n sessie had Paul natuurlijk een lekke band. Hij bleek redelijk dicht bij mij in de buurt te wonen. Dus ik zei: "Ik breng je wel even naar huis." En op het laatst was zijn fiets steeds vaker kapot.'

Hij: 'Ik dacht: als ik dan toch iedere keer meerijd, kunnen we het net zo goed structureren.'

Zij: 'Of het was hondenweer. En daarna is hij gaan bellen.'

Hij: 'Ben ik gaan bellen?'

Zij: 'Had ie vrijkaartjes voor een toneelstuk.'

Hij: 'Regel ik altijd.'

Zij: 'En toen gingen we na afloop kletsen, over de exen en weet ik wat. En van het een kwam het ander.'

Hij: 'Uiteindelijk zat ik het grootste deel van de tijd bij haar.'

Zij: 'Met de kinderen is het gek genoeg ook vanzelf gegaan.'

Hij: 'Dat ging vrij makkelijk. De mijne zijn sowieso vrij makkelijk.'

Zij: 'Maar druk wel. Daar moest ik aan wennen. En we hebben het een tijdje uitgeprobeerd, niet zo van: hoep, Paul trekt hier gelijk bij in.'

Hij: 'Die van mij zijn nu de helft van de tijd bij ons, en de helft van de tijd bij mijn ex.'

Zij: 'Als zijn kinderen weg zijn, heb ik soms effe zoiets: hè, ineens rustig zo, kunnen mijn kinderen het evenwicht vinden. En soms denk je: het wordt weer tijd dat ze langskomen, want het zit lekker vast. Zijn oudste knutselt de hele wereld aan elkaar, en mijn oudste haakt dan bij hem aan.'

Hij: 'Als die van mij een tijdje niet zijn geweest, krijg ik de kriebels. In de zomervakantie is het echt een ramp. Zijn ze de eerste drie weken bij mijn ex en de laatste drie weken bij mij. Nou, de laatste week van die drie weken, mis ik ze vreselijk.'

Zij: 'Gaat ie bij hen door de wijk fietsen, komt hij ze misschien tegen.'

Hij: 'Dan bellen ze wel hoor, meestal missen ze mij ook.'

Zij: 'Rond de tijd dat wij wat met elkaar kregen, was ik bezig met een pleegkind. Dat zat al jaren te sudderen. Ik heb altijd gezegd: ik wil een groot gezin, en dan blijft er een plekje over voor een kind dat het nodig heeft. Ik kan makkelijk om andere kinderen geven, dat zit in je, ik dacht: daar moet ik iets mee doen. Maar toen de jongste anderhalf was, ging ik scheiden. Dan ga je eerst een plan maken om jezelf overeind te houden en je kinderen in de rails te krijgen. Pas toen alles weer goed liep, dacht ik: nu.'

Hij: 'Op zich vond ik een pleegkind niet zo'n probleem. Vier of vijf kinderen, dat maakt niet zoveel uit, laat maar gaan. Maar we hebben het er wel over gehad: hoever ga je? Je kunt kiezen voor een zwaar gehandicapt kind, dan zit je aan de looprekken, je kan een mongool in huis halen. Maar ik dacht: daar moeten we niet aan beginnen met vier kinderen. Je moet ook kijken wat je kunt bieden.'

Zij: 'Het jongetje is er nu een jaar, hij is zes en intussen heel erg veranderd. Hij heeft anderhalf jaar in een kindertehuis gewoond, dat merk je wel. Hij weet bijvoorbeeld niet hoe hij het aan moet pakken om vriendjes te maken. Dan wil hij bij iemand eten, en dan vraagt hij op school: "Mag ik bij jou eten? Nee? Kan ik dan bij jou eten?" Hij gaat de hele rij af. Niet selectief. En hij heeft veel structuur nodig, hij moet veel leren.'

Hij: 'Wat hij vanaf het begin het allerbeste doet, is aan- en uitkleden. Dat moest hij zelf in het kindertehuis. Onze kinderen vinden het heerlijk. Zij kunnen zijn grote broer of zus zijn.'

Zij: 'We hebben nu een echt bedrijf.'

Hij: 'Af en toe rijd ik me op de fiets helemaal het leplazerus. Moet je de een naar het voetbal brengen en de ander ergens anders naartoe.'

Zij: 'Wij halen twaalf liter melk en acht broden.'

Hij: 'En twee dagen later...'

Zij: '...zeggen we: shit, is het alweer op? Hoe kan dan nou? Wéér naar de Konmar, wéér twaalf liter melk. Grootverbruik.'

Hij: 'Het barst hier ook van de bezoekregelingen.'

Zij: 'Dat is op zich al een organisatie. We hebben allebei een ex, en het pleegkindje heeft een biologische moeder die hertrouwd is en een vader, en die twee hebben weer aparte bezoekregelingen.'

Hij: 'We hebben een kalender waarop we het allemaal bijhouden, we zeggen ook regelmatig: "Met hoeveel zijn we vandaag?" Maar het is gezellig. Ik noem ons de tweede Brady Bunch.'

Zij: 'Het scheelt wel, ik heb jarenlang gewerkt in de kinderpsychiatrie. Ik was de hele dag bezig met een groep van acht kinderen, dus ik ben het gewend. Door een reorganisatie zit ik nu thuis, en ik heb wel zoiets: hoe ga ik in godsnaam werken met al die kinderen? Dat weet ik even niet. Maar ik heb tot eind 2001 de tijd om het uit te zoeken.'

Hij: 'Ik ben ook gewend aan drukte. Ik ben vrij druk van mezelf. Ik heb een volledige baan en tot voor kort was ik voorzitter van de bewonersorganisatie, dat was een halve werkweek erbij. Tuurlijk zijn we happy, alleen moet de baby nog even gauw komen.'

Zij: 'Mijn moeder heeft wel drie keer gevraagd: "Was dat nou de bedoeling?" Het was een aardschok gewoon. Maar het was gepland. We hadden allebei zoiets: een nieuw begin, een nieuwe uitdaging. En we zaten in de situatie: als je nog kinderen wilt, is het of niet, of nu.'

Hij: 'Gewoon, doen. Je moet eens een gokje kunnen wagen.'

Zij: 'Of adhd erfelijk is? Je hebt wel families waarin het veel voorkomt. Op mijn werk zeiden ze vaak tegen mij: "Goh Els, heb je je Ritaline niet geslikt vandaag?" Want ik ben altijd zoef, zoef, zoef, ik doe graag zes dingen tegelijk. En ik zeg tegen Paul: jij hebt het ook.'

Hij: 'Ik ben hartstikke turbo. Ik ren altijd van hot naar her.'

Zij: 'Hij kan niet een dag binnenzitten, dan denkt hij 's avonds: als ik nu niet ga fietsen, plof ik uit elkaar. Dus het zou kunnen...'

Hij: '...het zou heel goed kunnen.'

Zij: 'Maar misschien heeft het kind ook wel een wipneus of flaporen, dan denk ik: nou ja.'

Hij: 'We wonen bij een tram. Daar zouden we ook onder kunnen lopen.'

Zij: 'Ik ben er redelijk nuchter in. Ik denk: als we al een paar van dit soort kinderen groot kunnen krijgen, nou, nog een adhd'er erbij, dat gaan we wel trekken. We zijn eraan gewend. We redden het wel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden