Met een beetje pressie komt het wel goed met de supermarktvis

Consumeren..

Als er niet snel iets gebeurt aan de overbevissing, zijn de zeeën binnen enkele jaren leeg en kan de consument alleen nog maar kwallen eten. De boodschap van visserijbioloog Daniel Pauly is duidelijk: de visstand staat wereldwijd op de rand van instorten. Tijd voor actie, stelt de Fransman, die in maart een eredoctoraat kreeg aan de Wageningen Universiteit.

Als Pauly gelijk heeft, en het inderdaad één minuut voor twaalf is, kwam Greenpeace afgelopen week met nog meer slecht nieuws: niet één supermarkt in Nederland scoort goed wat betreft het aanbod van duurzaam geproduceerde vis. Tien van de achttien onderzochte ketens doen veel te weinig om duurzaam in te kopen, concludeert de natuurbeschermingsorganisatie, met als hekkensluiter Aldi. Deze winkelketen lijkt zich weinig van de kritiek aan te trekken. ‘We zijn niet bezig met dwanglijstjes.’

Supermarkten zijn de belangrijkste leverancier van consumptievis in Nederland: 80 procent van alle vis en schelpdieren wordt hier verkocht. Dat supermarkten matig scoren bij de levering van duurzame vis, is daarom extra zorgwekkend, zegt Greenpeace.

Toch is er hoop. Hoewel geen enkele supermarkt het predikaat ‘goed’ krijgt, is het aantal concerns in de categorie ‘hoopgevend’ gegroeid van zes naar acht. Dirk van den Broek, dat een half jaar geleden nog slecht scoorde, heeft zich opgewerkt tot een zevende plek op de ranglijst en krijgt nu de score ‘hoopgevend’ van Greenpeace.

‘Het inkoopbeleid van duurzame vis komt eindelijk een beetje van de grond’, zegt Femke Nagel, samensteller van het Greenpeace-rapport. ‘Lange tijd werden supermarkten vooral gedreven door prijzen. Als ze zich al concentreerden op duurzame producten, was dat vooral op biologisch vlees, groente en fruit.’

Bij de samenstelling van de lijst heeft Greenpeace gelet op het inkoopbeleid van duurzame vis (die gevangen is zonder het voortbestaan of de leefomgeving te bedreigen) en de toekomstplannen op dat gebied. Ook is in kaart gebracht hoeveel bedreigde vissoorten er in de schappen liggen.

Stijger Dirk van den Broek (nummer 7 op de ranglijst) zegt het probleem ‘met kop en kont’ te hebben aangepakt. ‘Veel bedreigde soorten zijn inmiddels uit het assortiment verdwenen’, zegt een woordvoerder. De super verkoopt net als veel andere ketens echter nog steeds bedreigde soorten als heek, kabeljauw en geelvintonijn.

Deze vissoorten liggen ook nog steeds in de schappen bij voormalig lijstaanvoerder Albert Heijn (nu plaats 5). De winkelketen erkent dat er nog veel moet gebeuren op het gebied van duurzame vis, maar is volgens een woordvoerster op de goede weg. ‘We hebben bijvoorbeeld scherp in kaart gebracht waar de vissen vandaan komen. Daarvoor reizen inspecteurs de hele wereld over.’

Albert Heijn werkt samen met het Wereld Natuur Fonds aan een driejarig verduurzamingstraject. ‘Verbeteringen zie je niet van de ene op de andere dag’, zegt Clarisse Buma van het WNF. ‘Maar AH is op de goede weg.’

Carel Drijver, hoofd programma Oceanen en Kusten die namens het WNF gesprekken voert met Albert Heijn, zegt dat de verduurzaming van het visaanbod inmiddels in een nieuwe fase is aanbeland. ‘We zijn het stadium van pionieren voorbij en komen nu in de implementatiefase’, zegt hij. Volgens Drijver is iedereen in de sector het er nu wel over eens dat er iets moet gebeuren aan de overbevissing en moet nu de vraag worden beantwoord hoe ‘foute’ vis duurzaam kan worden.

Het produceren van duurzame vis blijkt in de praktijk nog knap lastig. Een visser die zijn tuig heeft aangepast waardoor er minder bijvangst is en schade aan de bodem beperkt wordt, kan pas een MSC-duurzaamheidscertificaat krijgen als het bestand waarop hij vist in balans is. En daarvoor is hij weer afhankelijk van de politiek, zegt Drijver. Die moet er met onder meer vangstquota voor zorgen dat de visstand in een bepaalde regio op orde is.

Er moet dus op alle fronten worden gewerkt om het streven van Centraal Bureau Levensmiddelenhandel CBL (in 2011 alleen nog maar duurzame vis in de supermarkten) te realiseren.

Drijver van het WNF is optimistisch dat die doelstelling wordt gehaald. Een deel van de schol zou over een jaar al een MSC-duurzaamheidscertificaat kunnen krijgen. Voor andere soorten is meer tijd nodig, maar de bioloog denkt dat in drie jaar tijd het aanbod van wild gevangen vis grotendeels verduurzaamd kan zijn.

Niettemin is het wereldwijde beeld nog steeds zorgwekkend. ‘We zitten nog steeds in een situatie van zware overbevissing’, zegt hoogleraar visserijwetenschappen Adriaan Rijnsdorp, die verbonden is aan het onderzoeksinstituut Imares van Wageningen Universiteit . ‘FAO-cijfers laten zien dat een substantieel aantal visbestanden is ingestort en we moeten er alles aan doen om te zorgen dat er geen nieuwe instorten.’

Dat geldt bijvoorbeeld voor kabeljauw in de Noordzee. Daarop zou niet meer gevist moeten worden, zegt Rijnsdorp. Maar het probleem is dat kabeljauw vaak ongewild als bijvangst aan boord getakeld wordt. ‘Dat is het grote probleem.’ Bewindslieden, zegt Rijnsdorp, lijken niet in staat de maatregelen te nemen om vissoorten te beschermen, omdat ze gevangen zitten tussen doelen op de lange termijn (bescherming van de visstand) en druk van de sector, die de economische gevolgen vreest van vangstbeperkingen.

Door vanuit de consument en supermarkten de vraag naar duurzame vis te vergroten, kan volgens Rijnsdorp een bijdrage worden geleverd aan een oplossing van de problemen. ‘Maar alle wegen moeten worden bewandeld.’

Als alle consumenten besluiten vandaag over te stappen op duurzame vis, ontstaat een nieuw probleem. ‘Een deel van de duurzame vis komt van ver. Die moet worden ingevlogen. Dat leidt weer tot extra uitstoot van CO2.’

Kweekvis is evenmin een oplossing. ‘Om een kilo tonijn te kweken, is 20 kilo wilde vis nodig als voer’, zegt Nagel van Greenpeace.

De visstand krijgt volgens hoogleraar Rijnsdorp hulp uit onverwachte hoek: door de hoge olieprijs kunnen veel vissersschepen niet meer rendabel uitvaren, waardoor nu sprake is van een economische sanering van de sector. ‘Minder schepen op zee betekent minder overcapaciteit.’

Als de komende jaren alles op alles wordt gezet, zullen veel visbestanden zich kunnen herstellen, zegt Rijnsdorp. ‘We lossen het niet in een paar jaar op, maar het gaat in de goede richting.’

De hoogleraar deelt de doemvisie van Daniel Pauly niet. ‘Zijn boodschap schudt politici wakker, al valt er wetenschappelijk misschien wel iets op af te dingen. Het probleem is levensgroot, maar voorlopig hoeven we nog geen kwallen te eten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.