Met gebalde vuisten

Sommige mannen halen hun handen nooit uit hun broekzakken; hun lichaam is er naar gaan staan. Hebben ze hun handen vrij, dan lijkt het nog of ze in de zakken steken....

Kees Fens

Hij liep op school ook altijd met beide handen in de zakken, licht voorovergebogen, in zichzelf gekeerd. (Er is een klassenfoto: iedereen kijkt in de toekomst, hij staart naar beneden). Je moest hem aanspreken. Dan keek hij wat scheef glimlachend op, over zijn bril heen, want die hing altijd iets te laag. Als hij sprak, had hij iets docerends, hij heeft mij eens de precieze klank van het woord 'jazz' gedemonstreerd, die hing, volgens hem, tussen de Deense en de Engelse 'a'. 'Luister maar, zo.' Mijn uitspraak was niet correct.

Hij was het type voor de achterste bank, alleen. Daar zat hij dan ook, beter: daar hing hij, ondoorgrondelijk voor zich uitkijkend. Een lichte ontevredenheid leek zijn gezicht te verraden, misschien was het ook wel pessimisme, in elk geval: opgeruimdheid was hem vreemd. Ik zag er ook soms iets hoogmoedigs in; hij moet ons weinig groots hebben gevonden. Hij gaf zeer veel te vermoeden, in elk geval een grote toekomst. Ik dacht dat hij een groot schrijver zou worden.

Zijn grootste literaire voorkeur was Multatuli. De meesten van ons kenden een enkel fragment; hij had veel meer van hem gelezen, niet als literatuur, maar als een programma voor het leven. Hij had achterover gekamde haren, als Multatuli, en soms zat hij in de bank met zijn rechterhand onder zijn kin - precies de foto van de grote schrijver. In zijn goed geschreven opstellen, die soms door de leraar werden voorgelezen, stond altijd wel een citaat van Multatuli, een uitspraak als een uithaal. Soms keek ik even naar hem, in die achterste bank. Ik wist dat hij wat uitbroedde dat mijn jongenshersens te boven ging.

Hij had een wat stevige naam, wat in strijd was met het zachte karakter dat hij had. Die zachtheid verried zich in zijn stem, die in het geheel niet opdringerig was, verre van luid ook. (Hij zong met overgave Latijnse zangen in het schoolkoor). Ik mocht hem graag, hoewel ik nauwelijks contact met hem had. Ik mocht hem net zo zeer, ik had respect voor hem, ook door die toekomst die ik hem toedacht.

Deze maand zevenenvijftig jaar geleden heb ik hem voor het laatst gezien. Bij de diploma-uitreiking. Hij zal wat terzijde hebben gestaan, de handen in de zakken, met een lichte afkeer van het roomse instituut dat onze school was. De jaren daarna dacht ik nogal eens aan hem, vooral toen ik met grote geestdrift de hele Multatuli begon te lezen. Zijn hoofd met de achterover gekamde haren scheen soms door de pagina. Ik wachtte op een publicatie van hem, een fel prozastuk in een tijdschrift of een klein boek met veel uithalen. Of een studie over Multatuli. Er gebeurde niets. Hij was verdwenen en liep nu misschien, wat voorovergebogen, de handen tot vuisten gebald in de zakken, door een straat in een afgelegen dorp. Thuis had hij, dacht ik, een grote bibliotheek van opstandigen.

Ten slotte verdween hij ook uit mijn geheugen, hoewel: soms hoopte ik dat hij mij uit zijn uithoek een briefje zou schrijven. Dan kon ik in een antwoord hem mijn bewondering laten weten. Een stimulerende bewondering, vooral omdat hij zo naar zich liet raden. Ik denk nog altijd dat hij van de hele klas de grootste literaire aanleg had, het verzetskarakter ook dat voor de ontplooiing ervan nodig is.

Deze week kreeg ik na bijna zestig jaar een bericht. Zijn familie liet in de krant weten dat hij was overleden. Zijn krachtige voornaam was teruggebracht tot een letter. Ik balde een vuist, deed die hand in mijn zak, ging voor het raam staan en staarde zestig jaar terug.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden