Reportage Houd de lijn vrij!

Met een slechtziende op pad langs de geribbelde ‘lifeline’ (die vaak een hindernisbaan blijkt te zijn)

De looproutes met reliëf die blinden en slechtzienden door de openbare ruimte moeten loodsen, zijn steeds vaker bezaaid met obstakels. Tijd voor een campagne, die na een reis van Nijmegen naar Arnhem bepaald niet overbodig blijkt. 

Jeroen van Dijk zoekt zijn weg op het Centraal Station in Arnhem langs de geribbelde tegels. Beeld Katja Poelwijk

Op het Willemsplein in Arnhem gaat het mis. Tastend met zijn blindenstok over de geribbelde witte tegels struikelt Jeroen van Dijk pardoes over een setje terrasmeubilair dat de uitbater net buiten aan het zetten is.

‘Weet u wel waar deze tegels voor zijn?’, vraagt Van Dijk aan de man. Die haalt zijn schouders op. Van Dijk: ‘Die zijn bedoeld voor blinden en slechtzienden. Deze lijn moet u vrij houden.’ Schoorvoetend schuift de uitbater zijn terrastafel een stukje naar achteren.

Van Dijk is voorzitter van de afdeling Gelderland van de Oogvereniging, de belangenvereniging voor blinden en slechtzienden. Die voert deze week met een aantal andere organisaties een campagne onder het motto: Houd de lijn vrij! Bedoeld is de lijn die tegen blinden zegt: hier kun je lopen, hier is het veilig.

Als je erop let, zie je ze overal liggen: stroken geribbelde witte tegels op trottoirs, bij bushaltes en in stations. Dit zijn ‘geleidelijnen’, looproutes met reliëf die blinden en slechtzienden door de openbare ruimte moeten loodsen.

Naaldhakken

Voor wie niet kan zien zijn het levenslijnen, maar ziende mensen hebben vaak geen idee, zegt Ton van Weerdenburg, landelijk medewerker van de Oogvereniging. ‘Ze vinden ze irritant, je struikelt erover met je naaldhakken.’

Die onwetendheid leidt tot hachelijke situaties. Mensen zetten obstakels op de tegels, zoals fietsen, koffers, reclameborden of terrasmeubilair, waar gebruikers zoals Van Dijk over struikelen. Vandaar de campagne die ziende mensen erop moet wijzen waar die ribbels voor dienen.

We hebben met Van Dijk afgesproken om van zijn huis in Nijmegen naar het station te lopen en daar de trein te nemen naar Arnhem voor een kopje koffie op de Korenmarkt. Van Dijk (68) was architect en stedenbouwkundige tot hij zeven jaar geleden een ooginfarct kreeg. Nu is zijn gezichtsvermogen nog maar 2 procent. 

Voor iemand die niet kan zien, is een wandeling door de stad een hindernisbaan. Van Dijk, getooid in een jas met bontkraag en een zwierige rode hoed, kent de route naar het station op zijn duimpje. Hij weet waar betonnen paaltjes op het trottoir staan – ‘levensgevaarlijk’ – en ontwijkt een perkje dat buurtbewoners hebben aangelegd met stoeptegels. ‘Pas op, hier staan stekelige planten.’

Klunzig

Voor het station volgen we de witte geleidelijn die in de hal ineens een paar keer verspringt. Gek, zegt Van Dijk. ‘Dat hoort natuurlijk achter elkaar te liggen.’ In het station is een looproute aangelegd die naar de perrons voert. Met een omweg, en niet langs het NS-kantoor. ‘Klunzig.’

Aangekomen op perron 4b lezen we op de borden dat de trein vandaag vertrekt van 1a. Dat wil zeggen: wij kunnen het lezen. Van Dijk niet. ‘Normaal roepen ze het om.’

Nederland telt 350 duizend mensen met een ernstige visuele beperking (minder dan 25 procent zicht). Om hun weg te vinden, zijn zij afhankelijk van geleidelijnen. Wettelijk is daarvoor niets geregeld, zegt Van Weerdenburg van de Oogvereniging. De uitvoering is overgelaten aan de goedgunstigheid van weg- en stationsbeheerders.

Er is wel een – vrijwillige – richtlijn die zegt dat geleidelijnen 30 tot 60 centimeter breed moeten zijn. Tegels met ribbels in de lengte geven de richting aan, tegels met noppen duiden op gevaar: een trap bijvoorbeeld, of een zijstraat. Aan weerszijden van een geleidelijn moet 60 centimeter worden vrijgehouden.

Tot zover de theorie, want in de praktijk gaat het vaak mis. Zo staat op het perron in Nijmegen een ijzeren pilaar bijna op de witte lijn. Om dat op te lossen is de geleidelijn hier versmald van twee naar één tegel. ‘Zo halen ze die 60 centimeter toch’, zegt Van Dijk. Maar het helpt niet natuurlijk.

Op het station in Arnhem lopen we tegen een soortgelijk probleem aan. Naast het perron steekt een steunbeer van het futuristische dak schuin over de geleidelijn heen. Daar kun je je lelijk aan stoten, zegt Van Dijk. Om dat te voorkomen, zijn pal langs de blindenlooproute stalen palen geplaatst. ‘Een maffe oplossing’, vindt Van Dijk.

Centraal Station Arnhem: naast het perron steekt een steunbeer van het futuristische dak schuin over de geleidelijn heen. Om dat te voorkomen dat slechtzienden zich daaraan stoten, zijn stalen palen geplaatst. Beeld Foto Katja Poelwijk

Betonnen talud

Het zijn kleine en grote ergernissen die het leven van een slechtziende lastig maken. Zoals buiten het station in Arnhem, waar de geleidelijn ineens ophoudt om tientallen meters verderop pas weer door te lopen. Op het stukje daar tussenin moet Van Dijk zijn weg aftasten langs een schuin betonnen talud. ‘Het is toch een kleine moeite om die lijn door te trekken.’

Op de ribbels zelf heeft Van Dijk ook nog wel wat aan te merken. De ene keer bestaan die uit gegroefde tegels, de andere keer zijn het smalle opgeplakte stroken op het wegdek, nauwelijks te onderscheiden van de klinkers ernaast.

Of er een wettelijke regeling moet komen voor uniforme geleidelijnen, daar laat Anouk van Bommel zich niet over uit. Zij werkt voor blindeninstelling Bartiméus en is projectleider van de actie ‘Houd de lijn vrij!’. Dat is geen onderdeel van de campagne, benadrukt Van Bommel, zelf ook slechtziend.

‘Wij richten ons puur op bewustwording voor zienden. De meeste mensen hebben geen benul.’ Bij de start van de campagne was er een wethouder die bekende dat ze zelf misschien ook ooit weleens haar fiets op een geleidelijn had gestald. Dat zegt genoeg, vindt Van Bommel. Via flyers, advertenties en filmpjes op sociale media worden mensen gewezen op het belang van de blindenroutes.

Het zou al veel schelen als ziende mensen beseffen dat er medeburgers zijn die hulp nodig hebben, zegt Van Dijk als we eindelijk achter een kopje koffie zitten. ‘Zolang dat besef er niet is, dienen alle maatregelen nergens toe.’ Nu de terugweg nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden