Met een mes belde ik bij hem aan. Dit moest ophouden

Huiselijk geweld is iets voor asociale mensen, dacht ik vroeger. Zoiets overkomt me niet. Toch ben ik mishandeld door Jules, met wie ik tien jaar heb samengeleefd.

Het leek zo mooi, toen ik hem in 1977 ontmoette. Jules was een charmeur uit de stad, hij blaakte van het zelfvertrouwen. Ik was onzeker en viel als een blok voor hem. Maar toen we samenwoonden bleek hoe hij echt was. Hij kleineerde mij en sloeg me. Daarna zei hij altijd dat hij spijt had en me nodig had; ik mocht hem niet verlaten.

Jules maakte me wijs dat het aan mij lag: ik was brutaal, dom en onhandig. Ik schaamde me zo. Huiselijk geweld was taboe. Pas jaren later, dankzij een tv-programma, besefte ik dat ik een slachtoffer was.

We trouwden in 1978 en kregen twee dochters: Frederique en Maxime. Jules had een zoon gewild; hij negeerde de kinderen of schold ze uit. Ik begon me te verzetten. Een keer ging ik bij hem weg. Maar hij bespeelde mijn schuldgevoel: ik kon het de kinderen niet aandoen te scheiden.

In 1987 gingen we toch uit elkaar. Ik had hem betrapt met een andere vrouw. Jules stemde in met een scheiding omdat hij hoopte zijn vrijheid terug te krijgen. Onze dochters bleven bij mij. De rechter stelde de omgangsregeling vast ‘in goed onderling overleg’.

Daarna ging het mis toen bleek dat Jules kinderalimentatie moest betalen. Geld is alles voor hem. ‘Voor elke cent die je ontvangt, krijg je dubbele pijn terug’, zei hij. Mijn autobanden werden lekgestoken en hij ging me stalken.

Hij kwam vaak onaangekondigd mijn huis binnen. Toen ik protesteerde, kneep hij mijn keel dicht.

Nog steeds zocht ik geen hulp, uit schaamte en omdat ik niet wist hoe ik de terreur moest bewijzen.

Gelukkig ontmoette ik in die tijd mijn huidige man, Max. Hij was wel lief voor ons. Zodra we trouwden hebben we de alimentatie stopgezet. Als tegenprestatie zou Jules ons met rust laten. Later hebben we die afspraak teruggedraaid want hij hield zich er niet aan.

Jules ging zich extremer gedragen. Hij bezocht met onze dochters het graf van kinderen die door hun vader waren vermoord. Hij vertelde ze dat die papa was verlaten door zijn vrouw, gek van verdriet was geworden en voor straf de kinderen had gedood.

Ik realiseerde me dat Jules helemaal niet van de kinderen hield. Hij gebruikte ze om wraak te nemen op mij. Dat deed hij omdat ik hem had gekleineerd door hem te verlaten. Hij is een psychopaat.

Hij ontnam de kinderen het recht op een onbezorgde jeugd. Zo verspeelde hij zijn rechten als vader, vond ik. Ik wilde niet dat hij onze dochters nog zou zien. Maar hulpverleners zeiden dat het in hun belang was hun vader te blijven bezoeken. Ik dacht: het is hun vak. Ze zullen wel gelijk hebben.

Jaren later hoorde ik van de Raad voor de Kinderbescherming dat ik probleemloos de omgangsregeling kon stopzetten, omdat bij de rechtbank immers was afgesproken dat hij de kinderen ‘in goed onderling overleg’ zou zien. Hij zou dan bij de rechter omgang moeten eisen, waarna de raad een onderzoek naar hem zou kunnen beginnen.

Jules ontliep het onderzoek. Hij liet weten dat hij ‘in het belang van de kinderen’ afzag van omgang. In de praktijk deed hij het tegenovergestelde: hij wachtte Frederique en Maxime op bij school en bij ons huis. Niet omdat hij van ze hield, maar uit wraak. De kinderen waren doodsbang als ze hem zagen.

De politie heb ik pas gebeld toen hij me met de dood ging bedreigen. Toen wist ik: met hem is niet te praten. Maar rechercheurs zeiden dat ze niets voor me konden doen. Ik had geen bewijs, en rondhangen was niet strafbaar.

Ondertussen begonnen de vernielingen. Bij mijn zus werd een raam ingegooid. Mijn moeders huis werd besmeurd. Hij bedreigde vrienden van ons. De politie nam een melding van hen aan, maar daar bleef het bij.

Ik maakte opnamen van telefoongesprekken – Jules belde vaak. Maar de politie wilde slechts één cassettebandje beluisteren. Het werd niks. Ze zagen het als een ruzie waarin ik een aandeel had.

Het werd gebagatelliseerd. Ik kreeg steeds te horen: waar twee vechten, hebben er twee schuld. Terwijl mijn leven een puinhoop was, deden ze het af als relationele problemen die we onderling moesten oplossen. Ik was woedend. We hadden geen relatie meer. En geweld is strafbaar, ook als het slachtoffer een bekende is. Hoezo praten? Het is alsof je een verkrachte vrouw vraagt met de dader te overleggen.

Ik schakelde een advocaat in, maar een contactverbod was volgens hem niet haalbaar.

De kinderen gingen eraan ten onder. Frederique beschuldigde haar vader van seksueel misbruik, maar ze werd niet serieus genomen. Ze heeft vanwege psychische problemen twee jaar in een medisch kindertehuis gewoond.

Oudjaarsavond 1996 kon ik er niet meer tegen. Mijn moeder belde, in paniek. Jules had haar verteld dat we in 1997 ‘voor de ratten’ zouden gaan. Wat eerder was gebeurd, was nog niets. De politie wilde ze niet meer bellen, want die zouden toch niets doen.

Er ging een knop om in mijn hoofd. Ik dacht: hij wil mij? Nou, hij mag me vermoorden. Dan gaat hij naar de gevangenis en heeft iedereen rust. Tegen Max zei ik dat ik een stukje ging rijden. Onderweg naar buiten zag ik een mes liggen op het aanrecht. Dat nam ik mee.

Ik reed naar Jules, belde aan en zei: dit moet ophouden. Hij lachte me uit en probeerde de deur dicht te doen. Toen zette ik mijn voet ertussen. Omdat hij bleef duwen, zat ik klem. Toen het lukte mezelf te bevrijden, kwam hij me achterna, gewapend met een paraplu. Ik verdedigde mezelf met het mes.

Plotseling draaide hij zich om en ging naar binnen. Ik zag ineens dat er bloed op het mes zat. Ik snapte er niets van. Toen veegde ik het mes schoon en reed naar huis.

Al snel stond de politie voor de deur. Ik bleek Jules te hebben gestoken; hij had een slagaderlijke bloeding. Ik zal nooit vergeten hoe de kinderen huilend op de trap stonden toen ik werd meegenomen naar het politiebureau.

Ik zat een week in de cel. Jules kwam erbovenop, maar ik kreeg acht maanden voorwaardelijke celstraf. Gelukkig kreeg ik steun van familieleden, vrienden en collega’s die begrip voor me hadden.

De politie leek toen pas te beseffen wat mij was overkomen. Ze deden meer om Jules te pakken. Maar hij wist precies hoe ver hij kon gaan. Een poging hem te vervolgen mislukte. Hij veranderde van tactiek toen stalking strafbaar werd. Jules wilde de kinderen uit huis laten plaatsen. ‘Ik maak je straatarm en knettergek’, zei hij.

Zelf kreeg hij gratis rechtsbijstand, want hij is minder gaan werken om de alimentatie te ontduiken. Ik heb een fortuin besteed aan advocaten.

Sinds vier jaar laat Jules ons met rust. Dat komt doordat onze dochters volwassen zijn en hij geen kinderalimentatie meer hoeft te betalen. Hij beseft ook dat hij geen macht meer over me heeft. Zijn juridische mogelijkheden zijn uitgeput. En ik weet nu beter hoe je een stalker moet aanpakken: grenzen aangeven en eisen dat de politie aangiften opneemt.

Met mijn ervaringen heb ik iets positiefs gedaan: ik werk voor de Stichting Zijweg. We geven advies aan slachtoffers van partnergeweld en stalking. Dit najaar bieden we de politiek een rapport aan over knelpunten.

Ik heb mijn verleden verwerkt, vooral door er een boek over te schrijven: In de strijd van een scheiding (Boekenplan, 2004).

Achteraf ben ik bozer op hulpverleners, politie en justitie dan op mijn ex. Jules is gestoord. Instanties moeten je helpen. Ze deden het tegenovergestelde. Hulpverleners gaven me het gevoel dat het aan mij lag. Ze pakten de symptomen aan, zoals de psychische problemen van de kinderen. De oorzaak – Jules – negeerden ze. We zijn nooit erkend als slachtoffer. Het was vechten tegen de bierkaai.

Ik hoop dat mijn verhaal ogen opent. Bij stalking of partnergeweld moet je snel ingrijpen. Doe je dat niet, dan worden kinderen de dupe.

De namen van de betrokkenen zijn om privacyredenen gefingeerd.

WEERWOORD
Jules ontkent dat hij een stalker is en dat hij een dochter heeft misbruikt, zo blijkt uit juridische correspondentie tussen hem en Nadia. Hij beschuldigt Nadia ervan dat zij hém stalkt.

Mariette Christophe, landelijk programmaleider Huiselijk Geweld bij de politie, noemt dit verhaal herkenbaar, voorzover het gaat over de jaren tachtig en negentig. ‘Toen nam de politie vaak geen aangiften op. Vooral op het platteland zeiden ze dat je zulke problemen onderling moest oplossen.

‘Nu is dat anders. Stelselmatig belagen is sinds 2000 strafbaar en de politie is zeer alert op huiselijk geweld. We benadrukken het belang van aangiften, zodat bewijs wordt opgebouwd.’

Klachten zullen er altijd zijn, aldus Christophe. ‘Aangevers en plegers hebben een andere belevingswereld. De waarheid is lastig te achterhalen. Er zijn alternatieven voor aangiften, zoals daderbehandeling. Als er kinderen bij betrokken zijn, informeren we bureau Jeugdzorg. De politie beseft dat dit het meest omvangrijke geweldsprobleem is in onze samenleving. In 2007 registreerden we 63 duizend gevallen van huiselijk geweld.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.