Met een kilootje kaviaar naar Parijs

Een wereld zonder grenscontroles is een paradijs voor de crimineel. Misha Glenny laat zien hoe internationale misdaadnetwerken floreren.Door Leen Vervaeke / Foto Bart Mühl..

Leen Vervaeke

Nu hij er nog eens goed over nadenkt, moet Misha Glenny toegeven: de meeste criminelen die hij interviewde voor zijn nieuwe boek McMaffia – misdaad zonder grenzen, vond hij eigenlijk best leuk. De onderdirecteur van de Japanse yakuza? ‘Een zeer onderhoudend type.’ De huurmoordenaar in Mumbai, die genoot van een geslaagde moord? ‘Ik kon erg goed met hem overweg.’

‘Op het menselijke vlak had ik met veel criminelen een band’, zegt Glenny, die ter promotie van zijn boek twee dagen in Amsterdam is. ‘Ze hadden ieder een complex verhaal. Tot je met de slachtoffers praat, natuurlijk. Dan denk je er wel anders over.’

De afgelopen drieënhalf jaar reisde de 49-jarige Britse onderzoeksjournalist, die zijn naam vestigde als BBC-correspondent tijdens de Balkanoorlogen, de hele wereld rond. ‘Ik nam interviews af in Israël, terwijl ik notities uit Dubai uitwerkte en afspraken maakte voor Rusland’, beschrijft hij het reistempo.

Overal praatte hij met in georganiseerde misdaad gespecialiseerde politie-inspecteurs, politici, gangsterbazen, huurmoordenaars, smokkelaars, en de slachtoffers van hun praktijken. Het resultaat is een standaardwerk over de invloed van de globalisering en van de val van het communisme op de georganiseerde misdaad.

Net als Glenny’s eerdere boek The Balkans is McMaffia exhaustief, lijvig en rijk aan historische verbanden, achtergrondinformatie en inzicht – soms iets te veel voor een leek. Maar altijd is het vlot leesbaar, dankzij beeldende beschrijvingen, spectaculaire anekdotes en bijzondere personages.

Glenny beschrijft bijvoorbeeld hoe hij zelf een kilootje illegale kaviaar uit Kazachstan smokkelt – gekocht voor 100 euro, in Parijs of New York 3.500 tot 4.000 euro waard. Hij bezoekt een wietplantage in een ondergrondse zeecontainer in een ondoordringbaar woud in Canada. Hij surft mee met een Braziliaanse hacker, die 30 euro krijgt per miljoen verzonden spammails, waarvan er gemiddeld 4.000 door nietsvermoedende pc-gebruikers worden geopend, waarna hun online bankrekening kan worden geplunderd.

Het zijn geen ongevaarlijke plaatsen die u bezocht. Was u eigenlijk bang?

‘Alleen om naar Colombia te gaan. Ik denk dat dat de gevaarlijkste plaats was. Een mooi land, heel interessant, maar door de cocaïne-industrie helemaal om zeep gebracht.

‘Over Bulgarije heb ik getwijfeld of ik wel moest gaan. Nadat ik met wat mensen had gesproken, vertrouwde ik erop dat het veilig was. Maar een van mijn belangrijkste contacten – Emil Kyulev, een respectabele bankier die oorspronkelijk uit de onderwereld kwam – werd drie maanden nadat ik hem voor het laatst had gesproken vermoord, op klaarlichte dag in Sofia.’

U kijkt er een beetje ongemakkelijk bij.

‘Je weet maar nooit. Als je over dit soort onderwerpen schrijft, stel je jezelf aan een groter gevaar bloot. Ik heb veel over dode mensen geschreven. Die kunnen niet beledigd zijn door mijn boek. Maar ik kan niet voorspellen of iemand van streek zal raken. Als iemand wraak wil nemen, dan kan ik daar niets tegen doen. ’

Waarom was u bereid zo’n risico te nemen?

‘Ik vond het noodzakelijk dit boek te schrijven: het is een verhaal dat nog niet geschreven is. De georganiseerde misdaad maakt een enorm deel uit van de economie (17 tot 25 procent van de mondiale omzet, schrijft Glenny in zijn boek, red.) en het is een geschiedenis die nog grotendeels ongeschreven is. Ik geef toe, het is geen academische studie, maar het is heel serieus aangepakt.

‘Voor een deel heb ik het boek geschreven omdat ik ontzet was door het enorme aantal middelen dat is vrijgemaakt voor de oorlog tegen terrorisme. De schade van terrorisme – als je het al eens wordt over een definitie van dat abstracte concept – komt niet eens in de buurt van de schade van de globale schaduweconomie.

‘Ik hoop dat rationele, democratische regeringen hun prioriteiten eens op een rijtje krijgen, en stoppen met die demagogische onzin.

‘De schaduweconomie is natuurlijk ook de belangrijkste bron van inkomsten voor het terrorisme. Waar halen de Taliban hun geld vandaan? Van de drugsindustrie. De Colombiaanse guerrillabeweging FARC? Van de drugsindustrie. Al Qaida? Die hebben banden met de smokkel van nepartikelen. Zie onder ogen waar het probleem echt ligt. Als we terrorisme bevechten, zitten we er gewoon naast.’

Het idee voor McMaffia deed Glenny al op toen hij begin jaren negentig verslag deed voor de BBC van de oorlogen in Bosnië en Kroatië. Daar merkte hij voor het eerst dat de georganiseerde misdaad in handen was van internationale netwerken.

Zijn sigaretten kocht Glenny – ondertussen niet-roker, verzekert hij – toentertijd van een mollig joch uit Belgrado, zijn ‘vaste leverancier’, voor 10 dollar per slof.

Die sigaretten werden uit fabrieken in Amerika, Europa en Japan getransporteerd naar goederendepots in Rotterdam of het Zwitserse Zug, waar de douane en fiscus niet zo streng waren. Vandaar ging het naar een corrupt land als Oezbekistan of Egypte. Dan met een vliegtuig, dat toevallig motorpech had in het Montenegrijnse luchtruim, naar Montenegro, waar de regering overleefde dankzij de sigarettensmokkel.

Speedboten smokkelden de sigaretten daarna naar Italië, de Europese Unie in, waar legale sigaretten door de belasting twee keer zo duur waren als de illegale.

Door de val van het communisme en de chaotische politieke situatie die daarop volgde, ontstond een gordel van instabiele regimes. Een ‘nieuwe Zijderoute’, schrijft Glenny, ‘waarlangs mensen, drugs, contant geld, bedreigde diersoorten en kostbaar hardhout snel en gemakkelijk konden worden vervoerd van Azië naar Europa, en vervolgens ook naar de Verenigde Staten’.

Door de globalisering en de liberalisering van de internationale geld- en goederenmarkt, de beperkte controle en het bestaan van belastingparadijzen, kregen de criminelen zo goed als vrij spel. De val van het communisme en de globalisering noemt Glenny dan ook ‘de allerbelangrijkste achterliggende oorzaak van de exponentiële groei van de georganiseerde misdaad over de hele wereld’.

Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie profiteerde een kleine groep nieuwe kapitalisten van het ontstane machtsvacuüm, om hele industrieën naar zich toe te trekken.

Tegelijk gaf de toenmalige Russische president Jeltsin zich over aan het economische liberalisme van de Chicago-school, zonder enige controle op het financiële verkeer of handelsverkeer. De oligarchen hoefden geen twee keer na te denken. Ze kochten massaal olie, gas, diamanten en metalen voor de oude gesubsidieerde Sovjetprijs, en verkochten die voor een vaak veertig keer hogere prijs op de wereldmarkt.

In het steeds armere Rusland waren de steeds rijkere oligarchen almachtig. Door middel van corruptie beheersten ze politici, ambtenaren en grenscontroles. Politie en KGB waren ontmand, en om naleving van afspraken af te dwingen, omringden de zakenmannen zich met gruppirovki, gewapende bendes gerekruteerd uit het enorme leger van werkloze mannen. Macht, geld en geweld raakten met elkaar verweven, en de gruppirovki werden professionele misdaadsyndicaten.

Naast de handel in gesubsidieerde grondstoffen gingen de misdaadkoningen naar Israël, dat paspoorten uitdeelde aan Joden en wannabe-Joden, om vrouwen, diamanten en xtc te verhandelen. Ze richtten hun schreden ook naar de Balkan, waar de winsten door de oorlog en de bijbehorende sancties nog groter waren, om olie en wapens te smokkelen. En naar belastingparadijzen als Dubai om geld wit te wassen en paleizen te bouwen, waarvoor goedkope arbeidskrachten uit Nepal, Pakistan, Bangladesh en Pakistan werden gesmokkeld, samen met heroïne.

Eenzelfde patroon – een machtsvacuüm, een economische crisis en een geliberaliseerde markt – doet zich voor in India, Zuid-Afrika, Nigeria, Brazilië, Colombia, Japan en China, waar Glenny telkens één hoofdstuk aan wijdt. Na lezing van het boek is het duidelijk: het netwerk van de georganiseerde misdaad beslaat de hele wereld, heeft tentakels in de legale economie en politiek, en is oppermachtig.

Glenny maakt zich hard voor de legalisering van drugs, die volgens onderzoek van de Verenigde Naties 70 procent van de financiële middelen van de georganiseerde misdaad uitmaakt. Een verbod op drugs berooft de staat van de belastinginkomsten die een legaal product zou opleveren, kost de staat veel aan opsporing en bestraffing van delinquenten, en doet vooral de winstmarges van drugshandelaars exponentieel stijgen. Winst, die weer gebruikt kan worden voor veel schadelijkere activiteiten, zoals wapen- of vrouwenhandel.

‘De astronomische bedragen die de drugs opbrengen zijn juist te danken aan het feit dat deze producten illegaal zijn’, schrijft Glenny. ‘Met het legaliseren van drugs zou je de dodelijkst mogelijke klap uitdelen aan transnationaal georganiseerde criminele netwerken.’

U specificeert niet welke drugs u gelegaliseerd zou willen zien. Bedoelt u alle drugs, inclusief heroïne?

‘Ik denk dat je moet beginnen met marihuana, een drug die zeer weinig schade veroorzaakt aan de maatschappij, die deel uitmaakt van een grote industrie, en waarvan het nuttig zou zijn om er staatscontrole over te hebben. Je begint met een tamelijk oncontroversiële drug, en kijkt dan naar de dynamiek van de andere drugs.’

Denkt u dat zo’n legalisering haalbaar is, in het huidige politieke bestel?

‘Nu misschien niet, maar het politieke denken hierover zal veranderen door de verplaatsing van de productie van drugs van de ontwikkelingslanden naar de industrielanden. Die verplaatsing komt eraan, doordat in laboratoria ontwikkelde designer drugs steeds beter zijn in het opwekken van dezelfde highs als heroïne en cocaïne, en je ze niet hoeft te snuiven of te spuiten. Je kunt ze hier produceren in Amsterdam, dat nota bene de hoofdstad is van de productie van designerdrugs.

‘Als alle drugs in West-Europa en de Verenigde Staten geproduceerd worden, krijg je hier de grote narcotica-imperia die je nu in Colombia of Afghanistan hebt. Dan wordt de schade veroorzaakt door de illegaliteit van drugs – zoals corruptie, geweld – ook hier zichtbaar. Dan zal er wel over legalisering worden nagedacht.’

Ook wij als consumenten hebben een verantwoordelijkheid, benadrukt Glenny in zijn boek. ‘De georganiseerde misdaad (*) is zo’n lonende onderneming omdat veel gewone West-Europeanen (*) belastingvrije sigaretten roken, gebruik maken van de diensten van geïmporteerde prostituees, graag af en toe een lijntje snuiven, voor een schijntje illegale buitenlandse arbeidskrachten in dienst nemen, hun strot volproppen met kaviaar, dol zijn op ivoor en het liefst op teakhout zitten’, schrijft hij.

Zelfs een sobere geheelonthouder blijkt betrokken. In laptops, mobiele telefoons en PlayStations zit coltan, een erts dat de verschillende partijen in de oorlog in de Democratische Republiek Congo illegaal delven. Met de opbrengst kopen ze wapens.

Moeten we stoppen met het roken van marihuana, of met het gebruiken van een mobiele telefoon?

‘Nee nee, je moet er niet mee stoppen. Zoveel mensen roken marihuana. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa en de VS. De schade van marihuana voor de gezondheid is verwaarloosbaar in vergelijking met die van alcohol. Het maakt mensen niet gewelddadig.

‘Als individu kun je niet veel doen. Maar je zou moeten vragen om legalisering van drugs bij je politici. Je zou de industrie moeten oproepen haar verantwoordelijkheid in de handel van coltan serieuzer te nemen. De druk van een kleine ngo in Londen gaf de aanzet tot het Kimberley Protocol, waardoor diamanten nu een certificaat van het land van herkomst moeten hebben. Er zijn ngo’s die hetzelfde proberen te bereiken in de coltanhandel.

‘Als dat lukt, kun je je als consument beter laten gelden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden