Met een chronische aandoening is thuisonderwijs een verademing

Als het aan jongeren met een chronische aandoening ligt, blijven onlinelessen ook na de coronacrisis onderdeel van het onderwijs. Lesdagen kosten minder energie als de reis naar school wegvalt en het rooster zelf in te delen is. ‘Ik kan de colleges kijken op het moment dat ik me goed voel.’

Celine Hermans en haar ‘schoothondje’ Holly op de handbike.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Veel studenten zijn helemaal klaar met onlinelessen, maar de 22-jarige Celine Hermans, student apothekersassistent, geniet ervan. Van de slechte verbinding van goede vriendin Fenna. Van haar ‘schoothondje’ Holly, dat soms bij haar op de witte, houten bank kruipt. En van de energie die ze nu overhoudt voor naschoolse activiteiten.

Door een zeldzame neurologische aandoening is de student uit het Achterhoekse Breedenbroek normaal na een lesdag ‘helemaal leeg’ – zo bekaf dat ze niet meer in staat is huiswerk te maken, naar buiten te gaan of überhaupt van de bank af te komen. Zie hier hoe de coronamaatregelen ook een positieve invloed kunnen hebben: ineens is er voor studenten zoals Celine veel meer mogelijk.

Jongeren met een chronische aandoening hebben één ding gemeen: ze raken eerder vermoeid dan anderen. ‘Als je slecht kunt lopen of overal prikkels voelt, houd je minder energie over’, zegt Femke van Zoggel, projectleider bij JongPit, een stichting voor jongeren met een chronische aandoening of beperking. Celine is hier vrijwilliger.

Van Zoggel (24), ook deeltijdstudent zorgmanagement aan de Erasmus Universiteit, heeft reuma. Ze herinnert zich lesdagen van negen tot zes. ‘Dan was ik om een uur of twee wel afgehaakt. Nu kan ik de colleges thuis kijken, op het moment dat ik mij goed voel.’

Dankzij de onlinelessen houdt Celine energie over voor naschoolse activiteiten.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Nooit pijnvrij

Voor de meeste jongeren vormt de coronaperiode niet bepaald ‘een vrolijke tijd’, zoals Bredase burgemeester Paul Depla deze week opmerkte: verlies aan sociale contacten en gebrek aan perspectief leiden tot stress, vermoeidheid en eenzaamheid. Jongeren met een chronische aandoening vormen in dat kader echt geen uitzondering, zeker omdat zij ook nog tot de risicogroep kunnen behoren of kunnen lijden onder de coronafocus in de zorg. Maar dat onlineonderwijs, een element dat andere jongeren zo frustreert, is voor hen zo vervelend niet.

Celine is nooit pijnvrij. Elke lichamelijke handeling verergert haar klachten. Zelfs ‘mijn hoofd bewegen’. Na de drukkende pijn van overdag volgen ’s nachts nieuwe aanvallen met ‘stekende pijn’. Die maken een goede nachtrust onmogelijk.

In het voorjaar is ze daarvoor geopereerd. ‘Dat zou de pijn moeten verlichten, maar tot dusver doet het helemaal niks.’ Wel kwam uit de operatie naast haar neurologische aandoening een hartafwijking naar voren, die verklaarde dat ze de afgelopen jaren fysiek nog verder achteruitging. 

Geluk bij een ongeluk: de operatie heeft geen studievertraging opgeleverd. Celine moest ‘acht weken platliggen’. Zonder de coronacrisis was overgaan naar het volgende leerjaar een utopie geweest. Nu kon ze bij de klas blijven horen.

Volwaardig meedraaien

Celine loopt drie dagen mee bij een apotheek in de buurt. Halve dagen. Uitgeput komt ze dan thuis, gaat op de bank liggen en komt daar meestal de rest van de dag niet meer van af.

Ook schooldagen zagen er in een pre-pandemisch tijdperk zo uit. Haar opleiding bevindt zich in Arnhem. Van deur tot deur kostte die exercitie retour drie uur. ‘Bij thuiskomst was het dan helemaal op.’

De coronacrisis heeft blootgelegd wat jongeren met een chronische aandoening al wisten, zeggen Hermans en Van Zoggel. Hoe digitaler het onderwijs, hoe groter de kans dat zij volwaardig kunnen meedraaien. Natuurlijk willen ze ook af en toe naar school: daar zijn hun vrienden en is contact met docenten eenvoudiger. Maar élke dag heen en weer naar het schoolgebouw, wat vaak wel van hen wordt verwacht, is eigenlijk te ambitieus.

In een enquête vroeg JongPit in augustus en september aan jongeren met een chronische aandoening hoe zij hun werk- of studiesituatie in een coronavrije toekomst voor zich zien. Van de honderd respondenten op wie de vraag van toepassing was, had het merendeel (64) voorkeur voor een mix tussen online en op locatie. Twintig willen helemaal digitaal.

De extra energie die Celine nu overhoudt, maakt haar leven veelzijdiger. Ze kan huiswerk maken en videobellen ná de les met vriendinnen. En ze heeft meer fut om haar hobby te beoefenen: een ritje met haar handbike – een combinatie van rolstoel, driewieler en raceauto.

Aan de oevers van de rivier Aa-strang, op de grens tussen Nederland en Duitsland, maakt Celine met hond Holly een rondje door de Achterhoekse natuur. ‘Ik heb leren genieten van de kleine dingen, zoals de wind die door je haar waait. Op veel dagen voel ik mij te slecht om dit te doen. Dus ik geniet van elke dag dat het wel kan.’

Lees verder:

Om te voorkomen dat het draagvlak onder leraren afkalft, moet minister Slob het passend onderwijs beter begrenzen, betoogt Sietske Waslander met een aantal collega-wetenschappers. Sara Stegen pleit voor een fonds voor leerlingen die zijn uitgevallen. Twee opiniestukken.

Passend onderwijs heeft een slechte naam. Is het echt zo’n drama? ‘Veel gaat goed, veel kan ook beter’, concluderen onderzoekers.

De onderwijsbijlage van de Volkskrant beschreef negen lessen uit de eerste coronagolf. Les drie: afstandsonderwijs kan thuiszitters uit de brand helpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden