Met een schort voor en een pollepel in de hand, beloven politici dat het allemaal beter wordt

Je went aan alles. Althans, dat zegt Fay Weldon in een opstel over Jane Austen. Omdat je na verloop van tijd aan alles went, was Jane Austen dus ook gewend geraakt aan de problemen van haar tijd....

En zo, schrijft Fay Weldon in 1984 en passant, is de moderne mens ook gewend geraakt aan alle moderne gevaren. Zoals het gevaar van de kernwapens die her en der over de aarde zijn verspreid – niemand laat zijn leven daardoor ingrijpend beïnvloeden. Je gebruikt zo’n groot gevaar gewoon om inniger te genieten van de kleine vreugden in het leven. And good for you!

Ik lees dit opstel van Weldon op het moment dat de kerndreiging weer is toegenomen, en inderdaad, dat beïnvloedt mijn humeur niet opzienbarend. Het is een fenomeen dat denkers van tijd tot tijd met nieuwe verbazing signaleren: de grote gevaren – niet alleen het gevaar van terrorisme, maar ook de kans op wereldoorlogen en milieurampen – worden zo algemeen gekend en erkend dat langzamerhand niemand zich meer bezig houdt met het voorkomen ervan.

Een andere profeet uit de jaren tachtig, Christopher Lasch, noemde dit the culture of survivalism: omdat mensen toch niet in staat zijn de grote gevaren en rampen af te wenden, concentreren ze zich op het eigen overleven. Zodra ze de wereld als een bedreiging ervaren, krijgen ze behoefte aan persoonlijke zekerheid. En als dat zo is, zou dat ook kunnen verklaren waarom de verkiezingscampagne van het moment is zoals ze is.

Die campagne besteedt opmerkelijk veel aandacht aan de persoonlijke zekerheid van burgers en bejegent die burgers daarbij liefst als kleuter. Met een schort voor en een pollepel in de hand, om te laten zien hoe zorgzaam ze zijn, beloven politici royaal dat de wereld ‘duizend keer beter’ wordt als je op hen stemt. Van die exact duizend keer zou je dan wel een specificatie willen zien, prognoses en bonnetjes, maar het blijft bij een hartelijke poging ons humeur te beïnvloeden.

Een veel interessantere uitspraak over de persoonlijke zekerheid kwam onlangs van Nurten Albayrak, directeur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers en lid van de VVD. Dat haar nicht Nebahat Albayrak een andere politieke keuze had gemaakt dan zijzelf verklaarde ze uit de verschillende mensbeelden die ze er op nahouden. ‘Ik ga ervan uit dat mensen op eigen kracht heel veel kunnen bereiken. Nebahat vindt sneller dat mensen zorg nodig hebben.’

Dit meningsverschil over de noodzaak en de behoefte aan zekerheid bleef me bezighouden. Want wie zijn die mensen eigenlijk, die wel of geen zorg nodig hebben? Als er een culture of survivalism heerst, dan geldt die behoefte aan persoonlijke zekerheid toch voor iedereen? Waarom is de laatste jaren dan zo sterk de gedachte naar voren gekomen dat het gebrek aan eigen kracht en zelfredzaamheid – en daarmee de behoefte aan persoonlijke zekerheid – exclusief zijn te vinden aan de onderkant van de samenleving?

Want dat gebrek aan eigen kracht bestaat juist niet alleen aan de onderkant van de samenleving. Al ben je gauw geneigd dat te denken. In feite kom je het nog veel vaker tegen bij politici, bestuurders, ambtenaren, directeuren van wetenschappelijke instellingen en managers in het bedrijfsleven. Dat viel me althans de laatste jaren op tijdens forumdiscussies en studiedagen. Hoe hulpeloos al die mannen en vrouwen zijn wanneer niet een grote stoet medewerkers de voorgesprekken voert, de informatie verzamelt, de gedachtenlijn bepaalt, de mening vormt, de tekst schrijft en de uitgeprinte versie van de lezing op het juiste moment in de hand van de spreker duwt.

Soms zit ik op het podium naast een politicus en zie dan hoe de tekst door de tekstschrijver zelfs is uitgeprint in afzonderlijke lettergrepen, met kleurtjes, uitroeptekens en accenten op de plaats waar de klemtoon moest komen. En ik moet toegeven dat ik soms denk dat zo’n lezing dus net zo goed gehouden kan worden door een willekeurige werkloze – dan had de spreker tijd gehad om ergens anders het land te gaan redden.

De elite, kortom, is een afhankelijke elite. Maar waar de onderkant van de samenleving klein wordt gemaakt door zijn afhankelijkheid, wordt de elite groot gemaakt door haar afhankelijkheid. Je kunt dan ook concluderen dat een gebrek aan zelfredzaamheid niet nadelig hoeft te zijn voor je carrière en je maatschappelijk welslagen: mensen in hoge posities worden juist tot die positie opgetild door degenen van wie ze afhankelijk zijn. Afhankelijkheid is beslist geen treurig en troosteloos verschijnsel, het is een dragend element van het samenleven.

Er zitten, kortom, rare paradoxen in het denken over eigen kracht en afhankelijkheid. Enerzijds groeit de onderlinge afhankelijkheid in de wereld. Denk aan de groeiende betekenis van dienstverlening, aan het koppelen van markten, aan ketenconstructies in het internationale bedrijfsleven, aan het ontstaan van een netwerksamenleving: alles wijst op onderlinge verknooptheid en verwevenheid. Wie werk heeft, is nog nooit zo afhankelijk geweest van faciliteiten, medewerkers, diensten en informatiestromen als juist nu. Terwijl wie géén werk heeft in toenemende mate wordt aangesproken op zelfredzaamheid.

‘Ik ga ervan uit dat mensen op eigen kracht heel veel kunnen bereiken,’ zegt Nurten Albayrak. ‘Nebahat vindt sneller dat mensen zorg nodig hebben.’ Maar in deze gecompliceerde samenleving kan niemand iets op eigen kracht bereiken; dat mag de partij van de ene nicht niet vergeten. En de partij van de andere nicht moet bedenken dat het blindstaren op persoonlijke zekerheid een vorm van survivalism is waardoor de wereld nooit duizend keer beter wordt. Laat de campagne beginnen!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden