Met een omweg toch op het rechte pad

Ondanks haar openheid woonde Stella Jongmans ooit 'op een soort wolkje', geïsoleerd en beschermd. Maar de identiteitscrisis was nog niet voorbij of ze liep onder de hoede van haar nieuwe trainer Haico Scharn een 800 meter die haar rechtstreeks naar Barcelona (1992) voerde....

DE ONTEMBARE energie van weleer, die zo vaak ten koste ging van haar concentratie, is nog altijd aanwezig. Met duizend dingen kon ze bezig zijn, maar juist niet met dat ene waarop haar omgeving hamerde. Als er potloden klaar lagen voor een schooltoets, vroeg de flierefluiter Stella Jongmans zich af wat ze daar in vredesnaam mee moest aanvangen. Ze wilde buiten spelen, kattekwaad uithalen. Ze spijbelde zo veel dat ze een advies voor de huishoudschool kreeg, mavo plusminus.

Maar telkens bleek dat Jongmans zichzelf uiteindelijk onderschatte. Ze werd als meao-leerlinge een van de weinigen die in drie jaar slaagde, maakte de Schoevers-opleiding tot assistent-manager af en studeert nu commerciële economie aan de Hogeschool van Tilburg. Jongmans heeft tijd nodig. Tijd om zichzelf te leren ontdekken, om de rusteloosheid te bedwingen. Met de atletiek is het precies zo gegaan.

Ze zag als vijfjarige peuter de Olympische openingsceremonie van 1976. De beelden zetten zich vast in haar hoofdje en werden een droom. Maar de Jongmansen handbalden, en voor haar doen deed zelfs de spring-in-het-veld Stella dat met overgave. De atletiek kwam pas in zicht toen haar vader af en toe hardlopend een ommetje ging maken. De kleine donderstraal bleek moeiteloos te kunnen volgen.

Tot haar vijftiende combineerde ze beide sporten. Haar atletiektrainer was Theo Sybrandy, een 'vaderfiguur', die 'invloeden van buitenaf afschermde'. Ze draagt het hem niet na, integendeel, maar ze trainde steeds alleen met hem, ze voelde zich geïsoleerd. 'Hij heeft alle moeilijke jaren meegemaakt. Alle momenten dat ik wilde stoppen omdat ik handballen leuker vond. Ik was heel onzeker over mezelf. Bij mij ging de puberteit echt gepaard met een identiteitscrisis. Ik leefde op een soort wolkje, absoluut niet in de realiteit. Wat me op de been hield was de drang om goed in sport te worden. Het is vreemd maar hoe verschillend de karakters van atleten ook zijn, het zijn in hun sport allemaal doorzetters, bijters.'

'Op school, privé en in de sport: ik moet ergens in groeien, er zijn altijd zo veel obstakels. Van uitstel kwam bij mij telkens afstel. Mijn ouders karaktiseren me nog steeds als slowstarter. Ik neem altijd een omweg maar ik kom tenslotte wel op het rechte pad uit. Ik ben extrovert maar tegelijk een dagdromer, ik had altijd al een rijke fantasie.

'Met mijn docent Nederlands Groenendijk kon ik er goed over praten, al was het maar in de pauze. Hij kon de spijker op z'n kop slaan. Ik ben toen ook over de atletiek met hem gaan praten, ik had iemand nodig want de muren praten niet terug. Je ouders wel, maar daar verzet je je tegen in zo'n periode. Bij leeftijdgenoten had ik de idee dat mijn woorden niet aankwamen.

'Na een blessureperiode ben ik in 1991 weggegaan bij Sybrandy. Hij kon er zich in vinden, ook al omdat hij vanwege zijn bedrijfje steeds minder tijd beschikbaar had. Na een half jaar trainen met Haico Scharn liep ik in Hengelo plotseling 1.58,61. Het was de eerste keer dat ik echt doodging, dat ik moest kotsen na een wedstrijd. Ik ben niet iemand die zo diep kan gaan als Esther Goossens.

'Achteraf is die prestatie te vroeg gekomen, eigenljk niet goed geweest. Ik ben er in zekere zin door ontregeld. Ik hoorde dat ik me geplaatst had voor de Olympische Spelen van Barcelona. Het overdonderde me. Als je naar mijn prestatiegrafiek kijkt sinds 1991 en je laat die 1.58 weg, dan zie je een constante vooruitgang. Maar zo'n tijd achtervolgt je natuurlijk.

'Aan de ene kant weet je dat je dus in staat bent zo hard te lopen, maar hup, pats, ineens was ook elke mindere prestatie de bevestiging dat ik een eendagsvlieg was. Zo heb ik het ook lang gezien. Ik keek alleen nog maar naar die 1.58. Ik ging naar de Spelen, terwijl mijn topvorm al verdwenen was, en ik werd overweldigd. Ik was verliefd en kon mijn vriendje (tienkamper Robert de Wit-red.) twee weken niet zien. Dat was een ramp. Ik was nog nooit verliefd geweest.

'De Olympische deelnemers in andere sporten kende ik alleen van de tv. Maar ook de sprintsters van de KNAU waren vreemden voor me. Die vormden toch een blok. Karin van der Kooij ging liever surfen dan met mij een stukje lopen. Ik werd in de series uitgeschakeld en toch was Barcelona een enorme ervaring. Want die droom was uitgekomen. Ik herinnerde me nog zo scherp van 1976 hoe de sprinters in doodse stilte uit de startblokken kwamen waarna tienduizenden mensen gingen gillen. Dat vond ik zo gaaf. Ik zag mezelf al lopen. Dat wilde ik ook. Maar ik was nog te jong voor atletiek. Ik moest nog drie keer jarig worden, zoals mijn ouders zeiden.'

Stella Jongmans kon in Barcelona dan een deel van haar ideaal verwezenlijkt hebben maar die 1.58 van Hengelo leek volkomen vervaagd: een déejéa vu; een barrière in plaats van een bevrijding. Ze moest opnieuw haar leven herschikken. Rotterdam Tosport was zo genereus om haar uit Den Haag weg te lokken; de financiële mogelijkheden mochten dan iets ruimer worden, ze voelde zich nog niet de topsporter met de vereiste, rigide instelling. Nog steeds was er die neiging van vroeger om trainingen over te slaan, om de gemakzucht te laten zegevieren.

Hoe vreemd het ook klinkt: een handicap daarbij was wellicht haar fotogenieke uiterlijk. Al spoedig na die uitzinnige 1.58 van Hengelo werd het een heksenketel in huize Jongmans. De telefoon stond roodgloeiend en in groten getale meldden zich de vleiers, bestuurders, sponsors en anderszins geïnteresseerden. Zelf overkwam haar die periode als een bijna kwade illusie. Ze werd bejubeld om iets waarvan ze zich nog nauwelijks bewust was en moest van het ene op het andere moment ook enigermate terughoudend leren te zijn. Een flapuit als zij ging onherroepelijk op het gezicht.

Maar bovenal moest Jongmans haar plotselinge opkomst nu ook sportief waarmaken. Ze leek het voordeel te hebben dat te kunnen doen in de schaduw van Olympisch kampioene Ellen van Langen. Maar al vrij spoedig was er sprake van een licht gespleten situatie. Jongmans zag eerder haar fysionomie dan haar inspanningen beloond. Het lopen ging niet meer zo goed.

Derde was ze geworden bij de Europese titelstrijd voor de jeugd in Varazdin, vijfde bij de Europese indoor-kampioenschappen. Maar zelfs toen ze vorig jaar in Parijs een plaats opschoof en als vierde eindigde bij de EK indoor, een 'chocoladeprijs' zoals ze het noemde, was er nog die twijfel of ze ooit van het zelfopgelegde stempel van laatbloeister kon afkomen.

Nog steeds was er die vreselijk dwingende 1.58 van 1992 waartegen ze het moest opnemen. 'Het meest frustrerende van alles was dat ik al vanaf mijn zeventiende, achttiende een talent werd genoemd. Je kunt het ver schoppen, zeiden ze, je bent een winnaar. Allemaal leuk en aardig maar er kwam geen bal van terecht. Ik wilde niet het eeuwige talent blijven. Ik heb ondanks vermoeidheid nu drie wedstrijden achter elkaar goed gelopen. Dat was voor mij een overwinning. Vroeger kwam na de piek bijna altijd een dal.

'Vroeger was ik voor de wedstrijd te zenuwachtig. Op aanraden van Rotterdam Tosport ben ik toen eenmaal naar Loes de Ridder geweest, een psychologe. Maar die had vooral zware gevallen behandeld. Ik voelde me ongemakkelijk. Mijn concentratie-problemen heb ik toen maar op hun beloop gelaten. Pas na de EK van Helsinki kwam ik in contact met Henk Kraaijenhof.'

Jongmans maakte in Helsinki deel uit van een falende ploeg. Ze vloog eruit in de halve finale, omdat ze niet zoals Ellen van Langen 'de knop kon omzetten'. Ze was bjna wanhopig: 'Ik had geen zin meer om te verzuren. Ik dacht er telkens aan een blessure voor te wenden om uit te kunnen stappen. Al vantevoren had ik de excuses klaar. Maar dat is dus niet de bedoeling van topsport.'

Maar 'Helsinki' had ook een gunstige uitkomst. Jongmans kwam in aanraking met Henk Kraaijenhof, de coach van Nelli Cooman. Mocht ze al sceptisch zijn geweest en zich een totaal ander iemand hebben gewaand dan die schijnbaar zo wispelturige Cooman, ze luisterde aandachtig en met steeds meer verbazing. Want Kraaijenhof beweerde iets wat enig ander, zelfs haar eigen trainer Haico Scharn, nooit had beweerd. Hij veronderstelde dat het voortdurend vlinderen en fladderen van Jongmans minder te maken had met een labiele geest dan met stabiele voeding.

Kraaijenhof huldigt de theorie dat door nuttiging van de juiste spijzen de geest ten gunste beïnvloed kan worden. Jongmans, die van de wetenschappelijke details niet wil weten doch braaf surrogaat-suiker in de koffie werpt: 'Suiker wordt direct door de hersenen opgenomen. De reactie verschilt per individu. De een krijgt er na anderhalf uur extra energie van, de ander zakt des te dieper. De hele dag suiker innemen lijdt tot mentale schommelingen en ik hield nu eenmaal van zoet. Je bent dan net een pingpongbal die alle kanten opgaat. Nu ik de aanwijzingen van Kraaijenhof volg, voel ik me zelfs vrolijker geworden. Ik voel me al twee maanden gelukkig. Ik ben elke dag dat ik opsta dezelfde.

'Alles wat ik at was volgens Kraaijenhof verkeerd. Ik dacht zelf dat ik moest leren omgaan met mijn gevoelens, maar dat was het probleem niet. Natuurlijk heb ik ook mijn twijfels gehad, je kunt je moeilijk voorstellen welke invloed voeding heeft. Ik liep de Warande-cross, werd zesenveertigste of zoiets en trilde van teen tot kruin. Het leek op een glucose-tekort maar Henk zei: Neem maar wat meer appels, fruit, je lichaam moet wennen. Ik geloof er nu in, ik kan alle trainingen van Haico (Scharn) nu volgen. Vroeger was dat absoluut niet zo. Soms kwam ik totaal niet vooruit en een andere keer vielen de ogen uit Haico's kassen.

'Ik begrijp dat de KNAU Kraaijenhof heeft afgeblazen. Omdat hij te duur is. Maar je moet je geld gewoon goed besteden. De EK van Helsinki waren slecht maar ik vind het niet terecht als daarvan alleen de atleten de schuld wordt gegeven. Je moet het ook bekijken vanuit de structuur in de atletiekwereld. Toch lijkt er lering uit getrokken. Eindelijk is er een A-selectie van twaalf en wordt voor niemand een gunstige uitzondering gemaakt. Men schijnt het Noorse model te willen en zowaar belde (technisch directeur) Bert Paauw me op toen ik de WK-limiet had gehaald. Dat is ook al een vooruitgang.

'Maar Robert (de Wit) heeft bij Philips een velocity-meter ontwikkeld en de KNAU laat Charles van Commenee voor tienduizenden guldens een vergeljkbaar apparaat uit het buitenland halen. Het is nog steeds de trend: alles wat uit het buitenland komt, is beter. Maar we hebben volgens mij zelf enorm veel kennis. Als we die samenbrengen, kost het zoveel minder. We kunnen zo flexibel zijn als ik weet niet wat.

'Dat gebeurt niet en dat is jammer. Het gebeurt ook bij de bond. Je moet uitkijken als je baas lult, dat kan eigenlijk niet, maar er zijn bepaalde mensen die niet op de plaats horen waar ze zijn. Daar horen ex-topsporters te zitten. Het pleit voor Bert Paauw dat hij het gesprek daarover wil aangaan. Ik ben ook gevraagd voor een gesprek. Na afloop zei hij: ''Het is nog nooit zo hard op tafel gekomen.''

Maar Jongmans heeft de facto nog maar bijster weinig met de bond te maken. De KNAU moet het lopen buiten de grenzen fiatteren en daarmee basta. De rest heeft ze overgelaten aan het bureau van Jos Hermens, Global Sports Communications.

Jongmans wordt gesponsord door Hyundai en Playboy. Ze voelt zich bevoorrecht, niet vanwege haar uiterlijk maar omdat ze van de atletiek kan rondkomen, zelfs iets kan sparen. Maar veranderd is ze niet. Veelvuldig wordt ze gevraagd om op te draven en natuurlijk kijkt bondsdirecteur Kauffman vreemd op, als hij daar een van de prominten onverwacht ziet poseren op een autobeurs, maar het hoort er, vindt Jongmans, nu eenmaal bij. Want, redeneert Jongmans: wat krjgt een bedrijf terug? Misschien een minuut tv-reclame per jaar. Dan mag je dus ook wel eens concessies doen en desnoods een tijdelijk podiumartieste worden.

Maar hoe fraai zou het niet zijn als het Nederlands Olympisch Comité zeg maar een ton per jaar zou kunnen schenken. Dan zou de topsport zo veel minder afhankelijk zijn van sponsoring. Jongmans was tamelijk verbolgen over het feit dat ze (voorlopig) niet bleek ingedeeld bij de categorie A-topsporters van NOCNSF.

De KNAU was in haar voordracht wel erg bescheiden en ze moet het dus allemaal zelf regelen. Maar denk niet dat ze vanwege haar mooie manen een geweldig riant bestaan heeft. Jongmans kan rondkomen en 'een beetje sparen' voor later. Dat was het doel.

Voor het overige blijft ze dezelfde die ze altijd al was. Een atlete die zichzelf nog voortdurend verrast. Een van oorsprong bijna onbekommerde kwebbel. Maar ook iemand die zich na nog te weinig ereplaatsen veel bewuster is geworden van de situatie waarin (amateur)topsporters zich bevinden.

Enkele jaren geleden was het ondenkbaar maar nu beklaagt ze met grote nadruk marathonloper Gerard Nijboer die zijn inkomsten jarenlang trouw in het trustfonds van de KNAU parkeerde. Nijboer wilde zijn 'spaargeld' opnemen maar kreeg de belastingdienst tegen zich en werd geacht bijna driekwart van zijn vergaarde inkomsten in te leveren. De zaak ligt nog steeds bij de Hoge Raad.

Jongmans is allengs meer doordrongen geraakt van de problemen waarmee een Olympisch topsporter te maken krijgt. Ze kent de verhalen van het zwarte gat en dat ze zich door Playboy liet sponsoren had ook te maken met het besef dat ze nooit in dat gat terecht wilde komen. Ze werd rationeler, berekenender. Belastingtechnisch bleek het handig een eenmanszaak aan te melden: Jongsmans promotons. 'Je moet je toch een naam geven,'

Ze wist dat het 'veel stof zou doen opwaaien', toen ze zich verbond aan Playboy. Maar de reacties vielen mee. Zelfs internationale tegenstandsters spraken haar aan en zeker niet met afkeuring. Iedereen weet het inmiddels. De verbintenis heeft haar goed gedaan. Want ze blijft dezelfde: een open, zichzelf soms overschreeuwende maar steeds oprechte atlete. Levenslust heeft ze: 'Als ze me voor de tv vragen, laat ze me dan maar aan een lange ketting in het ravijn gooien. Dat doe ik liever dan een knopje A, B of C indrukken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden