Met het kompas een weg schieten door regen en mist

'Het begin van een routebeschrijving is het moeilijkst.' Een hele geruststelling voor een beginnende deelnemer aan een kaart- en kompascursus....

NOG geen honderd meter bij het hotel vandaan en we zijn de weg nu al kwijt. Hoewel, voor kwijt moet je iets eerst hebben gehad. Wij hadden de weg niet eens. Heel eerlijk gezegd staan we nog op de parkeerplaats.

Dubbend: links- of rechtsaf? Opdracht één van onze topografische wandeling luidt 'Loop van het hotel naar het dichtstbijzijnde uitzichtpunt'. Links ligt een berg, rechtsaf een dal. In dat dal staat een uitkijktoren.

Maar een uitzichtpunt ligt hoog, vindt Toos.

Dus moeten we links, bergop, zegt Ria.

En die toren rechts dan?, sputter ik.

Nerveus gegiechel: mooi begin van onze tweedaagse kaart- en kompascursus.

Na een korte inleiding zijn de veertien deelnemers zaterdag meteen groepsgewijs de praktijk ingejaagd. We hebben een routebeschrijving, we hebben een stafkaart van Berg en Dal. Maar waar zijn we? Stond er maar een kruisje bij het hotel. Stiekem gluren we naar de andere groepjes, die eveneens licht vertwijfeld dralen.

Rechtsaf, al was het alleen maar om hen in verwarring te brengen. Onderaan de weg schemeren bakstenen door de bomen. Als dat het sanatorium is dat wèl op de kaart staat, hebben we een uitgangspunt.

Cursusleider Nico schiet ons per fiets te hulp. We doen het fout en we doen het goed. We hadden links omhoog gemoeten, maar even rondlopen ter oriëntatie is prima. Over ruim 24 uur, zo heeft hij voorspeld, kunnen we staf- en bergkaarten lezen, al dan niet in combinatie met een kompas. Wij twijfelen hevig.

'Het begin van een routebeschrijving is het moeilijkst', stelt Nico ons 's middags gerust. Terug in het hotel zijn dan ook de drie groepjes die rechtsaf waren geslagen en twee uur stug verkeerd-om liepen. 'Het standaardprobleem is: waar zit je? Een beschreven route zou altijd moeten beginnen met een straatnaam.'

Het beste is even rondwandelen. Of - en waarom hebben we dat niet gedaan? - omkeren en in het hotel om hulp vragen. Onze eer te na, schudden veertien hoofden. Nico: 'In het buitenland doe je dat anders ook.'

Voorbereiden op een (buitenlandse) wandelvakantie, dat is wat SNP Natuurreizen met de kaart- en kompascursus beoogt. Twee jaar geleden breidde SNP zijn wandelvakanties voor groepen uit met individuele reizen, waarbij de wandelaar op pad gaat zonder gids, maar met een uitgebreide routebeschrijving. De cursus is een steuntje: 'We willen de mensen verantwoord op weg sturen', zegt SNP-woordvoerder Gert Nieuwboer. 'De meeste wandelroutes zijn gemarkeerd, maar het geeft toch een veilig gevoel. Je leert inschatten: hoe ver zit ik van de volgende hut af?'

Sinds vorig jaar staat de cursus open voor groepsreizigers. Nieuwboer: 'Een kaart en een kompas hebben voor veel mensen iets magisch. Ook al wijst een reisleider de weg, dit geeft ze de kans mee te kijken en te denken.' De kompasweekeinden op drie plaatsen in Nederland zijn uitgebreid met vijfdaagse cursussen in de Eifel en de Vogezen. De achttien cursussen dit jaar hebben gemiddeld vijftien deelnemers, die overigens niet per se een reis bij SNP hoeven te boeken.

De collega's Toos en Ria wandelden ooit samen door Engeland; Toos is drie keer op een groepsvakantie geweest. Altijd handig, zo'n cursus, vinden ze. Toos: 'Anders loop je maar zo'n beetje achter de gids aan.' Bovendien bleef SNP hen folders sturen, zegt Ria. 'En het is gewoon leuk, zo'n weekeinde weg.'

Jan en Ellen gaan deze zomer, als onderdeel van een drieweekse rondreis, een rugzak-trekking maken door Jotunheimen, een groot, dunbevolkt gebied in Noorwegen. Hij heeft kaart- en kompas-ervaring, zij niet. Na de cursus hopen ze hun tocht aan de hand van kaarten uit te stippelen.

Chris heeft altijd een kompas in haar rugzak. En daar blijft het meestal zitten: geen idee hoe het werkt. Terwijl dat op die tocht door de Pyreneeën wel van pas zou zijn gekomen. Overvallen door mist was het groepje de weg kwijtgeraakt. Achteraf bleek het slechts een klein stuk terug naar het pad te zijn geweest, maar toch.

IN NEDERLAND staat bij elke kruising wel een ANWB-paddestoel. Daarom bereidt de cursus vooral voor op buitenlands en in het bijzonder bergachtig gebied. Maar daar valt ook de Eifel onder, zegt Nico: 'Het hoeft niet meteen de Himalaya te zijn.' Dat Nico Terheerdt de zieke cursusleider vervangt, een fysisch geograaf, is misschien wel een mazzeltje: hij is zelf enthousiast bergwandelaar en begeleidt wandeltochten door de Alpen.

Moeilijke termen leren of rare hoeken berekenen hoeven we niet, verzekert hij. 'In de mist ga je toch geen ingewikkelde tekeningen maken. Wie de principes van kaart en kompas beheerst, kan zich in de bergen redden.'

De kaart blijkt 's wandelaars belangrijkste hulpmiddel. Het kompas komt pas in tweede instantie op de proppen. Nu we ons - al of niet in de goede richting - een weg hebben gelezen door de omstreken van Berg en Dal, is duidelijk hoe een stafkaart in elkaar steekt. Letterlijk alles staat erop. Behalve als het er niet op staat, zoals dat nieuwbouwwijkje, maar dan is de kaart oud. En dat is te controleren, want de datum is wel een standaard-gegeven.

Het lastigste zijn de hoogtelijnen, die als de jaarringen van een eeuwenoude boom over de kaart zijn gedrapeerd. Het hele weekeind tellen we ons suf aan de bijbehorende waarden. Tachtig meter, negentig, honderd: een bergje - vijftig, veertig, dertig, een dal. Lijnen dicht opeen betekent steil, ver van elkaar is glooiend. Hoogtelijnen snappen betekent het landschap begrijpen: als daar een geul loopt, staat ze bij regen vast vol water.

De legenda goed lezen is evenmin onbelangrijk. In noord-Zweden wilde een stel wandelaars eens van Nico weten of ze dat-en-dat pad konden nemen. 'Dat was de hoogtelijn van honderd meter.' Een deelnemer heeft in de Dolomieten meegemaakt hoe een (SNP-)gids een weggetje op de kaart volgde, dat de gemeentegrens bleek te zijn.

Dat er veel soorten noorden bestaan, ontdekken we na het diner. Het noorden op de kaart, het magnetische en het geografische noorden - en ons tafelnoorden. In het meubilair zit zoveel metaal, dat de kompasnaalden op elke plek iets anders aangeven.

We leren de kaart 'op het noorden' leggen: ze met behulp van het kompas zó te draaien dat ze 'plat' op het landschap ligt, waardoor die boerderij zowel op de kaart als in werkelijkheid links staat en dat kerkje idem, maar dan rechts.

Volgt het hoofdstuk schieten: vaststellen hoe groot de hoek is tussen een bepaald punt in het landschap en het noorden. Daarmee is dat punt, een kerk of een eikje, op te zoeken op de kaart. Omgekeerd is die hoek ook op de kaart vast te stellen, en met dat gegeven is eikje of kerk in werkelijkheid terug te vinden.

WE OEFENEN op de gordijnen links, de gordijnen rechts, het bloemstukje. Hogere begrippen als kruisschieten en terugpeilen worden ons deel. Nico legt uit hoe je je met het kompas een weg kunt schieten door mist, regen of een donker bos. Wat handiger is dan al lopend goed kijken of de kompasnaald op het noorden blijft staan: 'Dan pleur je geheid in een ravijn.' Het hoeft niet zo precies allemaal, als je maar enigszins uitkomt in de buurt van die berghut op de kaart. 'Zo'n hut is dan vanzelf te vinden: er zijn paadjes, er lopen mensen, je hoort een generator.'

Zondag valt de praktijk na enig oefenen alleszins mee. In de bossen tegen de Duitse grens peilen en schieten we alles wat voor onze voeten durft te komen. Chris verzucht: 'Sommige dingen gaan toch stukken beter als je ze honderd keer hebt gedáán.'

Ook Coby is tevreden. 'Gisteren dacht ik nog: zo'n stoot theorie, dat leer ik nooit van z'n leven. Maar je moet het gewoon dóen.' Een paar vakanties heeft ze in haar eentje rondgewandeld, onder meer in Wales. 'Ik moest me altijd beperken tot de asfaltpaden. Hier, zo'n bospad, dat sla je niet snel in je eentje in. Je neemt niet zoveel risico's. Maar met een kompas loop je wat vrijer, met meer zelfvertrouwen.'

Alleen Mique fluistert dat ze er niks meer van snapt. 'Ik zoek het thuis wel uit.' Waarna ze bij Nico's moeilijkste opdracht ('Wat staat er in de verte op 110 graden oost-om?') in één keer de goede kant oploopt en feilloos de juiste boomstronk opzoekt. Hoewel. Tien meter ernaast, is dat ook goed? Mique: 'Als ik eenmaal daar ben, hoor ik de generator wel.'

SNP Natuurreizen, 080-604.166. Andere kaart- en kompascurssen worden onder meer gegeven door ODS Outdoor Sports, 072-625.530.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden