'Met deze munten kun je zeker de 21ste eeuw in'

Naam: Drs. Chris van Draanen Leeftijd: 62 Woonplaats: Bilthoven Beroep: directeur van NV De Nederlandse Munt/Muntmeester Favoriete Europeaan: geen ('er is eigenlijk tot nu toe geen echte Europeaan geweest') Mooiste plek in Europa: Utrecht ('met zijn duizend jaar oude munthuis')..

'DIT WORDT een feest, grandioos voor het sociale contact. De winkelier om de hoek krijgt weer een extra functie want klanten gaan hem vragen euro's vast te houden die hier zeldzaam zijn, die ontbreken in de collectie van de verzamelaar. Een grootwinkelbedrijf kan die niet opzij leggen, heel goed, de middenstander heeft het toch al moeilijk genoeg. Ik juich dat aspect dus zeer toe. Want er is in het leven al hardheid en kilte genoeg.'

Drs. Chris van Draanen is directeur van De Nederlandse Munt in Utrecht, waar sinds 1806 al het nationale hardgeld wordt geslagen en waar ook de uiteindelijk 3,3 miljard Nederlandse euro's vandaan zullen komen. Zijn eretitel: muntmeester. Hij is Neerlands enige.

In vervlogen tijden paradeerde de muntmeester in een plechtstatig uniform en voerde hij klakkeloos uit wat Den Haag numismatisch, muntkundig, verlangde. In 1994 werden het bedrijf en de meester in Utrecht definitief verzelfstandigd, sindsdien is Van Draanen niet meer louter uitvoerder, hij is ook een belangrijk adviseur van het ministerie van Financiën.

Het lijkt verbazingwekkend dat Van Draanen zo enorm sterk hecht aan de verzamelfunctie van de nieuwe euro. Maar zijn bedrijf moet het slechts voor 15 procent hebben van het slaan van de gewone gulden of stuiver, of straks: van de acht Nederlandse euromunten (1, 2, 5, 10, 20 en 50 eurocent, 1 en 2 euro). Nee, de helft van de inkomsten spruit voort uit het vervaardigen van verzamelobjecten en de overige 35 procent uit gelegenheidsopdrachten. Uit het maken van mooie munten maken dus. De Schiedamse windmolens of een natuurgetrouw afgebeeld witstaarthert op Curaçao: Van Draanen kan nog elke keer genieten als een nieuwe munt geslagen wordt, telkens is het een verrassing hoe het aanvankelijke ontwerp er op munt uitziet.

Maar hij maakte, toen Beatrix eenmaal de eerste slag van de Nederlandse euro had begeleid, eerder een kritische dan een opgetogen indruk. De kritiek werd uitvergroot, meent hij, maar inderdaad: het uiterlijk van beide zijden van de munt deed hem nu niet bepaald dansen in het statige Utrechtse gebouw, waar ook het Nederlands muntmuseum is gevestigd.

Aan de ene, Nederlandse euro-kant (met Beatrix, naar een ontwerp van Bruno Ninaber van Eyben, en 'God zij met ons' alleen op de 2 euro) zitten wat Van Draanen betreft twéé kanten. De goede is dat het een 'heel stijlvolle, eigentijdse zijde is. 'Het koningshuis verkoopt goed, we hebben daarvoor een vaste afnemersgroep. Het staat voor mij ook niet ter discussie dat de vorstin erop moet staan. En met deze munten kun je zeker de 21ste eeuw in.'

Maar misschien is de afbeelding van Beatrix wel té eigentijds. Van Draanen: 'De verzamelaar is nu eenmaal conservatief, in de zin van: appreciëren wat je al kent. Munten met een gebeeldhouwde kop verkopen dus ook beter dan die met een abstract ontwerp. Ik herken dat zeker bij m'n medeverzamelaars. Ik heb een enorme bewondering voor de precisie waarmee bijvoorbeeld Vermeer een hand of een hondje schilderde, de manier waarop hij met kleuren speelde. Zo knap. Dan kun je je ook ons kopieergedrag voorstellen.'

Uit de elf ontwerpen van de landen die aan de euro meedoen, is wat de niet-nationale kant betreft, dat van de Belg Luc Luycx gekozen. Van Draanen: 'Enorm eervol natuurlijk om 360 miljoen Europeanen te mogen bedienen, met 80 miljard munten. Dat is de uiteindelijke vervangingsbehoefte, hebben we in Europees verband voorlopig vastgesteld. Maar mijn persoonlijke voorkeur is het niet, dat ontwerp met de kaart van Europa.

'Bij de Europese ontwerpwedstrijd kon ingezonden worden in drie categorieën: bouwstijlen, de Europese eenheid en bekende Europese persoonlijkheden. Die laatste hebben wij niet, dus Nederland heeft alleen in de eerste twee meegedongen. Ik vind het jammer dat niet de bouwstijlen zijn gekozen. Ik beschouw munten toch in de eerste plaats als een communicatiemiddel, met intrinsieke educatieve waarde. Zoals kinderen door het verzamelen van postzegels iets van aardrijkskunde en geschiedenis kunnen leren, zo geldt dat ook voor munten. In 1997 hebben we het Marshall-tientje uitgegeven, dat is toch een mooie mogelijkheid om nog eens te wijzen op de hulp van Amerika aan Europa na de Tweede Wereldoorlog. Een landkaartje zegt me minder, en zegt een Amerikaan helemaal niets. Nee, mijn grote voorkeur is dat een munt een verhaal vertelt.'

Maar de verzamelaar zal volgens Van Draanen geen overwegende bezwaren hebben tegen de euro. De animo om de afgeschafte Europese munten te vergaren, zal slechts toenemen, en in één klap komen er tenslotte ook weer 88 munten bij (in alle elf landen een serie van acht). Bovendien, de Nederlandse euro is sterk in de minderheid, en Nederlanders reizen veel. Dus zal mogelijk in eigen land vanwege de circulatiesnelheid spoedig een tekort ontstaan aan Nederlandse euro's. Hetgeen de verzamelaars zal activeren, en niet ten ongunste van zijn bedrijf. Vandaar ook zijn idee dat het een feest wordt, die euro: iedereen gaat voor iedereen sparen om landenseries compleet te krijgen.

Chris van Draanen weet wel ongeveer hoe verzamelaars, niet-weg-kunnen-gooiers, denken. Hij staat dicht bij het prototype: 'Een boogschutter dus, dat zijn de meeste verzamelaars, hoe gevaarlijk het ook is op sterrenbeelden af te gaan. Ik bewaar alles, van sigarenbandjes en zilverpapiertjes tot oude boekenleggers, je kunt het zo gek niet bedenken. Echt het laag-bij-de-grondse verzamelen.'

Van Draanen werd in 1988 directeur van NV De Nederlandse Munt (en muntmeester), mede omdat hij een paar jaar in de automatenbranche had gewerkt. De euro mocht niet zo afwijkend worden dat het gehele Europese automatenpark aangepast zou moeten worden. En zo waren er meer overlegpunten in de 'meertrapsraket' die leidde tot het vervaardigen van de nieuwe munten, waarin de gerenommeerde Utrechtse firma zeer concreet en nuttig advies kon geven.

De Zuid-Europese landen wilden ook nikkel in de nieuwe munten, maar Zweden lag dwars. En waarom? Blonde mensen zijn vaak allergisch voor nikkel. De secretaresse van Van Draanen heeft nog steeds een pleister op de pols, vanwege zo'n allergie. De muntmeester kon dus uit zijn dagelijkse praktijk Zuid- en Noord-Europa tot een overtuigend compromis brengen: alleen de duurste euro's (1 en 2) zullen nikkel bevatten. De rest wordt gemaakt van verkoperd staal en een koper/aluminium-legering.

Hans van Wissen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden