Met Frederick Chiluba bleef Zambia een paria

'ZOU JE een president de maat kunnen nemen aan de hand van het gedrag van zijn zoons? In dat geval had Frederick Chiluba al lang een brevet van onvermogen verdiend: zijn zoons Castro en Miko zijn in Zambia, meer precies in het nachtleven van de hoofdstad Lusaka, berucht om hun...

Hans Moleman

De jongens hielden ervan om, beschermd door hun van staatswege verstrekte lijfwachten, vrouwen lastig te vallen. Meestal kwamen ze ermee weg, maar Castro moest vorig jaar toch een keer naar het ziekenhuis nadat hij door een groep jongeren was aangevallen die zijn geklooi zat waren.

Vader had er wellicht goed aan gedaan dat incident als een signaal te zien dat de tien miljoen Zambianen zijn bewind beu zijn. Na tien jaar is de veelbelovende vernieuwer Frederick Chiluba een treurige mislukkeling gebleken, die tegen beter weten in toch een campagne begon om de grondwet te wijzigen, zodat hij nog eens vijf jaar in het zadel zou kunnen blijven.

Afgelopen weekeinde bond de kleine leider van Zambia eindelijk in. Het gebeurde onder hoge druk: een paar dagen daarvoor had hij nog zijn vice-president, acht ministers en twintig parlementariërs naar huis gestuurd, in een poging een machtsstrijd binnen zijn regerende Beweging voor Meerpartijen Democratie (MMD) in zijn voordeel te beslissen.

In de straten van Lusaka demonstreerden inmiddels duizenden Zambianen tegen hem. Zijn westerse donoren, waaronder Nederland, de kerken en de vakbonden hadden hem al eerder te verstaan gegeven dat hij van de grondwet moest afblijven.

Zambia heeft, zoals zoveel Afrikaanse landen, geen geluk gehad met zijn presidenten. Toen het land als noordelijk deel van de Britse kolonie Rhodesië in 1964 zelfstandigheid verwierf, kreeg het eerst Kenneth Kaunda. Die stichtte een eenpartijstaat, hielp de mijnindustrie naar de knoppen, maar vergat niet zijn eigen kliek behendig te verrijken, terwijl de gewone Zambiaan alleen maar armer werd.

In 1991, na 27 jaar Kaunda, kwam Frederick Chiluba aan het roer. Als voorman van de Zambiaanse vakbeweging had hij het volk beloofd dat alles beter zou worden. Hij sprak misprijzend over de hebzucht en de machtswellust van zijn voorganger, en ging over tot de orde van de dag.

Zambia bleef zo een paria - het land drijft voor de helft op ontwikkelingshulp - en zelfs de rijke kopermijnen wist de ex-vakbondsman niet te reanimeren. Enkele maanden geleden deed zijn regering de belangrijkste mijnen eindelijk over aan Anglo American, uitgerekend het concern dat bij de nationalisatie in de jaren zestig was onteigend. Een wranger symbool voor de Zambiaanse tragedie was nauwelijks denkbaar.

De knieval van de president werd het afgelopen weekeinde dan ook uitbundig gevierd in Lusaka. Dit is een overwinning van het volk, juichte de Zambiaanse krant The Post. 'Zambianen hebben laten zien dat ze geen hulpeloos volk zijn dat zich eenvoudig neerlegt bij al de stomme plannen van hersenloze, zelfzuchtige en corrupte politici.' Dat Chiluba zich niet meer verkiesbaar kan stellen is inderdaad een vooruitgang. Maar het getuigt wel van groot optimisme te denken dat het land nu op drempel van een betere toekomst staat. Integere politici zijn in Zambia helaas dun gezaaid.

Inmiddels staat er een nieuwe Kaunda klaar, de 46-jarige Tilyenji (TJ', voor vrienden), om een gooi naar het presidentschap te doen. De kans dat deze telg uit de Kaunda-dynastie wint wordt gelukkig niet groot geacht, gelet op de bittere herinneringen aan het bewind van Kenneth Kaunda. Volgens sommige commentatoren is de tijd aangebroken voor vrouwelijke wijsheid, in de persoon van de 62-jarige Gwen Konie, socioloog en onder Kaunda sr Zambia's vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties.

En Chiluba? Vorig jaar, voordat hij zijn campagne voor een derde termijn begon, vertelde hij zijn collega Mbeki dat hij na zijn afzwaaien in Lusaka een instituut wilde beginnen ter bevordering van de democratie in zuidelijk Afrika. Frederick Chiluba, zo moet worden gevreesd, leeft in de waan dat hij een gewaardeerd elderly statesman is.

Afrika kan 'vernieuwers' als hem natuurlijk missen als kiespijn. Maar misschien is het toch wel een aardig idee als de 57-jarige de rest van zijn jaren op dit instituut - het imposante gebouw schijnt al bijna klaar te zijn - moet slijten. Voor straf, in een grote kamer vol kritische geschriften. Naamsuggestie voor zijn levenswerk: Het Frederick Chiluba-Instituut voor de Bekende Kwalen van Post-Koloniaal Afrikaans Leiderschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden