Met een botte kop naar de top Ronald Naar eist het onderste uit de kan bij het bergbeklimmen

Concessies doen komt niet in zijn vocabulaire voor. Hij gaat op expeditie met Bergkampen, niet met een ploeg onbekende VVV'ers....

Een krantje bij de post in het basiskamp was op z'n tijd niet onwelkom geweest. Maar goed, de achterban kan niet aan alles denken. 'Toch wil je boven op de berg ook weten hoe het in Bosnië gaat', zegt Ronald Naar, de net uit Pakistan teruggekeerde leider van de expeditie die twee weken geleden de K2, zoals het in klimmersjargon heet, bedwong. 'Iemand heeft eens een boek gelezen en daar praat je over, maar na vijf minuten heb je zo'n bespreking er wel op zitten. Je zit uiteindelijk echt verlegen om informatie.'

Naar wil maar zeggen dat het ook op de flanken van de 8760 meter hoge K2, een naamloze Himalaya-top in de provincie Karakorum die bekend staat als de moeilijkste top boven de 8000 meter, niet louter over God, de nietigheid van de mens en de fragiele lijn tussen leven en dood gaat.

'Eerlijk gezegd gaat het er nogal grof en seksistisch toe. Ik bedoel: het gaat veel over sex, ja. Het was een echte mannenploeg. Bij een eerdere expeditie waren er vrouwelijke artsen bij en toen was de sfeer toch milder. De helft van de ploeg ergert zich aan die grofheden. Maar het gebeurt en ik vind het wel begrijpelijk. Je hebt elkaar weinig te vertellen op den duur, je hebt alles al gehad, de diepe gesprekken, de boeken, je gaat elkaars verhalen herkennen, en toch wil je het onderling gezellig houden. Dus dan krijg je O, ik heb zo hëeerlijk gedroomd...nou, vul maar in.'

Hij woont in een groot, vooroorlogs herenhuis in het Haagse Benoordenhout, een deftige wijk waar een hoge ambtenaar niet zelden onder een kap woont met een baron. Aan de overkant is het bos, om dagelijks in te trainen. 'We horen niet thuis in deze wijk, we zijn een vreemde eend in de bijt. Dat constateren mijn vrouw en ik steeds weer, met genoegen.' Niet dat Naar of zijn lifestyle er nou zo onaangepast uitzien. Het lijkt immers nogal logisch dat een net thuisgekomen bergbeklimmer nog op sportschoenen rondloopt en niet gelijk in driedelig. En verder heerst er orde en properheid in huize Naar, waar een Engels sprekende huishoudelijke hulp net even de stofzuiger door de vestibule haalt. Ook zijn eigen werkkamer ademt orde, werklust en bovenal professionaliteit uit en zou qua omvang een willekeurig directielid kunnen behagen.

Het is in deze geordende en comfortabele omgeving zelfs moeilijk om in Naar de expeditieleider te zien die, al weken kampend met een ontregeld darmsysteem, uitgeput en opgebrand en acht kilo lichter is van een terugtocht die naar eigen zeggen 'een hel' was. In de lichte, erg blauw gestoffeerde kamer op de eerste etage, wil de verbeelding maar geen snoeiharde en ijskoude wind laten gieren of Magere Hein vals laten grijnzen boven onbarmhartige passages als House's Chimneys of Black Pyramid. Niets van dat al. Zijn haar mag door de vermoeienissen op bijna Mount Everest-hoogte bij bossen zijn uitgevallen en grijs geworden, wat sneeuw er in of een achtergebleven ijspegel zou deze ochtend welkom zijn geweest om te herinneren aan het feit dat hij, samen met Hans van der Meulen en een Pakistani, twee weken geleden stond te juichen op een bijna onneembare top die al tientallen klimmers de dood heeft ingejaagd.

'Natuurlijk ben ik blij en trots en voldaan over onze prestatie', legt hij uit, 'maar dat ik dat niet zo uitstraal, komt omdat ik ontzettend moe ben. Aan zo'n expeditie gaan maanden organisatie vooraf waarin je per nacht niet meer dan vier, vijf uur slaapt. En eindelijk sta je dan een half uur op zo'n top en ben je erg emotioneel, maar tegelijk zit de spanning in je kop, dat je naar beneden moet en dat je het er heelhuids van af wilt brengen. Je moet je blijven concentreren. Er zijn heel wat mensen gesneuveld die de top haalden, maar toen de knop hadden omgezet, en daardoor nonchalant werden. Vroeger dacht ik dat gehavend beneden komen erbij hoorde, nu weet dat het onzin is en beschouw ik het als falen.'

Er zat wel meer spanning in zijn prof-kop. Om te beginnen waren er de tegenvallers, van mede-klimmer en cameraman Wilco van Rooijen, die gewond moest worden afgevoerd uit het basiskamp aan de voet van de berg, en Edmond Öfner die bij een val zijn schouderblad brak. En Cas van de Gevel, die eerst geteisterd werd door een kiesinfectie en later door buikloop. 'Je weet op zeker moment dat je geen keus meer hebt, dat je naar boven móet, dat jij niet kunt afhaken, omdat andere klimmers je zijn ontvallen.'

Uiteindelijk waren het de ouwetjes, senior-klimmer Van der Meulen (42) en de veertigjarige Naar die boven kwamen. 'Dat geeft wel weer voldoening, want aanvankelijk was het tegen mij van ''hé opa, waar blijf je nou?''.' Ouwe lul Naar heeft het hem weer gelapt nadat hij, net als twee andere obsessieve klimmers die op de aardbol rondlopen, sinds de overwinning op Mount Everest in 1992, op alle zeven continenten de hoogste toppen heeft gehaald: de Elbroes in Europa, de Kilimanjaro in Afrika, de Carstenszpyramiden in Australië, de Mount McKinley in Noord-Amerika, de Aconcaqua in Zuid-Amerika en de Mount Vinson op Antartica. Die wetenschap, gecombineerd met de zware financiële verantwoordelijkheid die het leidinggeven aan een expeditie geeft, vormde genoeg reden om met grootschalige en kostbare beklimmingen als deze te stoppen. 'Deze expeditie kost toch al gauw een miljoen gulden en het gaat daarbij om zo'n 7500 kilo bagage.' Dat de ploeg veel te ver over het budget was heengegaan, gaf nog meer spanning aan zijn kop. 'We hadden bijvoorbeeld geen geld meer om de bagage uit Pakistan naar Nederland op te sturen. Het is bepaald geen pretje om te weten dat je in, Inshalla!, Pakistan, geld moet gaan lenen. En nu nog vreet het aan me dat sommigen hun salaris nog niet hebben ontvangen. Het kost me nog weken om dit alles zakelijk af te handelen.'

Deze keer heeft Naar, die voor zijn vaders plezier een studie wiskunde met als specialisatie logica afrondde, de beklimming van de K2 analytisch voorbereid. 'Meestal doe ik dat niet, bij deze berg was het nodig.' Ook aan de samenwerking binnen het team is vooraf hard gewerkt. De sof van 1982, waarin een expeditie naar de Mount Everest aan roddel, gekuip en egotripperij ten onder ging, heeft Naar voor het leven beïnvloed.

'Ik ben gespeend van elk gevoel voor diplomatie en tact, ik sta bekend als bot en direct. Dus heb ik erg m'n best gedaan daar rekening mee te houden bij deze expeditie onderweg en geprobeerd m'n scheur dicht te houden. Wat ontzettend moeilijk is als je die ergernis voelt. Ik ben zelf een perfectionist, ik zet me voor 100 procent in, ik zet ook door, ik neem geen genoegen met de tweede of derde keus als de eerste keus niet is geprobeerd. Ik verwacht dat ook van anderen. Zijn ze niet zo, dan verwacht ik tenminste dat ze hun ambities bijstellen.

'Na afloop hebben we de onderneming geëvalueerd. Aanvankelijk voelde ik daar niets voor, maar ik heb er over nagedacht, en het leek me toch verstandig om het wel te doen. Gevoelens moeten uitgesproken zijn voordat je op Schiphol aankomt. Je moet aan elkaar terug blijven denken met respect. Tegelijk besefte ik dat ik, zeker als leider, vooral de wind van voren zou krijgen. Dat gebeurde ook. In een aantal gevallen, waarin toe moest geven dat ik fout zat en ik mensen van alles heb aangedaan, heb ik mijn welgemeende excuses aangeboden. Maar er waren ook een paar gevallen waarin ik nog steeds achter het besluit of de opmerking van dat moment stond. Sorry, het is niet anders.'

Bewondering, dat zeldzame gevoel is hem overvallen bij het zien van de werkwijze van de Pakistaanse drager, of in bergjargon: high altitude porter, Rajab Sjah, die mee de top op mocht. 'Meestal word je door een drager heer of leider genoemd, maar hij noemde me bij m'n voornaam. We gingen werkelijk op voet van gelijkheid met elkaar om. Die man had ook de hoogste onderscheidingen van de regering op zak. Hij was fantastisch en de eerste drager die ook bij mij kwam om kritiek te geven op de techniek van andere klimmers. Dat is bijzonder, maar hij deed het heel correct. Ik ben erg tegen de koloniale omgang met dragers als een soort loslopend afval. Die houding neemt overigens af, het is een generatie-kwestie. Wij betaalden ze heel goed. Ik heb ook gezegd: ik wil alleen met Bergkampen de K2 op, niet met onbekende VVV'ers. En ik heb vooraf beloofd: wie goed klimt en zich goed inzet, mag mee omhoog, de top op. Niet alleen klimmers, ook dragers.'

Naar is een directe, maar ook een harde: een man met een Eskimo-attitude die kanslozen koelbloedig achterlaat in de sneeuw. 'Onbegrip en jaloezie', dat steekt er volgens Naar achter, als mensen vanuit de leunstoel thuis op die manier over zijn beslissingen oordelen. Maar er van wakker liggen, nee. Want hij weet dat hij doet wat veel mensen niet gegund is: het streng gereguleerde en bureaucratische leven van alledag ontsnappen en compenseren met intense spanning en gevaarlijk avontuur. Ook zonder expeditie-verantwoordelijkheid en onder de magische 8000 meter is dat straks nog mogelijk, in China of gewoon in de Picos d'Europa. 'Al wordt het zonder meer afkicken. Maar je besluit niet zomaar om twee kinderen te krijgen en te kappen met deze expedities, zoiets gaat hand in hand.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden