'Met een been in de boot, zei ik: duw me erin! Duw!'

Zangeres Justine Pelmelay was met haar man, de pianist Ronald van Driel, aan boord van de Costa Concordia. Eindelijk vakantie.

TOINE HEIJMANS

Ik ben net even gaan liggen om de dingen te verwerken maar joh - ik zeg net tegen Ronald: hoor jij ook al die stemmen steeds, dat gegil, heb jij ook van die flashbacks? Ik zie die mensen weer hangen, boven ons, ze hangen uit een reddingboot die tegen de wand van het schip klapt. Dat was... ik blijf het maar zien en horen, jeetje. Misschien hoort het bij het verwerkingsproces.

We waren eindelijk op vakantie. In het atrium, midden in het schip, speelde zo'n lokale pianoman en die zei tegen me: zing eens even mee. Ik dacht: als ik hem kan helpen, doe ik dat. Ik zong, de mensen stonden op de trappen, het was geweldig, en na het zingen gingen we naar de magic show in het theater en ineens veranderde alles in een horrorfilm.

Eerst zag ik het theaterdoek bewegen, ik dacht: dat doet die illusionist goed zeg. Maar toen reed er een rolstoel van de ene naar de andere kant, met iemand erin, en wisten we dat het helemaal mis was. We zijn terug naar het atrium gelopen, dat is van glas. Er zaten mensen in die maar bleven roepen en gillen: laat me eruit! Ik wil eruit! De stroom viel weg, alles donker. Wat moet je dan doen? Wat kun je dan doen? Daar sta je dan in een bergbeklimmershouding, zo schuin lag het schip al, mensen gingen naar buiten, een oude man wilde in het water springen en ik riep naar Ronald: hou die man tegen!

Het personeel van Costa bleef maar zeggen: alles is onder controle, het is een probleem met een stabilisator, meer niet. Ze hadden eerlijk kunnen zijn. Ze hielpen niet. Ja, de Filipino's en de Pakistani, het gewone personeel, die hebben geholpen. Die hebben ons leven gered, echt. Jonge mensen die acht maanden achter elkaar op zo'n schip zitten, eenzaam, je zag hun verdriet, sommigen huilden, maar ze hielpen iedereen. Jongens, jongens, denk ik dan.

We gingen naar buiten. De man van de reddingboot zei: we zitten vol. Ik stond al met één been in die boot en riep tegen Ronald: duw me erin! Duw! En toen zaten we erin. Maar de boot kwam niet los, hij hing in de kabels en er was iets niet goed met de katrol. De schipper kon door het geschreeuw niets horen. Ik riep: QUIET!, Ronald riep: dan maar met een klap op het water, als het niet anders kan!, maar het lukte. De motor deed het niet. De schipper huilde toen hij de motor aan kreeg, iedereen juichte hem toe.

Op het eilandje waar we aan wal gingen, wonen 750 mensen - komen er ineens drieduizend de kade op. Geen opvang, niets, ik snap het wel, maar het was koud, ik had een T-shirtje aan en er liepen mensen in avondjurken. We waren er tegen middernacht. Stiekem zijn we naar een boot gelopen, in een slinger met drie stellen, we hielden elkaars handen vast. Het was een veerboot. Weer een boot!, dacht ik, niet weer een boot maar we gingen erin en iedereen ging erin, die boot werd helemaal volgepropt, mensen lagen over elkaar heen, ze schreeuwden, het werd heel warm en de boot bleef maar varen.

Uiteindelijk kwamen we ergens aan, ergens in Toscane, daar stonden militairen en daar kregen we echt hulp. Na drie uur varen. Ik zal je echt zeggen... pffff. Jeetje. Ik zei net tegen Ronald: als dit op open zee was gebeurd, echt, dan hadden we het niet overleefd.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden