Met een afdeling van de Gemeente Amsterdam op teambuilding

Van werknemers een team maken, dat doe je op de hei. Een afdeling van de Gemeente Amsterdam ging op pad.

Beeld Claudie de Cleen

Het is maandagochtend 9.30 uur. Samen met zeven werknemers van de gemeente Amsterdam zit ik in een Amerikaanse schoolbus op weg naar een landgoed in Dronten. Manager Han (61) is ook mee.

Als ik Biba - degene die het team gaat builden - de week van tevoren aan de telefoon spreek, zegt ze: 'Vier mensen hebben zich afgemeld. Drie met een aannemelijke reden en eentje geloofde het wel; die is met een citroen in de mond geboren.'

De leden van het team beginnen binnenkort met hun nieuwe taak als klantmanager. De klanten zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en die hulp krijgen bij het vinden van werk.

We doen een voorstelrondje, want niemand kent elkaar. Van de coaches krijgen we een mandarijntje. In het midden van de schoolbus zit een Surinaamse zanger die liedjes zingt over vluchten. In de microfoon, die tussen twee bankjes is geklemd, roept hij: 'Dit lied is voor de jeugd! Dat zijn jullie!'

In een mail van teambuilder Biba stond dat we een rugzak nodig hebben en dikke, praktische kleding die eventueel kapot mag gaan.

'Stel je bij een landgoed geen landhuis met zwembad voor, het is zeer primitief. We gaan back to basics en leren elkaar kennen in een prachtige omgeving.'

Als we uit de bus stappen, beginnen we twee aan twee, met onze rugzak om, aan een wandeling in de prachtige omgeving. Het is nul graden, de zon schijnt.

We krijgen een A4'tje met informatie over vluchtelingen. '(...) Vluchten doe je alleen als je ten einde raad bent. Mensen lopen soms bepakt en bezakt honderden kilometers om tegen forse betaling op overvolle, gammele bootjes te stappen (...).'

Ik vraag Biba of het symbolisch bedoeld is: wandelen met onze eigen ballast.

'Zo cheesy willen we het niet maken, maar zo zou je het kunnen zien.'

Per tweetal krijgen we een vraag. Ik lees de vraag voor aan Savita (29), de jongste van de groep, die naast me loopt: 'Wat zou jij doen als er oorlog was in je land?'

We denken na.

'Vluchten', antwoord ik, 'Jij?'

Savita ook.

Met Zobair (30), een Afghaanse jongen met Brabants accent, zoon van gevluchte ouders, bespreek ik wat we zouden kiezen als we maar drie dingen mochten meenemen.

'Sowieso mijn iPhone', zegt hij, 'En een powerbank.'

Beeld Claudie de Cleen

Ik kies ook voor mijn iPhone. Iedereen kiest zijn iPhone. En als het echt moet, dan ook onze paspoorten.

Bij de vraag wat we zouden regelen als we een verblijfsvergunning zouden krijgen, antwoorden we 'onderdak, werk en een taalcursus'.

'En met die taalcursus leer je dan meteen leuke mensen kennen', zegt Zobair. Met de nieuwe baan komt ook de praktische mindset.

We springen over sloten, klimmen over een omgevallen boomstronk naar de overkant van een bredere sloot. Zo'n oefening gaat om eventueel 'nee' durven zeggen; kijken waar je grenzen liggen, legt Biba me uit.

'Wie heeft gekeken of er een andere route was dan over deze boomstronk heen?', vraagt coach Lucas ter evaluatie.

Meerdere mensen steken hun hand op.

'En wie dacht: ik moet dit van mezelf doen?', vraagt Lucas opnieuw.

Ik steek mijn hand op.

'Waren er ook mensen bij die dachten: leuk, gaan we doen, lekker spelen?'

Zobair knikt.

Nanda (48) ook, een doener en een mensenmens, vertelde ze in de bus.

'Mooi.' Lucas maakt een gebaar met zijn arm ten teken dat we weer verder lopen.

Na de lunch lopen we met de groep naar een meer. Een bestelbusje van een activiteitenbedrijf voor feesten en partijen zet twaalf tonnen en zestien balken klaar.

Het ziet ernaar uit dat we een vlot gaan bouwen.

We maken twee teams. Ik deel mezelf in bij Zobair, Savita en Daniëlle (38), dochter van een gevluchte, Malinese vader. Op een geplastificeerde instructiekaart staat hoe je een mastknoop maakt. Zobair begint zonder instructie, op gevoel, te knopen. Ik staar naar de instructiekaart en kijk af en toe naar het andere team waarin iedereen een duidelijke taak heeft.

Savita, Daniëlle en ik zuchten. Zobair heeft drie mensen in zijn team die denken in termen als 'kan ik niet' en vooral: 'geen zin in'. De pijnpunten in onze samenwerking worden blootgelegd.

'Lekker actieve bijdrage heb je, Stephanie', lacht Biba.

Coach Lucas vraagt wat eraan schort.

'Ik heb geen geduld om die instructiekaart te lezen', geef ik toe.

Het team van manager Han heeft het binnen 30 minuten voor elkaar. Ze rusten tevreden uit. Ik voel jaloezie.

We trekken aan de knopen van Zobair en concluderen dat ze niet stevig genoeg zijn.

Manager Han komt ons helpen.

'Ik doe het één keer voor', zegt hij, 'Kijk even mee.'

Met zijn vieren kijken we toe hoe Han een mastknoop maakt. 'En dan doe je het hier onderdoor. Zien jullie dat?'

De balken hebben geen speling meer. 'Ik doe het nog één keer voor.'

Na 5 minuten heeft manager Han onder ons toezicht alle balken aan elkaar vastgemaakt.

We zijn klaar om de overtocht te maken. Voordat we met onze vlotten naar de overkant van het meer gaan, moeten we een kapitein aanwijzen. Zobair wordt de onze.

'Allemaal zwemvesten aan!', roept Biba.

We slaan met onze peddels dunne stukken ijs kapot om erna roeiende bewegingen te maken. Zobair en ik zitten voor op het vlot, de andere twee achterop. Het peddelen verloopt niet synchroon.

'Bij twee moet je peddelen, Tiffany!', schreeuwt Zobair.

'Je hoeft niet zo te schreeuwen!', roep ik terug.

'We tellen steeds tot twee en dan peddel je! Oké, Tiffany?', herhaalt hij.

Daniëlle tegen mij: 'Jouw gezicht spreekt boekdelen.'

'Ik vind het een autoritaire kapitein', zeg ik.

We peddelen alsof ons laatste uur heeft geslagen. We zijn al een paar uur in de natuur, zonder telefoon, alleen met elkaar. Allemaal ingrediënten voor verbinding, vermoed ik.

'Wat hebben we geleerd over het teamwork?', vraagt coach Lucas als we na een halfuur weer op het droge staan.

'Tiffany noemde mij autoritair', zegt Zobair, 'en dat klopt wel. Ik neem graag de leiding.'

Iemand corrigeert hem. 'Ze heet Stephanie.'

'O', zegt Zobair.

'Zag iedereen een bepaalde rol bij zichzelf?' Lucas kijkt de kring rond.

We knikken.

Ik steek mijn vinger op. 'Ik had de passieve rol.'

'Hoe komt dat?'

Ik zeg dat ik graag een duidelijke taak krijg.

Lees verder onder de afbeelding.

Beeld Claudie de Cleen

'Dus iemand kan jou het best vertellen wat je moet doen?', vraagt hij.

Zou dit een strikvraag zijn? 'Ja', antwoord ik. 'Ik heb graag kaders.'

Voor de volgende oefening maken we de kring iets ruimer.

'We gaan fouten vieren!', legt Biba uit. 'Vanaf de basisschool worden fouten afgestraft met een rode streep. Alles moet altijd maar goed zijn. Wij gaan fouten juist vieren! We doen een spelletje. Maak je een fout, dan ren je een rondje binnen de kring om het te vieren en ontvang je applaus.'

Ik ben als de dood dat ik nu een fout maak.

Nadat uiteindelijk iedereen een fout heeft gemaakt, krijgen we een kop warme chocolademelk en koekjes in de open keuken op het landgoed.

'Is het pas half vijf?', vraagt iemand.

'Ik zei het toch', zegt Biba. 'In de middag heb je het idee dat je al dagen weg bent.'

En ik heb het idee dat ik deze mensen al járen ken.

In een kring zitten we om een houtkachel. Ik wil iets uit mijn zestigliterbackpack pakken en leg mijn leren handschoenen heel even op de houtkachel; kunnen ze warmen.

Een minuut later hoor ik achter me een paar mensen grinniken.

Marijke (60) roept: 'Lieve mensen! Van wie zijn die handschoenen op de kachel?'

Ik draai me om en zie dat ze smeulen. Er komt rook vanaf. De vingers zijn dichtgeschroeid. (H&M verwerkt blijkbaar ook plastic in genuine leather.)

Ik vind dat we er verder niet te lang publiekelijk bij stil hoeven te staan. Marijke biedt me haar tweede paar handschoenen aan. Aan alles voel ik dat we inmiddels een hecht team zijn.

We worden meegenomen voor de laatste opdracht in de buitenlucht, waarbij twee touwen zijn gespannen tussen twee bomen.

Het eerste touw hangt op heuphoogte, het tweede een halve meter erboven.

De vraag is hoe we allemaal, op één iemand na, erdoorheen gaan zonder het touw aan te raken. Zobair begint direct aan iemands arm te sjorren. 'We moeten jou optillen en je erdoorheen duwen.'

Manager Han roept dat hij als bok wil fungeren. 'Dan kunnen jullie op mijn rug staan en erdoorheen stappen.'

Ik roep dat iedereen heel-even-rustig moet doen. 'Het is een raadsel!'

Er valt een stilte. Dan schudden ze hun hoofd.

'We gaan gewoon dóén', zegt Nanda. De kleinste van de groep wordt door ons opgetild als een plank. Het touw wordt aan alle kanten aangeraakt.

De coaches rekenen het goed. 'Dan hebben jullie alvast iemand aan de andere kant staan.' Ik vind er op die manier niks aan. We tillen steeds iemand op bij armen, benen en het middenrif. We worden onbedoeld vreselijk lichamelijk.

Han geeft nogmaals aan dat hij best een bok wil zijn. 'Misschien is dat ook een manier.' Op handen en knieën gaat hij in de bevroren aarde zitten. Monique (43) geeft een paar denkbeeldige petsen tegen zijn billen. De groep schatert.

Daarna klimt ze op zijn rug. De coach zegt dat dit waarschijnlijk de enige situatie zal zijn waarbij ze op de rug van haar manager kan zitten.

'Hoe kwam het dat het opeens goed ging?', vraagt Lucas als we erdoorheen zijn.

Han: 'Toen we de neuzen allemaal dezelfde kant op hadden. Toen liep het gesmeerd.'

Een leermoment voor het hele team.

De coaches nodigen ons uit in een Mongoolse yurt op het landgoed, waar we zullen dineren. De yurt is verwarmd door een houtkachel in het midden. Waxinelichtjes zorgen voor de sfeer en het licht.

Biba deelt enveloppen uit. 'Jullie mogen voor iedere collega een compliment op een kaart schrijven.'

In kleermakerszit schrijven we. Je hoort viltstiften over het papier gaan.

Biba: 'Je mag twee complimenten uitkiezen en vertellen waarom je die bijzonder vindt.'

De meesten kiezen een compliment van Daniëlle, die een scherp observatievermogen blijkt te hebben. Er worden complimenten gemaakt over haar complimenten.

Ik lees een compliment voor van manager Han. 'Mooi zoals je vanmiddag zei dat je kaders nodig hebt.' Ik voel me gezien door Han.

We merken dat een simpel compliment een prettige opsteker kan zijn.

Omdat het eten op zich laat wachten, doen we tussendoor een kennis-makingsspel. Ik trek een kaart met de vraag waar ik hulp bij zou willen in het leven. Ik zeg niet te weten waar te beginnen. Nanda trekt de vraag wat ze zou willen veranderen aan zichzelf.

'Ik zou dit wel willen laten weghalen.' Ze wijst naar iets op haar neus. 'Ik weet niet of jullie het zien, anders moet ik misschien even bijschijnen.'

'Je hoeft niet bij te schijnen, schat', zegt Monique, 'We hadden het vanochtend al gezien.'

Iedereen lacht. Nanda zelf het hardst.

Vervolgens vervalt het spel, want er komen enorme tajines binnen met lamsvlees, eieren, brood, aubergines en salades.

'Hiervoor kun je me midden in de nacht wakker maken', zegt iemand.

Manager Han en ik proosten met biologisch bier. 'Genieten, jongens', zegt hij.

Als toetje krijgen we een ambitieuze Iraanse verhalenverteller. Hij is op eigen houtje naar Dronten gereden om drie kwartier lang over zijn Iraanse afkomst te vertellen, met alle avonturen van dien.

Rozig van de warmte zitten we tegen de wanden van de yurt. De verhalenverteller, die dertig jaar geleden uit Iran vluchtte, staat voor ons. Of we een beetje willen meedoen met zijn verhaal, vraagt hij, want dat heeft hij als verhalenverteller nodig. Interactie. Hij begint te vertellen over zijn sterke vader. Hij instrueert ons dat we kunnen reageren met 'Ooh's' en 'Aah's'.

'Mijn vader...', begint hij. 'Mijn vader was zó sterk, met zijn ene hand tilde hij een paard op!'

'Ooooh!', roepen we in koor.

'En met zijn andere hand... Met zijn andere hand tilde hij een rund op!'

'Aaaah!' roepen we met z'n allen. Als een team slepen we hem door zijn eigen verhaal heen.

Hij vertelt hoe hij 'zijn meisje' veroverde en hoe hij het moest opnemen tegen Nederlandse jongens met blonde wapperende haren.

Teambuilder

Biba de Jongh organiseert teambuildingstrainingen. Deze twee dagen die begonnen op de landgoed Roggebotstaete waren onderdeel van een 11-daagsprogramma.

withacause.nl
roggebotstaete.nl

'Hoe denken jullie dat ik haar veroverde? Wat is mijn talent?' Hij maakt een gebaar met zijn hand dat we hem mogen aanvullen.

'Verhalen vertellen!', roepen we als leergierige kinderen.

'Juist, ja!', en hij vervolgt zijn verhaal over de verovering.

Iets later blijkt het inmiddels zijn ex-vriendin. Hij glimlacht en staart veelbetekend over onze hoofden heen. Weemoed, waarschijnlijk.

'Aaaah', roep alleen ik.

Biba heeft hemel en aarde bewogen om de groep te laten logeren in het azc van Dronten. Ik, als journalist, mag er niet komen. Ik slaap in een bed & breakfast.

Ik zie ze de volgende dag bij de lunchplek op het landgoed. In de ochtend heeft de groep een rondleiding gehad in het azc. Marijke zegt iedereen zo'n kijkje in het azc te gunnen. Een intense ervaring, vindt ook de rest. Er wordt gesproken over wat ze hebben gezien en over de media die feiten verdraaien. Ze besluiten voortaan kritischer naar het nieuws te kijken. We zitten op hooibalen rond een vuurkorf. Iedereen kijkt uit naar zijn pioniersrol op het gebied van de asielzoekersprocedure. Er zijn nu kortere lijnen, legt manager Han uit, waardoor er sneller beslissingen worden genomen.

'De gemeente wordt vaak gezien als langzaam', zegt hij, 'Maar we zijn nu die heel snelle speedboot in plaats van dat logge cruiseschip dat je moet zien te keren.' De rest knikt.

'Samen kunnen we het verschil maken, stap voor stap', zegt Han. Zoals zijn leidinggevende altijd zegt: 'Een olifant eet je ook stukje voor stukje.'

'Mag ik als afsluiting van jullie allemaal één woord over het team?', vraagt Biba.

Zobair trapt af met het woord 'familie'. Nanda noemt 'passie'. Het woord 'speels' wordt genoemd, en de woorden authentiek, gezelligheid, open-hartig en fundament. Teambuilder Biba wrijft over haar bovenarmen. 'Brrr, mooi. Ik krijg kippevel van jullie.'

Han sluit af met het woord 'cadeautje'.

'Dat meen ik', zegt hij. 'Dit is echt een cadeautje. Magic.'

In de slotopdracht beantwoorden we persoonlijke vragen op een bierviltje. Vragen als met wie je een hechte band hebt, wanneer je het gelukkigst was en wat de belangrijkste beslissing in je leven is geweest.

Biba wijst Daniëlle aan om als eerste haar verhaal te vertellen. Ze wil vertellen waarom haar man haar voorbeeld is, maar ze raakt geëmotioneerd en vraagt of ze de beurt even mag overslaan.

'Tuurlijk schat', zegt Biba. Ze vraagt of Monique het wil overnemen.

Maar Monique is ook geëmotioneerd. Ze veegt een traan van haar wang en zegt: 'Wat jij zegt, Daniëlle, ontroert mij. Ik heb misschien wel een grote mond soms...'

'Maar een klein hartje', vult Marijke aan.

Wat volgt zijn verhalen over intense familierelaties, niet geaccepteerde homoseksualiteit, politiegeweld, moeilijkheden met kinderen, stief-kinderen, overspel in huwelijken, scheidingen, tweede kansen en autoritaire vaders.

Manager Han zegt nu ook een brok in zijn keel te hebben van zoveel bijzondere verhalen. 'Ik vind het geweldig dat jullie dit willen delen.' Hij vertelt over de hechte band met zijn kinderen. 'Eerst zijn ze hulpeloos en nu sta ik soms versteld van hun grote mond.' Een paar collega's knikken. Er is herkenning.

Na deze afsluiting staat de schoolbus weer klaar. Deze keer met zilveren slingers voor de ramen. Als we Dronten uitrijden, vult de autobus zich met een penetrante lucht.

'Eendenmest', weet Han.

Zobair wappert met zijn hand voor zijn neus. 'Ik dacht dat het Tiffany was.' Na zo'n trek-eens-aan-mijn-vinger-grap weet je het wel. Collega's zijn we allang niet meer, dit is familie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden